De Saen 075 - 617 39 11
Saendelft 088 - 343 73 43
Westerwatering 075 - 616 07 61

Gedrag

Gedrag

  • Het zindelijk maken
  • Hondenscholen in de Zaanstreek
  • Hondensporten
  • Kind en hond
  • Kind: angst voor het kind
  • Kind: angst voor honden
  • Kind: baby op komst
  • Kind: regels aanleren
  • Kinderen >12 jaar
  • Kinderen 6-12 jaar
  • Kinderen en puppy's
  • Nieuwe hond
  • Trainen met uw hond
  • Vuurwerkangst

Het zindelijk maken

Honden zijn van nature zindelijke dieren. Zindelijk maken is een kwestie van stimuleren en aanmoedigen. Het ontwikkelen van het bij de geboorte meegekregen instinct om het 'nest' niet te bevuilen levert normaal gesproken geen problemen op.

Wilde hondachtigen en wolven houden hun hol schoon. Alle uitwerpselen van de pups worden door de ouders weggebracht. Zodra de pups kunnen lopen, zoeken zij zelf een plekje buiten het nest om hun behoefte te doen. Het is daarom belangrijk dat de pup al bij de fokker in een zo schoon mogelijke omgeving opgroeit. Een fokker die verantwoord te werk gaat, voorkomt dat de jonge hondjes tussen hun eigen uitwerpselen moeten zitten. Vaak liggen er kranten op de vloer van de speciale werpkist of is er een afgezette loopruimte voor de pups gereserveerd. In die ruimte zoeken de pups een plek voor hun behoefte die zo ver mogelijk verwijderd is van de plaats waar ze slapen. Stro is als ondergrond minder geschikt omdat urine en uitwerpselen er doorheen zakken. Verder kan stro niet worden schoongemaakt en moet het telkens volledig worden vervangen. Gebeurt dat niet, dan wennen de pups eraan om in hun eigen viezigheid te zitten. Het wordt dan voor de nieuwe eigenaar moeilijker om de pup zindelijk te maken.

Ongelukjes voorkomen

Voor de pup die we net bij de fokker hebben opgehaald, geldt dat ons huis te groot is om het als nest te beschouwen en schoon te houden. Daarom zullen er de eerste weken de nodige ongelukjes gebeuren. Probeer ongelukjes zoveel mogelijk te voorkomen door de pup goed in de gaten te houden. Pak hem op en zet hem buiten bij voortekenen zoals snuffelen, piepen of een rondje draaien vertoond. De meeste pups 'moeten' als ze een slaapje hebben gedaan, als ze net hebben gegeten of gespeeld. Pak het hondje op (de ene hand onder zijn achterste en de andere tussen zijn voorpoten) en zet hem buiten op een plekje dat geschikt wordt geacht als hondentoilet. Dat kan een stukje tuin zijn of bos of openbaar groen waar het geen kwaad kan. Iedere keer hetzelfde plekje dat snel bereikbaar is!

Wie een terras heeft kan er tijdelijk een of twee tegels uithalen, zodat de pup leert om op dat plekje zand zijn behoefte te doen. Is hij eenmaal zindelijk, dan kunnen de tegels weer terug en komt de hond niet meer in de verleiding. Ook op het balkon van een flat gaat het prima. Het is te overwegen om daar een stukje gras neer te leggen om een toiletje te markeren. Een oude kleine zandbak met zand volstaat ook. De geurtjes die er blijven hangen, zullen de pup stimuleren om er een volgende keer weer zijn behoefte te doen.

Dezelfde plek

Waar het hondentoilet ook geïnstalleerd wordt, het is belangrijk dat de pup telkens op dezelfde plek terugkomt om zijn behoefte te doen. Laat hem niet door de hele tuin zijn behoefte doen! Neem de pup aan de lijn mee naar de bewuste plaats of zet hem daar neer. Houd hem dan ook aan de lijn, zodat hij niet uit eigen beweging ergens anders naar toe kan. Bij erg jonge pups is het handig om hem in huis op te pakken en pas op zijn toilet weer neer te zetten, zodat er onderweg niets kan gebeuren. Het oppakken zet direct een rem op de behoeftedrang. Wacht bij het hondentoilet geduldig (!) tot de pup door de achterpoten zakt en moedig hem dan direct aan met vriendelijke woorden. Wees enthousiast, want als uw pup zijn behoefte doet is hij de knapste pup van de wereld!!

