De Saen 075 - 617 39 11
Saendelft 088 - 343 73 43
Westerwatering 075 - 616 07 61

Algemene verzorging

Algemene verzorging

  • Chippen
  • Gebitsverzorging
  • Nagels knippen
  • Ontworming
  • Ontworming: Veel gestelde vragen
  • Ontwormingsmiddelen
  • Poetsbrief
  • Teken
  • Vlooien
  • Vlooienbestrijding

Chippen

Er wordt vaak gezegd dat wij als katteneigenaar in dienst zijn van onze katten. Zij bepalen vaak zelf waar ze gaan en staan. Wat er in hun leven buiten ons huis gebeurt, daar hebben wij vaak geen zicht op. Niets is vervelender dan wanneer uw kat niet thuis komt: het afvragen waar hij of zij uithangt, wat er is gebeurd en of iemand anders uw kat misschien gevonden heeft.

Om uw kat bij vermissing sneller terug te kunnen vinden, bestaat er de mogelijkheid om uw kat te identificeren. Eerder werd dit gedaan door het plaatsen van een tatoeage in het oor, dit is echter sinds 2002 verboden. Tegenwoordig gebeurt de identificatie met een transponder, beter bekend als de "chip". Dit wordt gedaan door een chip ter grootte van een rijstkorrel onder de huid tussen de schouderbladen te injecteren. Dit kan zowel bij wakkere dieren worden uitgevoerd, als ook tijdens een narcose (tijdens bijv. een castratie of sterilisatie). Na het inbrengen van de chip, moet de chip nog geregistreerd worden op uw naam. Dit wordt bij de PlusDierenklinieken voor u gedaan. Als de chip niet geregistreerd is, kan de chip niet gebruikt worden om de rechtmatige eigenaar op te sporen.

De chip is af te lezen met een chipreader. Alle dierenartsen en dierenambulances hebben een dergelijke chipreader en kunnen dus de code aflezen. Als dit nummer op een speciale website wordt ingevoerd en de chip staat geregistreerd bij een reguliere Nederlandse databank, dan kunnen zo de gegevens van de eigenaar worden getraceerd. Deze gegevens kunnen worden aangepast in het geval van een verhuizing of als de kat een nieuwe eigenaar krijgt.

In het geval van een vermissing is het belangrijk dat u zelf uw dier als vermist opgeeft bij de database van de chip. Het is handig om ook uw dierenkliniek en het dierenasiel op de hoogte te stellen van de vermissing. Daarnaast kunt u uw dier aanmelden bij Amivedi, de stichting voor vermiste en gevonden dieren.

Gebitsverzorging

Uit onderzoek blijkt dat 80% van de honden en 70% van de katten op tweejarige leeftijd al gebitsproblemen heeft. Onze huisdieren worden ook steeds ouder, en hun gebit heeft net als uw eigen gebit, levenslange verzorging nodig. Stelt u zich eens voor wat de consequenties zijn, als u stopt met tandenpoetsen.

Iedere dag vormt zich tandplaque op de tanden en kiezen van uw huisdier. Dit bestaat uit voedselresten en bacteriën. Als hierop mineralen neerslaan ontstaat tandsteen. Het tandvlees gaat ontsteken, wat je duidelijk kunt ruiken en pijnlijk kan zijn voor het dier. Als er niet wordt ingegrepen leidt dit uiteindelijk tot aantasting van het kaakbot en tot verlies van tanden en kiezen. Dat is natuurlijk iets dat we willen voorkomen. Verder is gebleken dat ontstekingen in de bek ook problemen elders in het lichaam kunnen veroorzaken aan bijvoorbeeld hart, lever en nieren. Een dier kan hieraan zelfs overlijden! Vandaar onze uitspraak dat een gezond gebit tot een langer en gezonder leven van uw dier leidt. Genoeg reden dus om het gebit en het tandvlees goed te verzorgen.

De mogelijkheden

Er zijn meerdere mogelijkheden om het gebit in een goede conditie te krijgen en te houden. Dagelijks tandenpoetsen is veruit de meest effectieve methode, eventueel ondersteund door maatregelen als aangepaste voeding, kauwmaterialen, drinkwatersupplementen (Vet aquadent). Het personeel van de praktijk kan u uitgebreid voorlichten over de beschikbare mogelijkheden.

Voor een optimaal resultaat van preventieve zorg, is het van belang dat het gebit in goede conditie is. Bij reeds bestaande problemen is het noodzakelijk om deze eerst aan te pakken. Dat doen wij door middel van het uitvoeren van een professionele gebitsreiniging. Wij brengen het dier hierbij onder volledige narcose zodat de behandeling optimaal kan worden uitgevoerd zonder dat het dier pijn of angst voelt.

