De Saen 075 - 617 39 11
Saendelft 088 - 343 73 43
Westerwatering 075 - 616 07 61

Dracht en puppy's

Dracht en puppy's

  • De bevalling
  • Draagtijd
  • Drachtbegeleiding
  • Geslachtsrijpheid
  • Pups
  • Pups: in het verkeer
  • Pups: opvoeden
  • Pups: leren alleen zijn
  • Pups: pubertijd

De bevalling

Temperaturen

Het is verstandig om de moederhond vanaf dag 52 van de dracht te gaan temperaturen. Dit doet u twee maal daags op hetzelfde tijdstip. Vanaf dag 60 is het aan te raden om drie maal daags te temperaturen. De normale temperatuur van een hond ligt tussen de 38 en 39 ºC. Uiterlijk 48 uur voor de bevalling (gemiddeld 12-24 uur) daalt de temperatuur ineens met 1 à 2 ºC, onder invloed van hormonen. Vlak voor de werkelijke bevalling stijgt de temperatuur weer tot boven de 37 ºC en zal de eerste pup vrij zeker binnen twaalf uur geboren worden. De laatste paar uur voor de bevalling worden de meeste honden onrustig.

De voorbereiding

Zorg ervoor dat u voorbereid bent op de geboorte: zie de checklist onder aan deze pagina. Noteer wanneer de weeën beginnen, wanneer de hond begint met persen, wanneer de pups geboren worden, of alle placenta's (nageboortes) eruit komen en alle andere bijzonderheden. Dit is handig als overleg met de dierenarts nodig is. De werpkist of doos kan het beste al een tot twee weken voor de bevalling worden neergezet op een warme plaats (24-25 graden). Als het tijdstip van dekking niet precies bekend is, kan een echo gemaakt worden om de geboortedatum bij benadering vast te stellen. De gemiddelde draagtijd is negen weken (59-69 dagen).

De bevalling

De bevalling begint als de hond weeën krijgt (hierbij trekt de baarmoeder samen). Het duurt gemiddeld twaalf uur voor de geboorte op gang komt. Zorg voor een rustige omgeving. De geboorte begint pas als de hond persweeën heeft, hierbij doet de buik mee. Deze zijn duidelijk te zien: de teef verstijft en zet kracht. Meestal gaat de staart hierbij ook iets omhoog. Vaak komt er eerst een slijmprop, eventueel met wat bloed. Na enige tijd verschijnt er een blauwachtig vlies uit de vagina. In deze vruchtblaas zit de pup. Bij één van de volgende weeën wordt de pup geboren. Er worden ongeveer evenveel dieren in stuitligging geboren als in normale houding. De meeste honden maken het vruchtvlies zelf open en eten het op tot aan de navelstreng. De moeder zal haar pups schoonmaken en drooglikken om de ademhaling en de darmwerking te stimuleren.

Helpen?

De meeste honden kunnen het prima alleen af. Als de moeder geen aanstalten maakt om de pups te bevrijden uit de vruchtblaas, scheur dan het vlies voorzichtig open. De navelstreng mag niet te dicht bij de buik afscheuren, en niet meer bloeden. Mocht dit wel het geval zijn, bindt dan de navelstreng op twee tot drie cm van de buik af met wat draadgaren of flossdraad. Ontsmet de navelstreng met een betadine oplossing.

Kijk na de geboorte of de pup levendig is en of er geen slijm of vocht in de luchtwegen zit. Dit hoort u aan een rochelend geluid of u ziet de pup 'bellen blazen'. Is dit het geval, veeg dan het kopje goed schoon en droog terwijl u de pup met het kopje en de neus naar beneden laat hangen of gebruik een slijmzuigertje. Heeft u deze niet bij de hand en zit er nog steeds vocht in de luchtwegen, dan kunt u de pup in een handdoek wikkelen en rustige zwaaiende bewegingen maken van boven naar beneden. Houd hierbij wel het hoofdje goed vast. Laat de pups zoveel mogelijk bij elkaar, en bij de tepels van de moeder liggen. Controleer of er wat melk uit de tepels komt.

De geboorte

De eerste pup hoort binnen een uur na de eerste echte perswee (= begin van geboorte) geboren te worden. Is dit niet het geval, bel dan de dierenarts. De tijd tussen de bevalling van de pups is gemiddeld drie kwartier, maar kan soms zelfs meerdere uren zijn. Zolang de moeder zich rustig houdt, hoeft u zich geen zorgen te maken. Zodra de teef weer begint met persen moet de volgende pup binnen 30 minuten geboren wordt. Ziet u geen vooruitgang, neem meteen contact op. Probeer zoveel mogelijk de rust te bewaren tijdens de bevalling. Dit kan veel stress veroorzaken waardoor de bevalling kan stoppen.