Ongelukjes

Ondanks alle oplettendheid zal er in het begin soms het nodige in huis terecht komen. De voortekenen zijn niet altijd even duidelijk. Maak u dan vooral niet boos en haal in geen geval de hond met zijn neus erdoor. Hij weet niet beter en zal schrikken en zenuwachtig worden van uw bestraffing. Ruim het ‘corpus delictum’ rustig op en gebruik geen schoonmaakmiddel met ammoniak erin. Die geur werkt juist aanlokkelijk.

Een pup is nog niet in staat zijn behoefte lang op te houden, dus laat de pup niet te lang alleen thuis. De opwinding en de nervositeit als hij merkt alleen achtergelaten wordt, kan voldoende zijn om de sluizen open te zetten. Het heeft geen enkele zin om de pup daarvoor bij thuiskomst te straffen. Boze woorden zullen hem alleen maar onzeker maken en ervoor zorgen dat hij een volgende keer uw thuiskomst met angst tegemoet ziet. Sommige pups gaan daarom hun eigen behoefte opeten of het op een plek doen waar niemand het ziet.

De eerste nachten

Vroeger werd geadviseerd om de pup in een doos of kist te zetten waar hij niet uit kon. Ergens op een rustige plek, bijvoorbeeld in de keuken. Er werd dan bij gezegd zijn gejammer en geblaf te negeren. Probeer u eens voor te stellen hoe de pup zo'n nacht beleeft. Het hondje zat tot nu toe veilig bij moeder, broertjes en zusjes in het nest. Ineens is hij uit die vertrouwde omgeving en ergens anders heen gebracht. Dan wordt hij ook nog opgesloten en voor het eerst van zijn leven moederziel alleen gelaten! Afgezien van deze uiterst onplezierige ervaring, kleeft er nog een nadeel aan deze methode. Omdat de pup zijn behoefte nog niet goed kan ophouden, zal hij dat, noodgedwongen, in zijn doos/kist doen. Op deze manier leert het hondje zijn eigen slaapplaats te bevuilen en dat heeft een averechts effect op het zindelijk maken. Zie ook "Leren alleen zijn"

De doos

Gelukkig is er een manier om de nieuwe pup ook die allereerste nacht goed door te helpen. De pup mag wel in een doos of kist slapen, maar naast uw bed.

De doos moet zo groot zijn dat de pup er goed in past en lekker kan liggen maar zonder dat hij van de ene naar de andere plek kan verhuizen. Hij moet er ook niet uit kunnen klimmen. Laat de pup voor het slapen gaan nog een keer goed uit en zet hem dan in zijn slaapdoos. Spreek hem nog even kort geruststellend toe, maar ga niet in op eventuele protesten. Na een tijdje zal de pup door hebben dat er niets meer te beleven valt en valt in slaap.
Zodra de pup het gevoel heeft dat hij moet plassen of poepen wordt hij onrustig en gaat misschien wat piepen. Doordat de doos vlak naast uw bed staat, hoort u dat en weet u dat het tijd is om de pup uit te laten. De eerste nachten zijn een aantal sanitaire stops nodig, maar al snel zal dat minder vaak voorkomen. Dan zet u de doos in fasen steeds verder van het bed. Tot de definitieve slaapplaats van uw hond.

Kamerkennel

In plaats van een doos of kist kunt u ook gebruik maken van een bench. Dat is een draadkooi die handig op te vouwen en te verplaatsen is. U kunt een bench ook gebruiken in de woonkamer op momenten dat u even (dus niet uren achtereen!) de handen vrij wilt hebben voor andere zaken. Wen de pup aan de bench door hem er zijn eten in te geven en er een lekkere kluif in te leggen. Zo bouwt de pup plezierige associaties op met het bench en zal hij het snel gaan beschouwen als een veilige haven. Een bench mag nooit een strafhok zijn!
De bench is ook verstandig als er naast de jonge hond ook jonge kinderen in huis zijn. Om ongewenste confrontaties tussen hond en kind te voorkomen kan de hond buiten het bereik van de kinderen worden geplaatst. Op die manier komt de hond ook aan zijn nodige slaap toe. Laat hond en kind nooit zonder toezicht alleen en leer de kinderen zo snel mogelijk dat ze de hond op zijn slaapplaats met rust moeten laten.