De gebitsreiniging

Een professionele gebitsreiniging begint met een globale inspectie van de mondholte. Daarna wordt alle zichtbare plaque en tandsteen verwijderd. Dit wordt gedaan door een assistente die hiervoor een speciale opleiding tot mondhygiëniste gevolgd heeft. Daarna volgt een uitgebreide inspectie van tanden en tandvlees. Er wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van beschadigingen of standsafwijkingen van de tanden en kiezen, maar ook op aandoeningen die meer verborgen zijn, zoals aantasting van de wortels en het kaakbot (parodontitis). Soms is het noodzakelijk om tanden of kiezen te trekken. Dit wordt na overleg met de eigenaar door de dierenarts gedaan. Omdat dit pijnlijker is dan reinigen, krijgen de dieren een extra lokale verdoving. Zo hoeven we de dieren niet dieper in slaap te brengen, wat weer veel veiliger is. Indien nodig worden er röntgenfoto's gemaakt. Ter afsluiting wordt het gebit gepolijst.

Nazorg

Afhankelijk van de uitgevoerde behandeling krijgt u advies over de noodzakelijke nazorg. U moet hierbij denken aan het geven van medicamenten zoals antibiotica en pijnstillers, voedingsadviezen en controle-afspraken. Nu is het uiterst belangrijk om nieuwe tandsteenvorming te voorkomen.

Onze praktijk heeft een speciaal tandheelkunde-programma ontwikkeld. Daardoor kunt u erop rekenen dat voor uw dier optimale middelen en vakbekwaam personeel beschikbaar zijn ter behandeling en voorkoming van gebitsproblemen. Reeds aanwezige problemen kunnen we volgens de meest recente behandelingsmethoden aanpakken.

Kortom: u huisdier verdient meer dan alleen 'even tandsteen wegkrabben'

Nagels knippen

Gelukkig zijn er katten waarbij de nagels nooit geknipt hoeven te worden, omdat de nagels door het lopen op harde ondergrond en het gewicht van het dier vanzelf afslijten. Bij deze dieren is het alleen belangrijk om af en toe te controleren of het zijnageltje (duim) niet te lang wordt. 
Sommige katten hebben zwarte nagels en de kans op "in het leven" (dus het gevoelige deel) knippen wordt dan groter, omdat je niet goed kunt zien tot waar de nagel afgeknipt kan worden. Wanneer u de kans op in het leven knippen te groot vindt, dan kunt u de nagels ook telkens een stukje afvijlen. Bij de dierenarts(assistente) kunt u altijd een afspraak maken voor nagels knippen.

Te lange nagels kunnen een afwijkende stand van de voeten veroorzaken. Ook kunnen ze na lange verwaarlozing doorgroeien (rond groeien) tot in het vlees. Dit is natuurlijk zeer pijnlijk. Als u zelf de nagels van uw kat wil gaan knippen, schaf dan een goede nageltang voor dieren aan. Gebruik altijd een stevige scherpe tang. Als de tang niet scherp genoeg is, drukt deze de nagel teveel samen voordat er daadwerkelijk geknipt wordt. Vergelijk het gevoel alsof u met uw vingers tussen de deur komt. 

Heeft uw dier lichtgekleurde nagels dan kunt u goed zien waar het 'leven' zit. Dit is de rode ader die u in de nagel ziet. U kunt ruim daarvoor de nagel veilig afknippen.
Heeft uw dier zwarte nagels dan knipt u het minimale eraf om te voorkomen dat u in het 'leven' knipt, hetgeen zeer pijnlijk is. Gebruik bij twijfel een vijl om een stukje van de nagel af te vijlen. Zorg dat iemand u helpt met het vasthouden van uw kat.

Mocht u onverhoopt toch het bloedvat raken dan moet deze zo snel mogelijk worden gedicht. Hiervoor kunt u druk uitoefenen met een schone doek, een ijsblokje of aluin gebruiken. Ook maizena kan worden gebruikt om het bloeden te stelpen.

Ontworming

Bij katten in Nederland komen besmettingen voor met o.a. spoelwormen, lintwormen en haakwormen. Kittens worden rond de geboorte via de moeder (in de baarmoeder en via de moedermelk) besmet met spoelwormen. Door hun verminderde weerstand is hun immuunsysteem niet in staat deze larven te doden en kunnen ze ziek worden als gevolg van een wormbesmetting. Ze kunnen dan diarree krijgen, slecht eten, onvoldoende groeien, serieuze darmproblemen krijgen zoals een verstopping of afsluiting van de darm en in zeer ernstige gevallen zelfs overlijden.