Na de geboorte

Na de geboorte van iedere pup moet een nageboorte komen, evenveel nageboortes als pups. De nageboorte wordt meestal door de teef opgegeten. Het is een goede voeding en wekt de melkgift op. Als er veel pups zijn, is het beter om enkele nageboortes weg te halen omdat de hond er diarree van kan krijgen. Krijgt uw hond toch diarree, geef dan enkele dagen lichtverteerbaar voer (zoals i/d van Hill's of Propolan PPVD EN Gastrointestinal).

Het vruchtwater is soms wat groen van kleur. U hoeft hier niet van te schrikken, dit is afgebroken bloed. Dit is vaak bij honden die over tijd zijn, dus die enkele dagen na de uitgerekende datum bevallen. De uitvloeiing mag niet stinken, neem in dat geval contact op met de dierenarts. Na de bevalling heeft de teef nog enige dagen rode uitvloeiing, die na vijf tot acht dagen lichter wordt, tenslotte helder en na maximaal acht tot tien dagen verdwijnt.

Nazorg

Is alles goed gegaan en heeft de moeder de pups schoongelikt, dan kunt u zelf de pups nog verder afdrogen, wegen, het geslacht bekijken en noteren welke uiterlijke kenmerken ze hebben. Zorg dat de pups niet afkoelen. Als de pups erg op elkaar lijken, kunt u ze een gekleurd bandje geven (let er wel op dat deze niet te strak of te los zit) of met nagellak een stipje op de kop geven. Weeg de eerste week de pups elke dag.

Het is niet altijd makkelijk te zien of de hond echt klaar is met bevallen. Ook hier geldt dat als de moeder zich rustig gedraagt, u zich geen zorgen hoeft te maken. Blijft ze echter onrustig, dan is het raadzaam om contact op te nemen met de dierenarts. Een echo of röntgenfoto tijdens de dracht geeft meer zekerheid over het aantal pups dat verwacht wordt.

Check-list: ‘Wat heb ik nodig voor de bevalling?’

  • Telefoonnummer dierenarts
  • Werpkist of kraamdoos
  • Handdoeken (om de pups mee droog te wrijven)
  • Betadine (voor de ontsmetting van de navel)
  • Slijmzuigertje of spuitje
  • Draadgaren of floss (om eventueel de navelstreng af te binden)
  • Weegschaal
  • Markeer-middel (om de pups uit elkaar te houden)
  • Licht verteerbare voeding voor de moeder
  • Puppymelk en drinkflesjes
  • Pen en papier

Draagtijd

De hond heeft een draagtijd (zwangerschap) van 59 tot 69 dagen (gemiddeld 63 dagen). Hoe groter het nest, hoe korter de dracht, en omgekeerd.

Rond de vijfde week van de dracht kunt u zien dat de melkklieren wat gaan opzwellen. Meestal begint de buik pas rond de zesde week van de dracht zichtbaar in omvang toe te nemen.

Laat uw hond op tijd wennen aan haar werpkist; doe dit rond de zevende week van de dracht. Een werpkist is een kist met een opstaande rand die een paar centimeter van de kant af staat. Dit voorkomt dat de teef per ongeluk op een pup gaat liggen.

Dracht vaststellen

Er zijn verschillende manieren om te controleren of uw teef drachtig is:

Echo: vanaf 21 dagen kunt u een echo bij ons laten maken. Het precieze aantal pups kan bij een echo niet altijd bepaald worden, maar er kan wel een schatting worden gemaakt. De mooiste beelden zijn te krijgen door een echo te laten maken rond de 34e dag van de zwangerschap. Met echografie kan worden vastgesteld hoe lang de hond drachtig is en of de pups leven.

Voelen: de dierenarts kan aan de buik voelen of uw hond drachtig is. Dit kan alleen goed tussen dag 28 en 32 van de dracht. Hierna zijn de pups pas weer te voelen vanaf dag 42.

Röntgenfoto: als laatste kan er nog een röntgenfoto gemaakt worden. Hiermee is het aantal pups vast te stellen, maar er kan niet worden gezegd hoe oud ze zijn en of ze leven. Dit kan het beste vanaf de zesde week van de dracht.

Voer

Omdat de pups in de laatste weken van de dracht een groeispurt maken, nemen ze erg veel plaats in in de buik. Het is verstandig om de moederhond meerdere keren per dag te voeren of de brokken de hele dag te laten staan, zodat ze kan eten wanneer ze zelf wil.

Wij adviseren de drachtige hond puppievoer te gaan geven vanaf twee weken voor de uitgerekende bevallingsdatum. Puppievoer bevat extra voedingsstoffen (calcium en eiwit) en een hogere energiewaarde. Meng dit gedurende een week met het eigen voer van de hond om haar langzaam aan het voer te laten wennen, alvorens hierop geheel over te gaan.