Straatzindelijk

Als een pup zindelijk is, begin dan met buitenregels te stellen. Vind het niet goed dat de hond zelf uitmaakt waar hij zijn boodschap deponeert. Voor reuen geldt, dat het helemaal niet nodig is dat zij overal hun poot optillen. Vaak is dat niet een kwestie van nodig 'moeten', maar willen ze daarmee aan andere honden laten weten dat ze er zijn. Het is een stuk vlagvertoon waarmee ze hun belangrijkheid aantonen. Loop met de aangelijnde hond stevig door op plaatsen waar u niet wilt hebben dat hij zijn poot optilt. Zeg kordaat 'nee' als hij toch aanstalten maakt en blijf doorlopen. Geef hem gelegenheid op een plek waar het geen kwaad kan. Zorg dat u altijd wat bij u hebt om de ontlasting op te ruimen. Wettelijk bent u dit verplicht, ook op hondenlosloop plaatsen! Er is een uitgebreid assortiment van poepzakjes en poepzakhouders bij ons verkrijgbaar. Een plastic zakje is ook een goed alternatief.

Hondenscholen in de Zaanstreek

Hier vindt u een overzicht van hondenscholen in de buurt waarvan de werkwijze en kennis bekend is bij ons.

  • Hondensportvereniging WIK in Zaandam: laagdrempelig en voordelig
  • Kynologenclub Zaanstreek IJmond (KCZIJ) in Zaandam
  • Algemene Kynologenclub "Waterland" in Purmerend
  • Hondenschool De Spoorlijn in Purmerend
  • PupClub: clickermethode
  • Hondenschool Jottem in De Rijp: clickermethode

Hondensporten

Er zijn vele hondensporten, soms onder verschillende namen. Hieronder vindt u een overzicht van bestaande cursussen en workshops.

Agility / Behendigheid

Discipline in de hondensport waarbij de hond een parcours moet afleggen en daarbij een aantal hindernissen moet nemen. De hond wordt geleid door zijn trainer/eigenaar. Het doel is om in een zo kort mogelijk tijdsbestek het parcours af te leggen op de juiste wijze en in de juiste volgorde.

Balans en coördinatie

Bij Balans en Coördinatie wordt de hond bewust gemaakt van zijn lijf. Het is uitermate geschikt om jonge honden te helpen voor  te bereiden op sport. Ook voor honden die een blokkade of blessure en voor onzekere honden is Balans en Coördinatie heel erg geschikt. Tijdens de oefeningen wordt gebruik gemaakt van cavaletti, balans-eieren en balans-kussens, opstapjes, metselspeciekuipen en plankenparcours.

Breitensport

Deze van oorsprong Duitse hondensport is een combinatie van gehoorzaamheid en behendigheid (hordenloop, slalom, hindernisbaan) met als extra optie: duurloop.

Canicross

Canicross is een loopwedstrijd met de hond, waarbij baas en hond samen een team vormen en (hard)lopend een parcours afleggen. De hond is daarbij aangelijnd via een speciaal tuig.

Doggy dance

Deze vorm van hondensport is gebaseerd op creativiteit en positief trainen, waarbij met de hond op muziek wordt gedanst. Doggy dance kenmerkt zich door de hoeveelheid van oefeningen en kunstjes.

Flyball

Flyball is een teamsport waarbij snelheid en tactiek een belangrijke rol spelen. Het doel is om binnen één minuut zo snel mogelijk een hindernisbaan af te leggen (honden achter elkaar). Na vier sprongen staat een apparaat met een balletje, wat de hond zelf met een druk van de voorpoten uit het toestel laat springen. Hij moet de bal vangen en vervolgens zo snel mogelijk over de hindernissen terug naar zijn baas brengen. Bezoek voor meer informatie de website.

Frisbee

De hondensport frisbee vraagt om een nauwe samenwerking tussen hond en baas, waarbij het werpen en vangen van de frisbee - een platte schijf van zacht kunststof - centraal staat.

Fun/Combisport

Hierbij wordt elke les een andere hondensport geleerd of worden meerdere sporten gecombineerd (zoals gehoorzaamheid met agility). Deze cursussen zijn uitermate geschikt voor eigenaren die diverse disciplines willen uitproberen.

Gedrag & Gehoorzaamheid

Na de basiscursussen wordt dit ook als sport gezien. Er zijn diploma's te halen op landelijk niveau, maar ook wedstrijden.

Hersenwerk (denkwerk) voor honden

De hond wordt geestelijk uitgedaagd om voer te zoeken in uiteenlopende voorwerpen en puzzels. Zeer goed individueel thuis te beoefenen. Klik hier om de website te bezoeken.

