De Saen 075 - 617 39 11
Saendelft 088 - 343 73 43
Westerwatering 075 - 616 07 61

Reptielen

Goede voeding en verzorging van uw reptielen is van levensbelang, laat u goed voorlichten

Reptielen

Goede voeding en verzorging van uw reptielen is van levensbelang, laat u goed voorlichten

Steeds meer diersoorten worden tegenwoordig als huisdier gehouden. Waren het vroeger alleen honden, katten en af en toe een konijn dat gehouden werd, worden nu ook steeds meer reptielen en amfibieën als huisdier gehouden. Ook spinnen en insecten (al dan niet als voer) zijn een steeds vaker gezien gezelschapsdier.

Zo is er ook steeds meer vraag naar diergeneeskundige zorg voor deze dieren. Het moeilijke van deze patiënten is dat ze erg slecht laten zien dat er iets aan de hand is. Vaak laten ze pas iets zien op het moment dat ze al dusdanig ziek zijn, dat er niets meer aan te doen is.

Voorkomen, beter dan genezen

Om deze reden is het dus erg belangrijk dat een eigenaar zich goed verdiept in het dier dat hij in huis neemt. Niet alleen om ziektes en problemen te herkennen, maar (en dat is nog veel belangrijker) om te voorkomen dat ze ziek worden. Het management van leefomstandigheden en voeding moet goed gebeuren en dat is van essentieel belang. We raden dus aan om van tevoren goed onderzoek te doen naar de optimale leefomstandigheden en de optimale voeding voor de betreffende soort.

  • Huisvesting
  • Voeding
  • Ziekte herkennen
  • Overleden
  • Vervoer
  • Baardagamen

Huisvesting

Er moet daarbij extra gelet worden op temperatuur, vochtigheid, gewoon en UV-licht, oppervlakte, hokgenoten, geslacht enzovoorts. Let daarbij ook op, dat de ene soort heel anders kan zijn dan de andere soort. Landschildpadden hebben bijvoorbeeld hele andere behoeftes dan waterschildpadden. Niet alle dieren of diersoorten kunnen bij elkaar gezet worden. Laat u dus goed voorlichten en raadpleeg bij voorkeur meerdere bronnen.

Voeding

Net als dat de woonomstandigheden erg belangrijk zijn, zo geldt ook voor de voeding. Elke soort heeft zijn eigen behoeftes. Let daarbij ook op de kwaliteit van de voeding. Veel reptielen leven op insecten, deze insecten moeten alleen wel goed doorvoed zijn (gut-loaded). Het is dan ook van belang, wat voor voeding deze insecten gehad hebben.

Sommige dieren eten alleen levend voer, andere enkel dood voer. Als er levend voer wordt gegeven (ratten/muizen), raden we aan om dat enkel onder toezicht te geven. Met name ratten kunnen slangen behoorlijk verwonden als ze niet meteen opgegeten worden.

Ziekte herkennen

Als ze dan toch ziek worden (om wat voor reden dan ook) dan is het belangrijk om een ziek dier te herkennen. Zorg dus dat u op de hoogte bent van hoe het dier zich hoort te gedragen en hoe het er uit hoort te zien. Ook kan het voorkomen dat normaal gedrag kan lijken op ziek gedrag. Aanwijzingen dat het dier ziek is, kunnen zijn: langere tijd niet eten, sloomheid, verkleuring, abnormale vormen (schild, bek, poten), diarree, plotse agressie, snotterige neus, scheef lopen of zwemmen, piepende ademhaling. Natuurlijk is deze lijst veel langer en hangt ook af van de diersoort.

Overleden

Met name reptielen en amfibieën kunnen erg lang „dood spelen“. Een dier dat langere tijd (soms dagen) dood kan lijken, hoeft niet per sé dood te zijn. We raden daarom aan om een dood reptiel altijd door een dierenarts te laten beoordelen. Door naar het hart te luisteren, kunnen we bepalen of dat gestopt is. Het hart van een reptiel kan lang zonder zuurstof en zelfs een hart dat uren gestopt is met kloppen, kan weer beginnen met kloppen. Een dierenarts zal dan ook extra maatregelen nemen.

Het invriezen van reptielen of amfibieën is eigenlijk dierenmishandeling als dat gedaan wordt zonder sedatie. De dieren maken het bewust mee en het is erg pijnlijk. We raden dat dus ook sterk af.

Vervoer

Tip vervoeren bijzondere dieren

Algemeen belangrijke punten om bijzondere dieren te vervoeren:

  • De dieren moeten getransporteerd worden in verpakking die niet direct aan temperatuur onderhevig is, bv. piepschuimdozen, dubbelwandige en andere transportmiddelen.
  • Dieren mogen niet los in een verpakkingsdoos.
  • Dieren moeten in donker worden vervoerd.
  • Niet teveel dieren stapelen en zorg voor voldoende ventilatie.

Slangen

Belangrijk is om slangen niet vlak voor het vervoeren te laten eten. Vaak wordt de prooi dan uitgebraakt.