Om ziekte ten gevolge van een wormbesmetting te voorkomen, moeten kittens en katten regelmatig ontwormd worden.

Hoe vaak moet ik mijn kat ontwormen?

  • Kittens: op  drie weken leeftijd + vijf weken + zeven weken + tot twee weken ná het spenen (vaak dus op negen weken leeftijd ook nog als het kitten in week zeven bij de moeder weggaat). Daarna elke maand tot zes maanden leeftijd.
  • Volwassen katten (vanaf zes maanden leeftijd): iedere drie maanden. In een huishouden zonder kinderen met binnen gehuisveste katten volstaat het om één keer in de zes maanden te ontwormen.

De effectiviteit van een ontwormingsmiddel is aan de buitenzijde lastig te beoordelen. Het is dus belangrijk een goed middel te gebruiken die de juiste/alle wormsoorten bestrijdt. Daarnaast zijn niet alle middelen geschikt voor jonge dieren. Onze assistentes geven u graag advies over de beste ontworming van uw kat.

Ontlastingsonderzoek op wormeneieren

Als alternatief voor standaard vier keer per jaar ontwormen, is het mogelijk om de ontlasting van uw huisdier te laten onderzoeken op de aanwezigheid van wormeieren. PlusDierenklinieken heeft hiervoor de mini-flotac uit Italië geïmporteerd, een zeer betrouwbare methode. Indien uit het onderzoek blijkt dat uw kat niet besmet is met wormen, hoeft hij/zij op dat moment ontwormd te worden.

Diverse wormsoorten:

Spoelwormen:

Een spoelworm leeft in de darmen en is vaak niet te zien buiten het lichaam. Alleen bij een zeer zware wormbesmetting kan het voorkomen dat een kat wormen uitbraakt of uitpoept. Ook zonder de wormen in de ontlasting te zien, kan een kat dus besmet zijn.

Besmetting met spoelwormen gaat via opname van eitjes uit de omgeving of via besmet voedsel. Bijvoorbeeld door het eten van gras of besmet rauw vlees. Via uw schoeisel kunt u eitjes mee naar huis nemen, met name de deurmat blijkt nog wel eens een bron van besmetting voor binnenkatten. In de darm worden de wormen volwassen. Ze kunnen de darmwand beschadigen en diarree veroorzaken. Iedere volwassen spoelworm produceert gemiddeld 250.000 (!) eitjes per dag die via de ontlasting weer in de omgeving terecht komen. De eitjes zijn microscopisch klein en niet zichtbaar met het blote oog.

Spoelwormen zijn een risico voor de mens! Als een mens een honden- of katten-spoelwormei doorslikt, kan de wormlarve het lichaam wel binnendringen, maar hij komt niet terug in de darmen en wordt nooit volwassen. Echter kan de wormlarve wel voor problemen zorgen; een mens kan lever-, long-, hersen- en oogproblemen of chronische vermoeidheid ervan krijgen. Bij kinderen kan het leiden tot blindheid, astma of allergie.

Lintwormen:

Lintworm verraadt zijn aanwezigheid meestal door "rijstkorrels" in de mand of bij de anus van het dier. Vlooien kunnen lintworm overbrengen. Het gelijktijdig ontvlooien en ontwormen bij een vlooienbesmetting is dus belangrijk. Vossenlintworm komt voor in Oost-Groningen en Zuid-Limburg, maar ook in het buitenland. Deze lintworm kan bij een infectie van de kat een gezondheidsrisico zijn voor de mens. Bij verblijf in risicogebieden is het belangrijk om katten die buiten komen maandelijks te ontwormen met praziquantel (Milbemax). Direct bij thuiskomst en een maand na bezoek aan een risicogebied dient de ontworming te worden herhaald.

Haakwormen:

Haakworminfecties zijn met name bij katten in asiels, kennels en bij zwerfdieren te vinden maar kunnen ook bij huiskatten voorkomen. Klachten bij een besmetting zijn vaak mild, maar ze kunnen ook ernstige darmontsteking veroorzaken.

Ontworming: Veel gestelde vragen

"Ik heb een kitten, wanneer moet hij zijn eerste ontworming hebben?"

De ontworming van een kitten begint al bij de fokker op drie weken leeftijd, daarna moet u dit herhalen op vijf, zeven en negen weken leeftijd, dan een keer per maand tot een half jaar leeftijd, en daarna minimaal vier keer per jaar.