Impulsbeheersing/zelfbeheersing

Hierbij wordt met positieve beloning en nauwelijks stemgebruik, de hond duidelijk gemaakt dat hij meer bereikt door rustig te wachten op de baas. Rust is het kernwoord hier. Zeker bij drukke honden, loopt de baas de hele dag commando's te geven en te roepen ("nee", "foei", "hou op", "zit, zit, zit"). Dit kan anders!

IPO (Internationale Prüfungs Ordnung)

Werkhondentraining bestaat uit drie onderdelen: speuren (op mensen), gehoorzaamheid en verdedigingswerk (pakwerk).

Jachttraining

Hondensport waarbij de hond leert om wildspoor te volgen onder strikt appèl (zweetwerk) en apporteren van aangeschoten wild over land en water.

Kind en Hond

Het kind leert op een speelse manier aandacht te krijgen van de hond, er wordt geoefend met basisgehoorzaamheid en aan samenwerken met de hond in de vorm van spelletjes en het aanleren van trucjes. Deze cursussen zijn uitermate geschikt om kinderen beter hondentaal te leren. Leeftijd is afhankelijk van hondenschool, vanaf zes jaar.

Obedience (gehoorzaamheid)

Obedience is een Engelse wedstrijdsport, waarbij het draait om perfectie. De hond dient optimaal te gehoorzamen en commando's perfect op te volgen. Denk o.a. aan: volgen, komen, apporteren en appèl op afstand.

Reddingshondenwerk

Bij reddingshondenwerk gaat het om het vinden van een slachtoffer na een ramp, vermiste personen op land en in het water.

Rally-O

Rally-O is een sport waarbij gehoorzaamheidsoefeningen (de O staat voor het engelse woord obedience) worden uitgevoerd in een parcours dat qua vlotheid en spanning doet denken aan agility/behendigheid. De sport komt uit de VS/Canada.

Schapendrijven

Het drijven omvat vaardigheden als het ophalen, wegdrijven, het scheiden en in kleine ruimtes drijven van schapen.

Sledehondensport

Dit mag in Nederland, bij wet, alleen door enkele hondenrassen worden gedaan. Het gaat om de Alaska Malamute, Groenlandhond, Samojeed en Siberian Husky. In NL wordt deze sport beoefend met een slee op wieltjes.

Speuren

Bij praktijkspeuren is het doel om zo snel mogelijk een vermist persoon op te sporen door diens spoor met een speurhond te volgen. De hond mag helemaal zelf bepalen hoe hij speurt. De hond heeft een speurtuig om en jij hebt hem vast aan een tien meter lange speurlijn. Praktijkspeuren geschiedt op verharde en onverharde ondergronden. Praktijkspeuren is teamwork tussen baas en hond.

Treibball (drijfbal)

Treibball is bedacht als een leuke vorm om actief bezig te zijn met de hond als alternatief voor schapendrijven. De hond moet bij drijfbal op commando ballen (grote, opblaasbare ballen) naar een doel brengen. Dat mag door duwen met zijn neus of met zijn schouder.

Waterwerk

Waterwerk is een sport die van oudsher door Newfoundlanders wordt beoefend. De hond had als taak om vissers te helpen met het uit het water halen van de netten en het redden van drenkelingen. Nu leren de honden een boot en een pop op te halen, uit de boot te springen en een dummy naar de kant te brengen.

Windhondenrennen

Hierbij wordt de jacht nagebootst (op een renbaan of in het open veld) door de honden een mechanisch voortgetrokken (kunst)dierenvel voor te houden

Zweetwerk

Zweetwerk is het opsporen van zieke, gewonde en aangeschoten dieren in het wild. Het opsporen wordt gedaan door een zweethondcombinatie, zweethond en voorjager, zij volgen het 'zweetspoor' van het gewonde of zieke dier. Het uiteindelijke doel is om onnodig dierenleed te voorkomen door het gevonden dier uit zijn leiden te verlossen.