Parasieten

Het is belangrijk om de moederhond en de pups te beschermen tegen parasieten zoals vlooien en wormen. Dit mag echter alleen gebeuren met een geschikt middel voor drachtige en zogende dieren. Wij raden aan om de moederhond twee weken voor de bevalling te behandelen tegen vlooien en wormen met het middel Stronghold (een spot-on). Met dit middel worden ook de pups beschermd tegen spoelwormen waarmee ze besmet kunnen zijn via de moeder. Heeft u meerdere dieren in huis, vergeet dan niet om ook deze te behandelen tegen vlooien en wormen.

Drachtbegeleiding

Drachtbegeleiding voor fokkers

Bij PlusDierenklinieken kunnen wij u helpen om het juiste dekmoment van uw teef te bepalen. Dit kan voordelen bieden indien de dekreu bijvoorbeeld ver weg woont of wanneer de teef eerder niet drachtig is geworden. De loopsheid van een teef duurt gemiddeld 21 dagen, slechts enkele dagen hiervan is zij vruchtbaar. De meeste teven hebben een eisprong tussen de 9e en de 14e dag van de loopsheid, maar hierin zit individuele variatie waardoor het niet te voorspellen is op welke dag de teef zich laat dekken.

Progesteronbepaling

Wij kunnen het juiste dekmoment bepalen door de hoeveelheid progesteron in het bloed te laten meten door het diergeneeskundig laboratorium. Progesteron is een hormoon dat stijgt in het bloed op het moment dat een teef een eisprong heeft.

Nadat de uitslag bij ons binnen is gekomen, krijgt u van ons een passend advies. Als het progesterongehalte boven een bepaalde waarde is gestegen, kunnen wij u adviseren wat de beste momenten zijn om uw teef te laten dekken. Indien de waarde te laag is, zal er twee dagen later nogmaals bloed moeten worden afgenomen.

Geslachtsrijpheid

De teef

Voor teven geldt dat ze in deze periode voor het eerst loops kunnen worden. Ze verliezen dan bloed en vaak zijn er gedragsveranderingen. Anders dan bij mensen vindt in deze periode de eisprong plaats en kunnen ze bevrucht worden. Na een dag of negen neemt de zwelling van de vulva meestal wat af en wordt de uitscheiding wat wateriger. Veel mensen denken dan dat de loopsheid over is. Op dit moment zijn de teven juist dek-rijp en veel ongewenste nestjes zijn op deze wijze ontstaan. Na een dag of vijf wordt de bloeding weer roder.  De dek-rijpheid wordt echter niet altijd aangegeven met het slinken van de vulva en het wateriger worden van de bloeding. Sommige teven zijn al dekrijp na drie of vier dagen en er hebben zelfs succesvolle dekkingen plaatsgevonden op de 28e dag van de loopsheid. Het is dus verstandig uw hond gewoon de hele periode aangelijnd te houden. De loopsheid duurt in het totaal drie tot vier weken.

De reu

Reuen kunnen al op jonge leeftijd gaan zorgen voor nakomelingen. Als er een teef in de buurt loops is kunnen ze aan niets anders denken. Ze zijn smoorverliefd. Ze likken aan plasjes, ze klappertanden en tillen nog vaker hun poot op. Er kan nu een heftige competitie ontstaan op het speelveld met andere reuen. Voordat ze twaalf weken oud zijn horen de testikels in het scrotum ingedaald te zijn. Ze produceren nu nog geen testosteron en dus worden er ook geen spermacellen aangemaakt. Dit gebeurd ongeveer op negen maanden maar soms eerder. Vanaf deze tijd kunnen ze het op hun heupen krijgen, willen ze tegen alles en iedereen aan gaan rijden. U moet dit als leider niet toe staan en direct verbieden. U bepaalt of de hond mag dekken of niet. Bovendien is dekken een dominatie handeling die alleen door de roedelleider uitgevoerd mag worden.

Pups

De bevalling is achter de rug en u bent de trotse eigenaar van een nestje pups. Puppy's worden geboren met hun ogen dicht. De oogjes van de pups gaan open als de diertjes ongeveer tien dagen oud zijn. De navelstreng zal na de geboorte langzaam verdrogen en tussen de vier en zeven dagen van de buikjes vallen.

Voedsel

Het is belangrijk dat u vanaf de geboorte iedere dag de pups weegt en dit gewicht noteert. Weeg de pups dagelijks tot ze vier weken oud zijn. Weeg de pups daarna wekelijks. Een pup moet, ongeacht het ras of geboortegewicht, in zijn eerste levensweek elke dag ongeveer 10% van het geboortegewicht aankomen. Op deze manier is het geboortegewicht na een week verdubbeld.

Als een pup te weinig voeding binnen krijgt, is dat dezelfde dag nog te merken aan zijn gewicht. De pup komt dan niet aan of valt zelfs af. Wacht niet af en begin meteen met het bijvoeren van de pup met speciale puppymelk. Geschikte puppymelk is KMR of Milkodog en is verkrijgbaar in kant-en-klare blikjes of in poedervorm waarvan u zelf melk moet maken. KMR en Milkodog zijn in onze praktijk te verkrijgen.