"Mijn kat komt niet buiten, daarom ontworm ik hem niet"

Ook binnen-katten moeten regelmatig een ontwormingskuur krijgen. Wel kan dit minder frequent, maar een tot twee per jaar is het minimum! Een kat is namelijk nooit wormvrij. Er zijn altijd larve in ruststadium aanwezig die met een ontwormingsmiddel niet aangepakt worden, omdat deze 'ingekapseld' zitten. Ze worden geactiveerd bij verminderde weerstand (ziekte) of onder invloed van hormonen (zoals dracht of krolsheid). Heeft uw kat vlooien, dan moet er extra ontwormd worden. Gebruik dan wel een middel dat ook tegen lintworm werkt (lintworm wordt namelijk overgebracht door o.a. vlooien). Komt uw kat wel af en toe in de tuin dan raden wij u aan het ontwormschema voor de buitenkat volgen.

"Mijn kat is nog nooit ontwormd"

Dan is het verstandig uw kat alsnog te ontwormen. De kat kan er mogelijk op het moment nog geen last van hebben, maar bij een ernstige wormbesmetting kan uw kat er wel degelijk ziek worden! Daarnaast is het niet enkel voor de gezondheid van uw dier, maar ook voor de volksgezondheid verstandig minimaal twee keer per jaar (voor binnenkat) of vier keer per jaar (voor buitenkat) te ontwormen. Spoelwormen zijn namelijk besmettelijk voor mensen en kinderen. De spoelwormenlarven kunnen, als we deze oplopen, door ons lichaam reizen en ontstekingen veroorzaken aan lever, nieren, longen en hersenen.

"Ik zie bij mijn kat helemaal geen wormen in de ontlasting"

Wormen ziet u ook meestal niet in de ontlasting. Alleen bij een ernstige besmetting met spoelwormen, komen de wormen met de ontlasting mee of braken ze deze uit. In de meeste gevallen zult u weinig merken aan uw kat, de wormen houden zich rustig in de darm. Krijgt het dier om een andere reden darmproblemen (bijvoorbeeld door een virus, infectie of iets verkeerd gegeten), dan zal een dier met wormen daar veel meer last van hebben, omdat de darmwand al wat geïrriteerd is. Lintwormen zie je meestal wel: dan vindt u 'rijstkorrels' op de ligplekken en/of rond de anus of onder de staart.

Ook kunnen er zweep- of haakwormen voorkomen, die graven 'gangen' in het darmkanaal waar ze zich verstoppen, en zijn nooit in de ontlasting te zien.

"Mijn kat heeft wormen, wat moet ik hier aan doen?"

Probeer te achterhalen wat voor wormen. Spoelwormen lijken op elastiekjes of spaghetti-sliertjes. Lintwormen lijken op rijstkorrels. Zweep- en haakwormen worden vaak als spoelworm geïdentificeerd, maar zijn veel dunner. Indien er meerdere dieren in huis aanwezig zijn, moeten alle dieren gelijktijdig ontwormd worden. Het dier waarbij de wormbesmetting geconstateerd is, kan de andere dieren ook besmet hebben of is juist besmet door een huisgenoot. In geval van een lintworminfectie is het verstandig om goed te controleren op vlooien. Na twee weken moet de kuur herhaald worden.

"Kan ik een ontworming niet bij de dierenwinkel kopen?"

Een dierenwinkel verkoopt ook ontwormingsmiddelen, maar niet alle middelen werken even goed. Sommige oudere middelen zijn minder veilig voor het dier. Daarnaast is er tegen sommige middelen al resistentie ontstaan, oftewel het middel werkt niet meer. Let ook op: niet alle ontwormingsmiddelen zijn breed-spectrum, vaak worden de lintwormen niet aangepakt. De ontwormingsmiddelen die wij verkopen, pakken meerdere wormen gelijktijdig aan. Bedenk ook dat alle nieuwe middelen de eerste vijf jaar bij wetgeving alleen door de dierenarts verkocht mogen worden. Dus de modernste middelen vindt u daar!

"Ik heb mijn kat pas nog ontwormd en nu heeft hij weer wormen, hoe kan dit?"

Een ontwormingskuur werkt enkel op het moment dat u deze geeft. Vangt de kat na de ontworming een besmette muis of raakt hij in contact met besmette ontlasting dan kan hij opnieuw wormen oplopen. Het is verstandig uw kat opnieuw te ontwormen.

"Het lukt mij niet om mijn kat te ontwormen, hij slikt geen tabletten..."