Kind en hond

Regels aanleren

Met het aanleren van regels beginnen de ouders feitelijk al in het eerste levensjaar. Maar aanleren betekent niet automatisch dat het kind ze in het vervolg ook zal uitvoeren. Om regels te kunnen leren, moet het kind ze op de eerste plaats kunnen begrijpen. Regels moeten daarom bij jonge kinderen eenduidig, concreet en positief geformuleerd zijn. Deze regels moet het kind ook onthouden. Omdat het geheugen van een peuter nog beperkt is, moeten de regels vaak herhaald worden. Dan moet hij ze ook nog willen en kunnen toepassen. Voor de jongste kinderen gelden regels alleen zolang degene die de regel uitvaardigt, lijfelijk aanwezig is. Dus wanneer moeder zegt: “blijf van de bak van de hond af”, dan zal de peuter dat ook doen… totdat moeder naar de gang loopt. Dan loopt als het ware ook de regel weg en moet hij toch eens even poolshoogte gaan nemen. Een vierjarige zal zich aan moeders regel houden omdat moeder een belangrijk persoon is, die ‘het gezag’ vertegenwoordigt. Pas vanaf een jaar of zeven houdt een kind zich soms aan een regel omdat hij zelf vind dat dit zo hoort. Hij ziet zelf het belang van die regel in.

Na een aantal jaren ontwikkelt het kind de vaardigheid om iets vanuit het perspectief van een ander te bekijken en om zich in de gevoelens van een ander te verplaatsen. Bijvoorbeeld in hoe een hond zich ‘voelt’ wanneer je hem aan zijn staart trekt. Kleine kinderen beseffen niet dat ze een hond daarmee plagen of pijn doen. Ze vinden het juist leuk dat de hond reageert door bijvoorbeeld op te springen. Je kunnen voorstellen wat een ander (mens of dier) voelt in een bepaalde situatie is een voorwaarde voor het kunnen respecteren van een hond of ander dier. Dit respect komt pas met een jaar of vijf.

Ook zijn peuters en kleuters volop bezig met hun sociale ontwikkeling. In de omgang met elkaar spelen tweejarigen wel naast elkaar in de zandbak, maar nog niet echt samen. Honden worden soms tegen wil en dank in het kinderspel betrokken. Een hond of een ander dier wordt dan vaak net zo behandeld als een pop. Pas met vier jaar gaan kleuters overleggen. Dan begint ook het rollenspel. langzaam aan worden honden op een hondse manier een speelkameraad, met wie het kind zoek- en apporteerspelletjes kan gaan spelen.

Kleine kinderen hebben vaak de neiging om uit te proberen hoe ver ze kunnen gaan, niet alleen bij de ouders, ook bij de hond. Voorkom mogelijke conflictsituaties. Laat kind en hond bijvoorbeeld niet samen om u heen lopen in de keuken als u het eten voor de hond aan het klaarmaken bent. Een verkeerde beweging van het kind kan voor de gespannen hond net de druppel zijn.

Kind: angst voor het kind

Een hond die geen angst vertoont voor volwassenen maar wel voor kinderen heeft vaak een nare ervaring gehad met kinderen. Hopelijk kunt u het vertrouwen bij de hond in kinderen weer opbouwen door de hond veel positieve ervaringen met kinderen te laten meemaken. Vraag een wat ouder kind of hij de hond naar zich toe wil roepen. Zorg dat het kind de hond iets kan geven wat hij heel lekker vindt. Als de hond naar het kind durft toe te gaan, krijgt hij direct zijn beloning. Wanneer hij graag apporteert, doe dan apporteer- en zoekspelletjes samen met de hond en de kinderen. Let erop dat tijdens deze ‘training’  de kinderen zich rustig gedragen en nooit naar de hond toegaan. Na verloop van tijd, dit kan maanden duren, zal veelal de nare herinnering aan kinderen verdwijnen.

Een hond die in zijn jeugd nooit in contact is geweest met kinderen kan ook bang voor hen zijn. Meestal is een dergelijke hond ook op volwassenen niet goed ingeprent. Deze situatie is nooit helemaal terug te draaien. Ook een hond die van nature onzeker is, kan snel angstig worden van kinderen. Een duidelijke leiding van volwassenen is hier uiterst belangrijk.

Wanneer het fout gaat kunnen de gevolgen heel vervelend zijn. Vergeet niet dat juist het gezicht van een klein kind zich vaak bevind ter hoogte van de hondenkop.

Schakel bij twijfel een gedragstherapeut in. Voor informatie over betrouwbare gedragstherapeuten kunt bij ons terecht. Een therapeut helpt uw hond op een verantwoorde manier weer vertrouwen te krijgen in kinderen.

Kind: angst voor honden

Angst voor honden

Kind en hond op straat

Volwassenen die zelf bang zijn voor honden brengen dit vaak over op hun kinderen. Deze kinderen zullen zich meestal gillend achter moeders rokken verbergen zodra ze een hond zien naderen. Vervolgens wordt het kind veelal opgetild en getroost voor het feit dat hij bang is voor dat enge wezen. Hiermee wordt het gedrag van het kind beloont.