Vanaf vier weken leeftijd mogen de pups beginnen met het eten van vast voedsel. Dit zal in het begin geweekt moeten worden. U kunt het voer het beste verdelen in vijf porties per dag. Let op dat u de pups goed puppyvoer geeft zoals dat van Proplan. Dit voer helpt de versterking van de huidbarrière en ondersteunt een goede spijsvertering door een optimale verteerbaarheid. Het aangepaste energie gehalte en essentiële voedingsstoffen helpen mee aan een veilige groei.

Parasieten

Het is belangrijk om de pups en de moederhond goed te beschermen tegen wormen. Ze missen de weerstand om wormlarven met hun immuunsysteem te doden. Puppy's krijgen larven van spoelwormen via de placenta en de moedermelk binnen. Grote hoeveelheden wormen in de darmen kunnen makkelijk leiden tot beschadiging of verstopping van de darm. De voedingsopname wordt dan slechter wat kan leiden tot slechte groei of een verminderde weerstand tegen andere ziektes. De moederhond kan twee weken na de bevalling behandeld worden met Stronghold+ pipetten tegen spoelwormen. Dit is een veilig middel bij zogende dieren wat ook de puppy's helpt te beschermen.

Tegen lintworm moeten puppy's op twee, vier, zes, acht en tien weken (twee weken na stoppen spenen) leeftijd worden ontwormd. Vanaf tien weken leeftijd moeten ze iedere maand worden ontwormd totdat ze zes maanden oud zijn. Daarna mogen ze net als volwassen dieren iedere drie maanden ontwormd worden. Let er op dat niet elk middel bij jonge dieren gebruikt mag worden. Voor meer informatie kunt u hiervoor terecht bij onze assistentes.

Verder is het verstandig om de puppy's en de moederhond te behandelen tegen vlooien. De eerste levensweken van de pup gebeurt de ontvlooiing via de moederhond. Vanaf zes weken leeftijd mag de pup zelf een pipet in de nek toegediend krijgen. Vergeet niet dat u alle dieren in uw huishouden moet behandelen tegen vlooien, omdat de dieren anders nooit goed vrij worden van parasieten.

Vaccinaties

Puppy's moeten drie vaccinaties krijgen om een goede immuniteit op te bouwen. De eerste vaccinatie van de pup is op een leeftijd van zes weken. Daarna krijgen ze op negen en op twaalf weken nogmaals een vaccinatie. Hierna volgt nog een vaccinatie als ze een jaar oud zijn en daarna moeten ze jaarlijks gevaccineerd te worden.

Het is sinds 1 april 2013 wettelijk verplicht om een pup te chippen. Dit gebeurt bij de fokker. Als nieuwe eigenaar bent u verplicht de chip te registreren binnen twee weken nadat u de pup in huis heeft gekregen. Dit is om handel in en misstanden met honden te voorkomen. Sommige fokkers regelen de registratie zelf. Bij het eerste bezoek van uw pup aan de praktijk controleren we of de chip geregistreerd staat. Indien nodig kunnen we u helpen met de registratie. Mocht de pup ooit eens zijn weg kwijt raken om wat voor reden dan ook dan kan door middel van de chip de hond weer met u herenigd worden.

Pups: in het verkeer

Een hond kent geen verkeersregels, maar kan wel leren. Een pup kan heel goed wennen aan verkeer.

Pups moeten overal aan wennen. Ze leren dat er erg veel verschillende soorten honden zijn en dat mensen lang niet allemaal op elkaar lijken. Bovendien leren ze, dat er allerlei vreemde geluiden en voorwerpen bestaan zoals de stofzuiger, de vaatwasser, de stereo-installatie, de radio en de televisie. Ze leren ook niet bang te zijn voor vrachtwagens, voor spelende kindertjes, voor samenscholende mensen op de markt en in het winkelcentrum en voor fietsers en trimmers die hard op hen af komen. Ze worden door hun nieuwe bazen goed gesocialiseerd; ze leren normaal omgaan met alle dagelijkse dingen. Naast het socialiseren moeten bazen hun pup direct goed opvoeden. De pup weet dan wie de baas is en wie dus bepaalt wat er wel en wat er niet gebeurt. Hier hoort natuurlijk ook het verkeer bij, waarbij eigenlijk de aloude stelregel 'voorkomen is beter dan genezen' nog steeds volledig van toepassing is.

Auto

Bijna iedereen heeft tegenwoordig een auto of rijdt wel eens mee. De hond moet wel eens mee. Allereerst is het belangrijk om u hond veilig te vervoeren. U laat uw baby toch ook niet door de auto kruipen of los in de achterklep? Soms zie je kleine hondjes los op de hoedenplank liggen. Heeft u zich wel eens afgevraagd wat er gebeurt (met de hond en met de inzittende) als er een keer hard geremd moet worden? Vervoer de hond in een (auto)bench, neem een hondenrek tussen achterklep en achterbank of koop een speciale riem die in de gordel klikt en vastzit aan het tuig van de hond.