Er zijn verschillende middelen bij ons verkrijgbaar, smakelijke tabletten, smakelijke pasta en, zeer handig, druppels voor in de nek (Stronghold en Profender)!

Ontwormingsmiddelen

Hieronder vindt u de verschillende ontwormingsmiddelen die wij verkopen op een rijtje:

Milbemax(milbemycine + praziquantel) tabletten

  • Werkzaam tegen alle wormsoorten (ook de hartworm)
  • Eenmalige behandeling
  • Kleine tabletten
  • Ook bij drachtige en lacterende dieren te gebruiken
  • Niet bij kittens jonger dan zes weken en/of lichter dan 0,5 kg

Panacur (fenbendazol) tabletten en pasta

  • Werkzaam tegen spoelwormen, haakwormen, lintworm en giardia
  • Driedaagse ontwormingskuur
  • Bij giardia vijf opeenvolgende dagen
  • Niet tijdens de dracht

Stronghold(selamectine) Spot-on

  • Werkzaam tegen spoelwormen, haakwormen en hartwormlarven
  • Werkt ook tegen vlooien, luizen en mijten (gedurende één maand)
  • Eenmalige toediening via druppels in de nek
  • Ook bij drachtige en lacterende dieren te gebruiken
  • Vanaf zes weken leeftijd

Stronghold Plus ( selamectine + sarolaner ) Spot-on

  • Tegen vlooien, teken, preventie hartwormziekte, behandeling rondworm-haakworminfecties, bijtende luizen en oormijt.
  • Eenmalige toediening
  • Vanaf acht weken leeftijd en minimaal 1,25 kg
  • Pipet in nek, drie verschillende maten
  • Niet bewezen veilig bij drachtige en lacterende dieren

Profender (emodepside + praziquantel) Spot-on

  • Werkzaam tegen spoelwormen, haakwormen en lintwormen
  • Eenmalige toediening via druppels in de nek
  • Vanaf acht weken leeftijd, niet bij dieren lichter dan een 0.5 kg
  • Ook bij drachtige en lacterende dieren te gebruiken

Poetsbrief

Bij uw kat kan tandplaque ontstaan onder andere doordat bacteriën zich vasthechten aan de tanden en kiezen. Tandplaque kan met een tandenborstel verwijderd worden. Dit kan in een korte tijd omgezet worden in tandsteen en is niet weg te poetsen.

Welke problemen kunnen er door tandplaque ontstaan?

Tandplaque kan zorgen voor gebitsproblemen. Hierbij kan je denken aan een slechte adem, tandvleesontsteking (gingivitis) en met mogelijk gevolg het verlies van tanden en kiezen. Er kunnen ook ontstekingen elders in het lichaam ontstaan, zoals ontsteking van hart, lever en nieren.

Waarmee kunt u het gebit poetsen van uw kat?

Poetsen kan op verschillende manieren. Het kan met een gaasje om uw vinger of een tandenborstel voor katten. Tandpasta kunt u ook gebruiken. Gebruik nooit een tandpasta voor mensen! Ook de peutertandpasta bevat voor dieren teveel fluoride. Een speciale tandpasta voor hond/kat kan wel worden ingeslikt en heeft een aantrekkelijk kipsmaak, waardoor het poetsen makkelijker gaat.

Wanneer is het verstandig om contact op te nemen met uw dierenarts?

  • Indien uw kat last heeft van langdurig slechte adem.
  • Indien uw kat schudt met de kop of bij pijnuitingen (bijvoorbeeld miauwen of blazen)
  • Indien uw kat de laatste tijd geen of minder droge brokken eet
  • Indien uw kat bruingele aanslag (tandplaque/-steen) op zijn tanden en kiezen heeft.
  • Indien uw kat rood mondslijmvlies heeft.
  • Indien het poetsen zelf niet lukt, kunnen wij u helpen het poetsen te leren.

Stap voor stap

Stap 1: Wennen

Laat uw kat wennen aan de aanraking in de mond door dagelijks te oefenen. Til hierbij de bovenlip op om tanden en kiezen te bekijken. Hierbij kunt u zijn tanden aanraken en eventueel iets lekkers op uw vinger doen. Daarna mag u uw kat belonen.

Stap 2: Poetsen met een gaasje

Til de bovenlip op en ga langzaam en zachtjes met een gaasje om uw vinger over de tanden heen. Ga niet forceren en laat uw kat regelmatig slikken. Ga niet verder in de mond van uw kat dan dat hij toelaat. Daarna mag u uw kat belonen.