Het meest geschikte is een licht katoenen tas of kussensloop. Deze in een piepschuimdoos doen en extra tape of kabelbinders gebruiken om doos dicht te houden.

Hagedissen

Vermijd tijdens het vervoeren het knikken van de staart! Hagedissen zijn te verdelen in drie groepen:

  • Kleine hagedissen (gekko’s, skinks, lacertiden, anolis, etc): gebruik een stoffen zak. Belangrijk is om de naden van de zak aan de buitenkant te doen. Zorg er ook voor dat het niet te zwaar wordt op het dier zelf! Een andere manier is een klein transportbakje met voldoende ventilatie. Beide kunnen daarna in een piepschuimdoos.
  • Middelgrote hagedissen (agamen, middelgrote leguanen, kleine monitorhagedissen, etc): gebruik een overeenkomende verpakkingsdoos of een transportbox met krant als basis. Deze kan in een piepschuimdoos worden gezet.
  • Grote hagedissen (volwassen leguanen, monitorhagedissen): grote hagedissen kunnen in een stoffen zak, kussensloop of dekbedovertrek met de naden naar buiten. Daarna vastmaken met tape of kabelbinders. Daarna in een piepschuimdoos.

Kameleons

Kameleons kunnen vrij zitten op een tak, ingeklemd in een doos van styrofoam. De tak direct bevestigen aan de bodem van de doos. Zorg voor voldoende ventilatie. Daarna de doos in een piepschuimdoos.

Landschildpadden

Schildpadden hebben een aanzienlijk risico op letsel en stress bij vervoer in wasmanden en kattenbakken!

Gladwandige plastic doos met absorberend oppervlak. Gebruik kranten of keukenpapier en eventueel een verwarmde handdoek tegen het schuiven.

Water-, modder- en vijverschildpadden

Gebruik geen water tijdens transport in verband met gevaar op verdrinking en onderkoeling!

Gebruik een katoenen zak, vastgemaakt aan een transportbox. Zorg ervoor dat de zak vochtig blijft. Gebruik eventueel passende transportbakjes. Zorg voor voldoende ventilatie en vochtig materiaal, Zet het daarna in een piepschuimdoos.

Softshell schildpad

Gebruik een transporttas gemaakt van een zo’n fijn mogelijk maas, opgevuld met de bodem van de piepschuimdoos met verschillende lagen vochtige handdoeken of kleine passende transportbakjes met voldoende ventilatie en vochtig materiaal in piepschuimdoos.

Amfibieën

Gebruik terraboxen van passende grootte en aantal dieren. Gebruik een doos zonder scherpe randen, pas op voor ventilatieopeningen. Leg substraat natte keukenhanddoeken in de doos, biedt schuwe soorthoeken aan van beuken- en of eikenbladeren als verstopplaats.

Pure amfibieen in het water (klauwkikkers), leg dit plat in een piepschuimdoos in een plastic zak tot eenderde gevuld met aquariumwater en wat waterplantenmateriaal.

Baardagamen

De baardagaam is een erg populair huisdier geworden, omdat ze redelijk tam kunnen worden. Baardagamen kunnen ongeveer zeven tot vijftien jaar oud worden. Daarbij is het heel belangrijk dat hun leefgebied zo goed mogelijk wordt nagebootst. De baardagaam komt oorspronkelijk voor in een steppe- en woestijnlandschap.

Huisvesting

Baardagamen worden in een terrarium gehouden.Volwassen dieren kunnen 50 cm groot worden. Het terrarium moet dus ook groot genoeg zijn. Voor één dier is een terrarium nodig van 100x50x50cm. Voor een paar of trio (twee vrouwtjes en één mannetje) is een terrarium vereist van 150x50x60.

Op de bodem kun je steriel zand of kalkzand gebruiken.Gebruik een ruwe achterwand en stukken hout om ze te laten klimmen. Als opvulling kun je stenen gebruiken. Stenen zijn fijn om op te liggen, want ze houden warmte vast.

Een warmtelamp mag absoluut niet ontbreken in een terrarium. Gebruik een UVA + B lamp. Deze lamp stimuleert de groei, voortplanting en eetgedrag. Zorg ervoor dat je elk half jaar de lamp vervangt. Onder de lamp mag het niet warmer worden dan 45 graden. De omgeving eromheen moet ongeveer tussen de 24 en 35 graden zijn. 's Nachts mag de temperatuur tussen de 18 en 24 graden zijn. De hoeveelheid licht is per seizoen verschillend. In de zomer moet de lamp gemiddeld 12-14 uur aan en in de winter gemiddeld 9-10 uur.

Baardagamen kennen een winterrust, geen winterslaap! Dit houdt in dat ze een minder actieve periode hebben, minder eten en ook hun kleuren op de huid zijn minder intens. De lichtintensiteit en lichtduur moeten geleidelijk verlaagd worden door middel van een schakelaar of dimmer. De winterrust duurt ongeveer twee maanden. Daarna verhoog je delichtintensiteit en duur weer. De baardagaam zal weer actiever worden en meer gaan eten.

De luchtvochtigheid moet tussen de 30% en 45% zitten.