Het is heel plezierig als honden tijdens het tijden netjes op hun plaats blijven en wachten met uit de auto springen, totdat de baas dat goed vindt. Het plezierige is dat dit de pup al heel snel aangeleerd kan worden. Want in het begin, als het nog een heel klein hummeltje is, moet hij uit de auto getild worden. Voordat hij opgetild wordt, laat u hem eventjes wachten. Als de baas van dit wachten een oefening maakt leert de pup dit eigenlijk direct. Dan wordt het na verloop van tijd vanzelf een gewoonte. Als de pup wat groter is en de baas laat toe dat hij zelf uit de auto springt zonder te wachten, zal hij dat wachten heel snel vergeten. Dat is jammer, want hij wist tenslotte heel goed hoe het hoorde. Veel beter is het om die gewoonte er gewoon in te houden. Een handig hulpmiddel hierbij is de hond altijd aan te lijnen voordat hij de auto uit mag. Leer daarnaast de pup meteen dat als hij uit de auto is gekomen netjes moet gaan zitten. Dat geeft de baas dan de gelegenheid de deur rustig dicht en op slot te doen.  

Stoeprand

Leer uw hond vanaf de eerste dag dat hij moet gaan zitten bij de stoeprand als u wilt oversteken. Dit kan levensreddend zijn. Iedere keer als de baas bij de stoeprand komt laat hij de hond zitten. Op een teken van de baas (bijvoorbeeld ',toe maar') mag de hond oversteken. Na verloop van tijd wordt ook dit een gewoonte en zal de hond uit zichzelf gaan zitten. Hier moet de baas wel heel consequent in zijn. Dit klinkt wellicht logisch maar het betekent wel dat als het voetgangersoversteeklicht knippert, de baas zijn hond toch moet laten zitten, ook al mist hij hierdoor het groene licht. Tijdens het wandelen betekent dit ook dat de hond niet uit zichzelf van de stoep af mag. Met een korte lijn is dit nog wel in de hand te houden, maar met een uitrollijn wordt het een stuk moeilijker. Natuurlijk geldt hierbij dat consequent zijn weer de sleutel is voor succes.

Fietsen

Fietsen met de hond is een goede manier om een hond zijn conditie op peil te houden, om hem zijn energie kwijt te laten raken en, als het goed gebeurt, is het ook nog goed voor zijn spieren. Met een pup mag pas gefietst worden vanaf een leeftijd van één à anderhalf jaar. Voor deze leeftijd is het nog te belastend voor zijn spieren en gewrichten. Wel kan een pup alvast gewend worden aan het lopen naast de fiets. Dit gebeurt altijd aan de rechterkant van de fiets zodat de baas zich tussen de hond en het overige verkeer bevindt. De baas wandelt zelf aan de linkerkant van de fiets en houdt de riem van de pup in zijn rechterhand. De pup wandelt rechts naast de fiets en leert zo dat het heel gewoon is om naast de fiets mee te lopen. Doe nooit de riem om de pols want als er iets gebeurt zit je vast en kunnen er nare ongelukken gebeuren. Houd de riem zodanig vast dat hij altijd gemakkelijk losgelaten kan worden. Fiets ook niet te hard. De hond hoort eigenlijk te draven, dit is het best voor hem. Langs en in de berm kunnen scherpe voorwerpen liggen. Controleer daarom regelmatig de voetkussentjes van de hond en bouw het fietsen langzaam op. Wanneer de hond groot genoeg is en het meelopen naast de fiets volledig beheerst, is er een handig hulpmiddel om hem naast de fiets te laten lopen. Dit apparaat kan aan de fiets worden bevestigd en houdt de handen van de eigenaar vrij. De hond zit vast aan een lijn aan het frame van de fiets en kan meteen los wanneer dat nodig is. Als de baas de hond vanaf het begin goed opvoedt, hoeft het verkeer geen enkel probleem op te leveren.

Consequent zijn is het belangrijkste bij de opvoeding van de opgroeiende hond.

Pups: opvoeden

De eerste levensweken bepalen veel van gedrag van later

De fokker is belangrijk voor de eerste opvoeding. Omdat onze huishonden met mensen moeten leren omgaan, is het verstandig als de fokker de puppies al in de eerste periode laat wennen aan de geur van mensen. Dit kan door iedere dag de pups even dicht tegen het lichaam, van de fokker of een ander mens, te houden. Deze fase in het leven van de puppies noemen we "vegetatieve fase".