Verstandiger zou het zijn als de ouders hun kind leren hoe je een vreemde hond moet benaderen en hoe je ermee om moet gaan. Dit vergroot de veiligheid van het kind. Een kind dat huilend wegrent als moeders rokken niet direct aanwezig zijn, kan bij de hond achtervolgingsdrift oproepen. Valt zo’n kind en ligt het huilend en wild zwaaiend met armen en benen op de grond, dan is het niet ondenkbaar dat de hond bijt. De hond handelt volgens zijn instinct dat hij heeft geërfd van de wolf.

Een ander uiterste is dat de ouders hun kinderen een hond een ‘kusje’ laten geven. De peuter loopt op de hond toe en voor je het weet heeft het de armpjes om zijn nek geslagen en wordt het hoofdje tegen de kop van de hond gelegd. U kunt het kind beter leren dat het niet nodig is naar elke hond toe te gaan en dat het op zijn minst eerst aan de eigenaar moet worden gevraagd of de hond aangehaald mag worden.

Laat de hond eerst aan de uitgestoken hand snuffelen. Wendt hij zijn kop af, dan wil hij niet geaaid worden. Snuffelt hij aan de uitgestoken hand, dan wil hij wel geaaid worden. De hand wordt daarbij met de rug naar de hond toe en de vingers naar beneden naar de hond gebracht. Mocht een hond dan bijten dan heeft hij minder grip. Kinderen mogen een hond alleen onder de kin of over de borst aaien. Aaien over de kop en rug is een dominante handeling en taboe voor kinderen.

Kind: baby op komst

Er is al een hond en dan komt er een baby

Al tijdens de zwangerschap merkt de hond dat er iets aan de hand is. Het perfecte reukvermogen van de hond speelt hierbij een rol. De geur van de zwangere vrouw verandert. Dit is voor ons niet merkbaar maar voor de hond wel. Ook vinden er allerlei veranderingen plaats in huis. Betrek de hond hierbij zoveel mogelijk maar sta geen dingen toe die straks niet mogen. Direct na de geboorte is het zaak de hond eraan te laten wennen dat de baby een nieuw lid van de roedel is. Wanneer moeder en kind na een bevalling in het ziekenhuis thuiskomen, laat dan de hond eerst uitgebreid het vrouwtje begroeten. Ga daarna rustig en ontspannen over naar een eerste kennismaking tussen hond en kind. Geef het kind direct een hogere plaats in de rangorde dan de hond! Houd het kind hoog, in de armen of op schoot. Laat de hond snuffelen terwijl hij op de grond zit en u hem rustig toespreekt. Omdat het belangrijk is dat de hond de baby associeert met ‘iets leuks’, is het belangrijk om daarna iets lekkers te geven of even te spelen.

Wanneer kan het misgaan?

De hond is altijd alleen geweest in het gezin. Soms was de hond zelfs onbewust een vervanging van het kind. De hond was het middelpunt van de familie. Dan komt de baby. De hond is niet langer het middelpunt. Veel dingen mag hij opeens niet meer. Vroeger mocht hij bijvoorbeeld altijd boven slapen, nu moet hij beneden blijven. Op de bank liggen naast de baas kan ook niet meer. Snel wordt hij even uitgelaten, tijd voor een flinke wandeling is er niet. Agressie naar de baby kan het gevolg zijn.

Wanneer de hond niet meer de aandacht, beweging en verzorging krijgt zoals vroeger, kan dit tot problemen leiden. De hond raakt gefrustreerd, hij kan zijn energie niet kwijt. Om problemen te voorkomen is het belangrijkste advies: laat de hond nooit alleen bij de baby. Vermenselijk de hond niet en zorg dat hij duidelijk weet waar zijn plaats is. Als de baby er is, dient er met de hond op dezelfde manier als daarvoor te worden omgegaan. Dit betekent dat de hond in ieder geval even veel, zo mogelijk meer, aandacht en beweging krijgt. Trainde u met de hond, blijf dit dan doen. Onwillekeurig gaat er veel aandacht naar het kind. Wees hier alert op en geef de hond bijvoorbeeld juist extra aandacht als het kind uit de wieg wordt gehaald of geef hem een hondenkoekje als de baby wordt gevoed.