Stap 3: Poetsen met een tandenborstel

Til zijn bovenlip op. Houd uw wijsvinger op de borstelkop van de tandenborstel, zo houdt u controle op de borstelbeweging. Begin langzaam en zachtjes met het poetsen van de hoektanden en daarna gaat u verder met de tanden en kiezen. De voortanden worden gepoetst met een op- en neerwaartse beweging. Belangrijk is om niet te forceren en laat uw kat regelmatig slikken. Daarna mag u uw kat belonen.

Beloning: Beloon uw kat na iedere poetsbeurt door met hem te gaan spelen of met een tandverzorgende snack/brok. Uw kat zal de poetsbeurt gaan associëren met een plezierige gebeurtenis.

Belangrijkste met poetsen is:
Vermijd elke vorm van dwang, bouw rustig op en beloon uw kat!

Teken

Vlooien en teken zijn niet alleen vies en lastig, maar kunnen ook heel gevaarlijke ziekten overbrengen. Vlooien kunnen een plaag zijn voor mens en dier. Ze zijn bij huisdieren vaak de oorzaak van worminfecties en huidaandoeningen. Lees hier meer over vlooienbestrijding en vlooienallergie.

Teken zijn parasieten die behoren tot de familie van de spinachtigen. Ze wonen in bomen en struiken en laten zich op mens en dier vallen als die langslopen. Ze zuigen bloed bij zoogdieren, vogels en mensen en kunnen ontstekingen veroorzaken. Daarnaast kunnen ze een aantal gevaarlijke ziekten overbrengen. Na zich vol gezogen te hebben, laten ze weer los.

Door het mildere klimaat en het vaker internationaal reizen met huisdieren vormen teken een toenemend risico voor de gezondheid van mens en dier. Volgens recent onderzoek van de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht heeft de zogenaamde Tijgerteek (Dermacentor reticulatis) zich permanent in Nederland gevestigd. Deze teken kunnen besmet zijn met ernstige ziekteverwekkers zoals Babesia. Bij niet tijdig ingrijpen na een besmette tekenbeet kan dit dodelijk zijn voor uw huisdier. Ook is circa 25% van alle teken besmet met de ziekte van Lyme, wat zowel voor u als uw kat een risico is.

In Zuid-Europa komen veel besmette teken voor. Extra bescherming van huisdieren is daar daarom aan te raden.

Om uw kat goed te beschermen tegen teken kunt u gebruik maken van een tekenband (dit is niet hetzelfde als een vlooienband!) of van een goed spot-on middel:

  • Seresto vlooien- en tekenband: deze band werkt tegen teken, vlooien en vlooienlarven. De band  is zeven tot acht maanden werkzaam en stinkt niet. De werkzame stof wordt opgenomen door de vetlaag van de huid van het huisdier waardoor de band werkzaam is over het gehele lichaam. De band kan op twee punten breken mocht de kat blijven haken achter de halsband. De band mag niet gebruikt worden bij kittens jonger dan 10 weken
  • Bravecto spot-on: deze spot-on werkt tegen teken en vlooien. De druppel werkt twaalf weken tegen vlooien en teken. Het middel mag gebruikt worden bij katten vanaf elf weken en zwaarder dan 1,2 kg. Het mag niet aan drachtige of lacterende poezen gegeven worden.

Indien u of uw huisdier een teek heeft, is het belangrijk om deze snel en zorgvuldig te verwijderen. Het is beter om de plek van tevoren niet te ontsmetten of schoon te maken. Een teek kunt u het beste verwijderen met een tekentang. Zet deze tang goed op of om de teek en trek de teek er al ronddraaiend eruit. Tekentangen zijn er in verschillende vormen en soorten. Na het verwijderen van de teek, kunt u de teek doodmaken en de wond ontsmetten.

Vlooien

Iedere kat, groot of klein, binnen- of buiten levend, kan vlooien krijgen. Ook kunnen u of uw bezoek vlooien meenemen via oa. kleding. De volwassen vlooien die u op uw kat ziet maken slechts 5% van het totale probleem uit. De eitjes, larven en poppen in de omgeving nemen de overige 95% voor hun rekening.
Nadat een vlo heeft ‘gegeten’ legt zij tientallen eitjes per dag. Deze eitjes (en ook de larven en poppen) kunnen zeer lang (meer dan zes maanden) overleven onder extreme omstandigheden. De ontwikkeling van de vlooien buitenshuis is seizoensgebonden, maar binnenshuis zijn de temperatuur en luchtvochtigheid het gehele jaar door optimaal voor vlooien om te ontwikkelen.