Rond de tiende dag gaan de oogjes en oortjes open en gaan de pups leren wat voor uiterlijk en geluiden er horen bij al die luchtjes, waar ze al mee hebben kennis gemaakt. Dit duurt ongeveer een week. Deze periode noemen we de "overgangsfase". Vanaf de leeftijd van drie weken begint eigenlijk de allerbelangrijkste fase in het leven van de pups. We noemen deze fase de "primaire socialisatiefase". In deze periode, die tot ongeveer twaalf weken duurt, moeten de pups met alles kennismaken waarmee ze later in hun leven eens een keer geconfronteerd kunnen worden. Nu staan ze daar helemaal open voor. Ze nemen alles in zich op en zijn heel nieuwsgierig in het ontdekken van de grote wereld. De primaire socialisatiefase is op te splitsen in een deel bij de fokker (tot ca. acht weken) en een deel bij de nieuwe eigenaar (van ca. acht tot twaalf weken).  

Bij de nieuwe eigenaar

De nieuwe eigenaar heeft dus ook een hele belangrijke taak in die primaire socialisatiefase. Die loopt immers door tot twaalf weken leeftijd. U moet de pup verder 'socialiseren' en datgene voortzetten waar de fokker al mee is begonnen. De pup moet overal mee naar toe worden genomen nu hij/zij nog voor allerlei nieuwe indrukken openstaat. De pup mag mee naar de markt, mee in de bus, mee in de trein, mee naar het schoolplein en mee naar het speelveld, veel op visite met allerlei verschillende soorten mensen. Van groot tot klein, van kaal tot behaard, van licht tot donker, van dik tot dun en van jong tot oud. Dit zelfde geldt soortgenoten: laat uw hond wennen aan honden met lang haar, kort haar, gevlekt, lange oren, staande oren, lange staarten, platten neuzen, joekels en kleintjes. Laat uw pups wennen aan allerlei verschillende geluiden zoals de stofzuiger, de stereo-installatie, knallende ballonnen, piepende computerspelletjes, vallende sleutelbossen en drinkbakken, opwindbeestjes enzovoorts. Ze moeten verder een keer mee in de auto, wennen aan verkeer met fietsers, knetterende brommers, grote zware vrachtwagens, autobussen, trimmers en joggers. Bovendien moeten ze natuurlijk ook wennen aan andere huisdieren zoals katten. Pas als een pup meerdere positieve ervaringen heeft met al deze situaties en mensen, raakt hij goed gesocialiseerd. Dus slechts één of twee keer meenemen in de bus tussen de acht en twaalf weken leeftijd is onvoldoende.

In drukke situaties moet u zorgvuldig handelen. Pas erop dat u de hond niet troost als hij ergens van schrikt! Hij ziet troosten als een vorm van beloning en leert dan dat hij braaf is als hij bang is voor alle mensen op de markt, voor onweer, voor vuurwerk, voor grote vrachtwagens of voor andere, grote honden. Optillen is een vorm van troosten waarmee we aangeven dat de pup terecht bang is. Dit werkt dus angstversterkend. Door het optillen geven we aan dat wij de grote leider zijn. Als we dit doen op het moment dat er niets aan de hand is, zal de pup dit alleen maar zien als een daad van een grote sterke leider. Hier kunnen we goed gebruik van maken. Voordat we bijvoorbeeld op de markt aankomen tillen we de pup al op. Wij zijn de baas en de pup heeft dit toe te laten. We lopen de markt op en de pup kan alles vanuit een wat hogere en veilige positie in zich opnemen. Veel mensen willen hem aaien en knuffelen en hij leert dat de markt eigenlijk heel leuk is. Bijna aan het eind van de markt zetten we het puppy neer en wandelen spelend weg van de markt. Dat was leuk. Dit doen we ook langs de weg en in de winkelstraat.

Als u uw pup optilt omdat er een andere hond aan komt geeft u een ander signaal: door hem te steunen en "omhoog" te plaatsen geeft u het signaal dat uw pup dominant is ten opzichte van die andere hond. Dit zal voor een andere dominante hond aanleiding kunnen zijn om te grommen, op te springen of zelfs te bijten. Dit is dan ook de reden dat hele kleine hondjes, die in tasjes worden gedragen, vaak erg bijterig zijn. Zij zijn 'baas over alle honden' daar hoog op hun troon!

Schrikt de pup nu toch nog ergens van, wat natuurlijk heel goed mogelijk is, dan moeten we daar niet de aandacht op gaan vestigen. Stel hij schrikt van een grote groencontainer en deinst wat terug. Veel mensen gaan dan naar die groencontainer toe, hurken erbij en gaan met een wat hogere stem de pup lokken: 'Kom maar puppy dit is een brave container, die doet je niks, kijk maar'. De pup denkt alleen maar; 'wat doet mijn baas vreemd, daar moet wel iets heel ernstigs mee aan de hand zijn'. Veel beter is het om juist niet de aandacht op die container te vestigen. Leidt het puppy af en lok hem mee zodat hij leert dat als hij langs die container loopt er helemaal niets gebeurt. Hele goede bazen kunnen het gedrag ook negeren. De meeste honden zullen als ze ergens van schrikken ook even naar de baas kijken. Als die niet reageert, leren zij dat ze dus ook niet hoeven te reageren.