Veel mensen denken dat het geven van de nageboorte of de eerste poepluier ertoe bijdraagt dat de hond het kind als lid van het gezin accepteert. Het enige wat de hond hiervan leert is dat poepluiers lekker smaken! De fabel dat de hond de gelegenheid moet krijgen de baby af te likken terwijl deze op de grond ligt, is levensgevaarlijk! Volgens deze theorie zou een hond een baby herkennen als iets dat verzorgd moet worden. Vergeten wordt dat een baby geen pup is en zich ook niet als zodanig gedraagt. Een hond herkent de taal van de baby niet. Een pup die zich niet onderwerpt aan de volwassen roedelgenoten, wordt gecorrigeerd. Onderwerpen betekent onder andere dat de pup zich op zijn zij of rug gooit en stil blijft liggen. Zou de pup zich niet onderwerpen, dan wordt deze gecorrigeerd tot hij stil ligt. Ook bestaat het gevaar dat de hond op de baby gaat staan of liggen. Sommige honden denken dat een baby iets is waar ze mee kunnen spelen met alle gevolgen van dien!

Het kind gaat kruipen

Zodra het kind gaat kruipen is extra voorzichtigheid geboden. Kinderen op deze leeftijd zien honden gewoon als leuk bewegend speelgoed. Ogen zijn mooi om in te prikken, aan haren, oren en staart wordt getrokken en niet altijd zachtzinnig!

Stel je de volgende situatie voor: een hond ligt in zijn mand rustig te dromen en de peuter komt al brabbelend vrolijk op hem toegelopen of gekropen. Het kind gedraagt zich hierbij als ranglagere, die komt naar de hogere in rangorde. Door grommen maakt de hond duidelijk hier niet van gediend te zijn. Veel honden zullen in dit stadium alsnog de benen nemen naar een rustiger oord, meestal achtervolgt door het kind. Bevindt de hond zich in een situatie dat hij niet weg kan of doet het kind hem veel pijn, dan kan na het grommen een snauw en een beet ter correctie volgen. Dit is dus voor de hond een volkomen normale situatie van doen, maar de peuter spreekt geen hondentaal. Laat kinderen en honden dus nooit zonder toezicht samen in een ruimte, ter bescherming van beiden.

Kinderen van nul tot zes jaar worden door honden meestal beschouwd als lager in rang, en in de omgang met honden moet er door de volwassene vooral op worden gelet dat het kind zich niet als ranghogere tegenover de hond opstelt, door de hond te willen laten luisteren naar een commando. Maar ook wanneer het zich als ranglagere opstelt, kunnen er problemen ontstaan. Bijvoorbeeld: het kind ligt op de grond en de hond staat er overheen. In de ogen van de hond heeft het kind zich overgegeven. Dan tilt het kind zijn hoofd op. De hond kan dat interpreteren als verzet tegen de overgave, dat gecorrigeerd moet worden door een halsbeet. Het kind begint te gillen en te spartelen om los te komen, en de hond ‘moet’ nog meer corrigeren.

Kinderen uit deze leeftijdsgroep mogen dus nooit zonder toezicht van een ranghogere volwassene iets met de hond ondernemen.

Kind: regels aanleren

Met het aanleren van regels beginnen de ouders feitelijk al in het eerste levensjaar. Maar aanleren betekent niet automatisch dat het kind ze in het vervolg ook zal uitvoeren. Om regels te kunnen leren, moet het kind ze op de eerste plaats kunnen begrijpen. Regels moeten daarom bij jonge kinderen eenduidig, concreet en positief geformuleerd zijn. Deze regels moet het kind ook onthouden. Omdat het geheugen van een peuter nog beperkt is, moeten de regels vaak herhaald worden. Dan moet hij ze ook nog willen en kunnen toepassen. Voor de jongste kinderen gelden regels alleen zolang degene die de regel uitvaardigt, lijfelijk aanwezig is. Dus wanneer moeder zegt: “blijf van de bak van de hond af”, dan zal de peuter dat ook doen… totdat moeder naar de gang loopt. Dan loopt als het ware ook de regel weg en moet hij toch eens even poolshoogte gaan nemen. Een vierjarige zal zich aan moeders regel houden omdat moeder een belangrijk persoon is, die ‘het gezag’ vertegenwoordigt. Pas vanaf een jaar of zeven houdt een kind zich soms aan een regel omdat hij zelf vind dat dit zo hoort. Hij ziet zelf het belang van die regel in.