Zwarte korreltjes

Ziet u zwarte korreltjes in de vacht van uw kat? Dit is vlooienontlasting. Als u dit tussen een vochtige doek legt en de korrels rood/bruin verkleuren, dan is dit bloed! De cyclus van een vlo (van eitje naar volwassen vlo) duurt in het gunstige geval 16-28 dagen. In het meest ongunstige geval kan de cyclus zelfs een jaar duren! Daarom kan het een maand, of langer duren voordat u van alle vlooien af bent. De vlo is tevens de tussengastheer van de lintworm en kan dus een wormbesmetting veroorzaken. Ontwormen is bij een vlooienbesmetting daarom erg belangrijk.

Jeuk

Het speeksel van de vlo, die voorkomt dat het bloed stolt, kan een huidreactie veroorzaken. Katten krabben en bijten zich omdat zij jeuk hebben. De huid wordt rood en ze hebben last van haarverlies en korstjes. Je ziet dit vooral op de rug, aan de staarbasis, de buik en aan de binnenkant van de poten. Sommige katten ontwikkelen een allergie tegen vlooienbeten. Meestal ontstaat deze allergie bij jonge dieren, maar het kan op iedere leeftijd ontstaan.

Verschillende middelen

Er zijn verschillende soorten vlooienmiddelen. Vroeger werden vaak pilletjes, shampoos of vlooienbanden gebruikt. De ouderwetse vlooienbanden geven een poeder af aan de vacht. Via aaien komt dit op uw handen. Het poeder zit vooral op de kop, nek en schouders en niet op het achterlijf. Dit is wel de plek waar de vlooien het liefste zitten! Shampoos doden de vlooien niet maar versuffen ze alleen. Er zijn betere en veiligere middelen verkrijgbaar: de "spot-on" producten.

Een "spot-on" is een middel dat snel en simpel op de huid van uw kat wordt aangebracht. Het trekt in de huid en verdeelt zich over de rest van het lichaam.

  • Stronghold = spot-on. Doodt de vlooien, de larven en zorgt dat de de eitjes niet uitkomen. Het werkt ook tegen mijten, luizen, spoelwormen en hartworm. Stronghold mag vanaf zes weken leeftijd toegediend worden en werkt een maand. Het is ook heel veilig bij drachtige en zogende dieren. Stronghold beschermt de kittens van jonger dan zes weken (middels door toediening bij de moeder) tegen spoelwormen en vlooien.
  • Bravecto =  spot-on. Deze spot-on werkt twaalf weken tegen vlooien en teken. Het middel mag gebruikt worden bij katten vanaf elf weken en zwaarder dan 1,2 kg. Het mag niet aan drachtige of lacterende poezen gegeven worden.
  • Activyl = spot-on. Doodt de vlooien en larven. Het werkt via bio-activatie, de stof is pas werkzaam zodra de vlo het opneemt. Dit geeft een hoge kind-veiligheid. Activyl mag gegeven worden vanaf acht weken (en boven 0.6 kg) en werkt vier weken. Het werkt niet tegen teken.

De spot-on middelen hoeven niet verdeeld te worden over meerdere plaatsen op de huid. De spot-on middelen plaatst u net achter het hoofd in de nek op de kale huid. Ze hebben een snelle werkzaamheid en zijn veilig wanneer de kat zich likt op de plek waar u het middel heeft toegediend of als u hem daar aanraakt.

Het goed aanbrengen van een pipet op de kale huid

  • Program injectie = injectie. Zorgt ervoor dat de vlooieneitjes niet uitkomen en werkt een half jaar. Het werkt preventief. Bij een vlooienplaag is het raadzaam om ook een vlo-dodend middel te gebruiken om de aanwezige vlooien te doden.
  • Seresto = vlooien- en tekenband. De nieuwste generatie vlooienband werkt tegen vlooien én teken! De band werkt zeven tot acht maanden. Het middel wordt opgenomen in de vetlaag van de huid. De band is veilig: er zitten twee systemen in om te voorkomen dat de kat ergens achter blijft haken met alle gevolgen van dien. Het mag gegeven worden vanaf een leeftijd van tien weken.
  • Indoor-X = omgevingspray. Doodt vlooien en larven in de omgeving gedurende vier tot zes weken. Het werkt ook tegen andere kruipende insecten zoals kakkerlakken en wespen. Niet toepassen in ruimten die toegankelijk zijn voor kinderen van nul tot vier jaar. Bij een vlooienplaag een keer per maand gedurende drie maanden preventief sprayen, vier keer per jaar preventief omgeving behandelen.
  • Comfortis = tablet. Doet al na 30 minuten na toediening zijn werk. De vlo gaat zeer snel dood na zijn eerste bloedmaaltijd. Daarom is dit middel zeer geschikt bij vlo-allergieën. Het moet maandelijks toegediend worden en mag gebruikt worden vanaf 14 weken leeftijd.