In rustiger situaties, zoals het speelveld (voor honden en niet voor kinderen) kunnen we de aandacht op onszelf richten. ga nu enthousiast met hem/haar spelen. Renspelletjes, zoekspelletjes, trek-spelletjes zijn hier uitermate geschikt voor. Neem leuke speeltjes en lekkere dingen mee. Roep veel de naam van de hond en als hij komt, laat daar dan steeds iets leuks of iets lekkers tegenover staan. Daarna mag hij weer weg om te spelen of snuffelen. Vaak mogen pups op het speelveld hun eigen gang gaan en worden alleen geroepen als de pret over is en ze weer mee naar huis moeten. Ze leren dan dat luisteren helemaal niet leuk is en komen niet meer graag bij de baas. De lol is er nu af. Als u hond komt, al is het na 100 keer roepen, dan nog mag u hem niet straffen. U straft dan namelijk niet voor "het niet komen", maar u straft als hij juist wel komt. Doet u dit wel dan resulteert dat later in een hond die helemaal niet meer komt of waar de baas eerst drie kwartier achteraan moet rennen. Veel beter is het dus om de pup meteen te leren, dat de baas eigenlijk het leukste van de hele wereld is. Voor nu en voor later.

Naast het leren wennen aan allerlei nieuwe dingen, is de primaire socialisatiefase ook de natuurlijke leerperiode van pups. Ze leren in het nest jagen, verdedigen,vluchten en doden (het schudden aan een lapjes). Bovendien zijn ze continu aan testen  hoe sterk zij en hun broertjes en zusjes al zijn. De hond is bezig met het vaststellen van dominantieverhoudingen. U moet dus zorgen dat de pup vanaf de eerste dag weet dat hij in het gezin de onderste plaats inneemt. Hoe sneller de pup dit weet hoe gemakkelijker de hele opvoeding zal gaan.

Na de primaire socialisatiefase begint de 'secundaire socialisatiefase', ook wel angstfase genoemd (vanaf twaalf weken tot vijf à zes maanden leeftijd). De natuurlijke nieuwsgierigheid van de pups gaat over in een natuurlijke vluchtneiging. Ineens kunnen ze overal bang voor worden. In deze periode kan ook desocialisatie plaatsvinden. Dat betekent dat alles, wat ze als heel gewoon hebben ervaren in de primaire socialisatiefase, alsnog eng gaan vinden. De baas moet dus ook gedurende de secundaire socialisatiefase de pup overal mee naar toe nemen. Hiernaast blijven de pups proberen om het in het gevecht om de hoogste plaats te winnen van de baas. Een goede consequente opvoeding is dan ook noodzakelijk.

Voorbeelden van gedragingen die voor een hond dominant zijn:

  • Na het spelen het speeltje mee mogen nemen: u heeft de hond nu uiteindelijk laten winnen! Dus na bijvoorbeeld een trekspelletje is het goed om het speeltje op te bergen en pas later terug te geven.
  • Letterlijk hoger zijn dan de baas: op de bank liggen, op bed spelen, opgetild worden, hoger op de trap staan. Als u hond op uw plek op de bank ligt, moet u niet ergens anders gaan zitten maar de hond wegsturen. Nog beter is om honden niet op meubilair en bed te laten!
  • Als eerste begroet worden door bezoek (dit is erg lastig als een enthousiaste pup op bezoek af stormt), als eerste van het gezin eten, als eerst door de deur gaan of de trap op gaan...

Na de secundaire socialisatiefase begint rond de leeftijd van vijf á zes maanden, de pubertijd. Hierin proberen de honden alles wat ze eerder geleerd hebben aan commando's en oefeningen weer te vergeten. Ze komen niet meer, ze gaan niet meer in één keer zitten en kunnen ineens gaan grommen bij de etensbak of de kluif. Ze proberen nu definitief hogerop te komen. Afhankelijk van de consequentheid van de baas, nu en in de eerste zes maanden van het leven van de pup, kan deze puberteit duren van ongeveer een maand of drie tot een jaar of twaalf.

Pups: leren alleen zijn

Vertrouwen tussen baas en pup moet groeien

Veel mensen die een pup nemen maken zich zorgen over de eerste nachten. Enerzijds omdat men natuurlijk graag zelf lekker wil slapen en anderzijds om niet nu al ruzie te krijgen met de buren. Bovendien is een jankende pup ook best wel zielig. Als goede leider mag u best de pup het vertrouwen van uw aanwezigheid geven en hem lekker meenemen naar de slaapkamer. Ook als u later wilt dat hij alleen beneden blijft.

U kunt zich voorstellen dat de eerst dag voor de pup ingrijpend is. Weg van zijn moeder, weg van zijn broertjes en zusjes en weg van de fokker. Er zijn nieuwe roedelgenoten in de vorm van mensen, die de pup volop aandacht geven, knuffelen, roepen, aaien en ermee spelen. U blijft er zelfs bij als u hem zijn eten heeft gegeven. En als hij even alleen heeft geslapen, bent u alweer snel terplekke als hij is wakker geworden. De eerste dag verloopt prima maar dan komt de eerst nacht. De buren zijn ervan op de hoogte gebracht dat het een lange nacht kan worden. U heeft een borstel, een oude doek uit het nest en een wekker in de mand van de pup klaar liggen om zijn moeder te imiteren.

U bent vastberaden en heeft afgesproken de pup te laten piepen. Dat is volgens velen tenslotte de beste manier om hem zo snel mogelijk te wennen aan 's nachts alleen blijven. Vaak begint het feest al na een paar minuten. De pup piept wat en krabt eens tegen de deur. Hij is niet in uw ‘moederfopperij’ gestonken. Na nog een paar minuten begint hij te janken. U denkt al even aan de buren en drukt uw kussen tegen uw oren. U heeft tenslotte afgesproken dat u vol zou houden. De pup voelt zich ook al niet zo prettig. Hij heeft de hele dag genoten van nieuwe roedelgenoten. Het huilen of janken is voor de pup een manier om zijn roedelgenoten bij zich te roepen. Als deze dan niet komen, omdat ze zonodig vol moeten houden, is de eerst deuk in de vertrouwensrelatie tussen de baas en de pup een feit. Veel beter is het om een pup die echt jankt mee te nemen naar de slaapkamer. Een eerste prioriteit is te zorgen voor vertrouwen. De pup moet dit blindelings krijgen van zijn nieuwe roedelgenoten. Stop hem in een grote doos binnen handbereik en op momenten dat hij het even moeilijk heeft kunt u hem lekker kriebelen en op zijn gemak stellen. Voor u en voor de pup veel prettiger. Dit is ook de beste manier als u de pup op termijn helemaal niet in de slaapkamer wilt hebben.

Wen hem de eerste dagen al aan de plaats waar hij later alleen zal moeten blijven. Iedere keer als hij aanstalten maakt om te gaan slapen, pakt u hem op en brengt hem naar zijn plaats. Hier knuffelt u hem in slaap, laat iets lekkers achter en u verlaat de kamer. De pup is alleen. Als hij nu wakker wordt vindt hij het lekkers en gaat er op kluiven. U heeft de pup in de gaten gehouden en komt vrolijk binnen. De pup weet na een paar keer dat u altijd terugkomt als hij even alleen is geweest. Zijn plaats wordt dus een veilige, fijne slaapplaats. Gaat hij na een paar dagen uit zichzelf naar die slaapplaats dan kunt u hem nu ook 's nachts hier alleen laten.

Wij wensen u een goede nachtrust!

Pups: pubertijd

Honden doorlopen vanaf hun geboorte tot aan de volwassenheid een aantal fases. Centraal daarin staan hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling. Ze moeten evenwichtig opgroeien en hebben daarvoor een juiste voeding en verzorging nodig. Ook geestelijk moeten ze volwassen worden.

Van geheel afhankelijke kleine bolletjes wol worden de pups groter en leren ze hun eigen krachten kennen. Ze leren hoe ze moeten reageren op de grote wereld om hen heen en leren omgaan met hun nieuw roedelgenoten: het gezin. Daarbuiten hebben ze kennis gemaakt met andere honden en spelenderwijs hebben de pups hun eigen plaats ingenomen.

Het is al lang niet meer gek om met een pup naar puppycursus te gaan. Gelukkig doen steeds meer mensen dat. Op deze cursus heeft de baas geleerd dat hij de baas moet worden en dat de hond helemaal onderaan de rangorde in huis hoort te staan Bepaalde commando's zijn geleerd, zodat de pup keurig op bevel komt, maar ook gaat zitten liggen als de baas dat zegt. Het dier leert te wandelen zonder te trekken en in de auto te blijven als dat nodig is. Kluiven op het meubilair is inmiddels een gepasseerd stadium.

Maar dan komt de pup in de puberteit. Reuen zullen in deze periode bij het plassen hun poot gaan optillen en niet meer in één keer hun blaas legen. Ze zullen veel meer kleine plasjes doen. Ze gaan geurvlaggen uitzetten. De baas is zo trots als een pauw, want zijn pup is reu geworden. De hond maakt hier dankbaar gebruik van en komt niet meer direct als hij geroepen wordt, maar zoekt eerst nog wat bomen op.

In de puberteit proberen de honden alles wat ze eerder geleerd hebben aan commando's en oefeningen weer te vergeten. Ze komen niet meer, ze gaan niet meer in één keer zitten en kunnen ineens gaan grommen bij de etensbak of de kluif. Ze proberen nu definitief hogerop te komen. Afhankelijk van de consequentheid van de baas, nu en in de eerste zes maanden van het leven van de pup, kan deze puberteit duren van ongeveer een maand of drie tot een jaar of twaalf.

Terug naar Honden