Nieuwe vlooienmiddelen (en ontwormingsmiddelen) mogen de eerste vijf jaar alleen voorgeschreven worden door de dierenarts. Dit is wettelijk vastgelegd, daarom kunt u de modernste en nieuwste vlooienmiddelen nooit in een dierenwinkel kopen!

Meer tips over goede vlooienbehandeling kunt u lezen in de brief "Tips bij vlooienbestrijding"

Heeft u nog vragen, neem dan gerust contact op met onze praktijk.

Vlooienbestrijding

Goede vlooienbestrijding begint bij een goed vlooienmiddel. Meer informatie over goede vlooienmiddelen vindt u hier. Alleen kammen is geen vlooienbestrijding. Hiermee vangt u slechts enkele van de vlooien die op de kat aanwezig zijn, en dit is minder dan vijf procent van het totaal aantal vlooien! Kammen van uw kat kan wel gebruikt worden om in te schatten of er vlooien zijn en wat de ernst van de besmetting is. Maar ook met gebruik van goede vlooienbestrijdingsmiddelen valt het resultaat voor veel eigenaren tegen.

Dit tegenvallende resultaat heeft verschillende oorzaken:

1. Veel eigenaren verwachten enkele dagen na het geven van een vlooienmiddel geen vlooien meer te vinden. De cyclus van de vlo duurt drie maanden en de meeste vlooien zitten in uw huis en niet op de kat. Belangrijk is om regelmatig, zorgvuldig alle dieren te behandelen met een goed vlooienmiddel. Gemiddeld duurt het dus ook drie maanden voordat een vlooienprobleem geheel is opgelost! Dit is ook de reden waarom het belangrijk is om het hele jaar door preventief tegen vlooien te behandelen en niet pas als er al een vlooienprobleem aanwezig is. Ook in de wintermaanden zijn er tegenwoordig veel vlooien! Een vlo moet eerst bijten en dan duurt het minimaal 24 uur voordat hij dood gaat (bij Comfortis acht uur). Volwassen levende vlooien kunnen dus nog wel gevonden worden ondanks dat u een goed vlooienmiddel gebruikt.

2. Niet goed toedienen van vlooienmiddel: het lijkt zo simpel, maar bij navraag blijkt hier toch vaak het probleem te liggen.

De fouten die gemaakt worden:

  • Niet goed op de kale huid spot-on aanbrengen, de vloeistof komt teveel in de haren terecht.
  • Op een plaats aanbrengen waar de kat de vloeistof op kan likken. Sommige eigenaren weten dat vlooien het liefst op het achterlijf zitten, maar het daar aanbrengen van het vlooienmiddel is niet zinvol en onnodig.
  • Verdelen van een pipet voor zwaardere dieren over meerdere lichte dieren. De spot-ons bevatten een oplosvloeistof en werkzame stof. De hoeveelheid verschilt per gewichtscategorie.
  • Het zwemmen of wassen twee dagen voor of twee dagen na het geven van vlooiendruppels.
  • Niet vaak genoeg gebruiken van vlooienmiddel: De meeste vlooienmiddelen werken gedurende vier weken. Wilt u vlooien bij uw kat voorkomen of bestaande besmetting bestrijden, dan zult u dus ook strikt iedere vier weken moeten behandelen.  

3. Niet alle dieren in het huishouden worden goed behandeld: alle honden en katten en soms ook konijnen in het huishouden moeten tegelijk behandeld worden, ook als deze geen klinische klachten hebben of hier geen vlooien te zien zijn. Als uw kat herhaaldelijk contact heeft met andere met vlooien besmette dieren (bijvoorbeeld de kat van de buren), kan het resultaat van bestrijding bij uw dier(en) tegenvallen.

4. Vergeet niet in huis ook vlooien te bestrijden: Belangrijk is dat naden, kieren, kleden en ligplekken van dieren goed worden stof gezogen. Eventueel voorkomt een vlooienbandje in de stofzuigerzak dat opgezogen eitjes en larven alsnog als vlo vanuit de zak weer in huis komen. Verder kan in huis een spray gebruikt worden, zoals de Indoor-X spray, om vlooien te doden.

Heeft u nog vragen, neem dan gerust contact op met onze praktijk.

Terug naar Katten