Na een aantal jaren ontwikkelt het kind de vaardigheid om iets vanuit het perspectief van een ander te bekijken en om zich in de gevoelens van een ander te verplaatsen. Bijvoorbeeld in hoe een hond zich ‘voelt’ wanneer je hem aan zijn staart trekt. Kleine kinderen beseffen niet dat ze een hond daarmee plagen of pijn doen. Ze vinden het juist leuk dat de hond reageert door bijvoorbeeld op te springen. Je kunnen voorstellen wat een ander (mens of dier) voelt in een bepaalde situatie is een voorwaarde voor het kunnen respecteren van een hond of ander dier. Dit respect komt pas met een jaar of vijf.

Ook zijn peuters en kleuters volop bezig met hun sociale ontwikkeling. In de omgang met elkaar spelen tweejarigen wel naast elkaar in de zandbak, maar nog niet echt samen. Honden worden soms tegen wil en dank in het kinderspel betrokken. Een hond of een ander dier wordt dan vaak net zo behandeld als een pop. Pas met vier jaar gaan kleuters overleggen. Dan begint ook het rollenspel. langzaam aan worden honden op een hondse manier een speelkameraad, met wie het kind zoek- en apporteerspelletjes kan gaan spelen.

Kleine kinderen hebben vaak de neiging om uit te proberen hoe ver ze kunnen gaan, niet alleen bij de ouders, ook bij de hond. Voorkom mogelijke conflictsituaties. Laat kind en hond bijvoorbeeld niet samen om u heen lopen in de keuken als u het eten voor de hond aan het klaarmaken bent. Een verkeerde beweging van het kind kan voor de gespannen hond net de druppel zijn.

Kinderen >12 jaar

Vanaf ongeveer twaalf jaar kunnen kinderen zich steeds meer zelfstandig als ranghogere gaan opstellen. Langzamerhand mogen ze hetzelfde doen met een hond  als een volwassene. Op de eerste plaats omdat ze meer begrijpen en meer geestelijk overwicht kunnen uitoefenen op de hond, op de tweede plaats omdat ze door hun lengte en overwicht door de hond als ranghogere geaccepteerd worden. Deze leeftijdsgrenzen zijn niet absoluut. Dit hangt af van het ontwikkelingsniveau en het karakter van het kind. Daarnaast zijn raseigenschappen, temperament, geslacht, soms leeftijd van de hond en van de mate waarin hij gewend is te luisteren naar dat commando van invloed.

Kinderen 6-12 jaar

Op een gegeven moment ziet de hond het kind niet meer als "pup". Men schat dat dit omslagpunt rond de zes jaar ligt. Het is dan zaak dat de hond het kind als een van de roedelleiders aanvaard.

Van zes tot twaalf jaar kunnen kinderen leren steeds zelfstandiger met een hond om te gaan, waarbij ze aanvankelijk niet dominante handelingen (zoals zoek- en apporteerspelletjes) en commado's kunnen uitvoeren. Het is goed als kinderen deze commando’s eerst uitvoeren in nabijheid van een ranghogere volwassene. Leer de kinderen op de juiste manier te belonen met een koekje of brokje. Laat kinderen niet te pas en te onpas allerlei commado's roepen. Zo raakt de hond afgestompt, terwijl de kinderen een soort circushond er van proberen te maken. Goed uitgevoerde oefeningen bevestigen naar de hond toe de rangorde verhoudingen en het kind leert gelijk de commando’s die de ouders gebruiken.

Een kind is nog niet in staat zelfstandig een hond uit te laten, ook al is die hond nog zo gehoorzaam. Ze kunnen voor veel onvoorziene situaties komen te staan waar ze niet tegen zijn opgewassen zoals een loslopende hond die wil gaan vechten. Ook kunnen kinderen in deze leeftijd snel afgeleid worden of iets anders gaan doen en de hond bijvoorbeeld meetrekken.

Kinderen en puppy's

Dit stuk moet gelezen worden in de juiste context: een hond kan een verrijking zijn voor kinderen, maar de omgang met een hond brengt risico’s met zich mee.

Hoe werkt het ook al weer in de natuur?

De wolvenroedel: Er is een absolute leider, die onvoorwaardelijk gehoorzaamd wordt. Daaronder heerst een rangorde: een steeds rang lagere wolf, tot we komen bij de laagste in rang.

En dan onze "mensenroedel" (zijn wolvenroedel), waarin het precies zo moet gaan, één absolute leider en een rangorde tot de laagste. Die laagste moet in een mensengezin de hond zijn. Kinderen staan slechts hoger in rang dankzij de aanwezigheid van de roedelleiders (ouders). Men zegt ook wel dat kinderen “buiten de rangorde staan”. Alle gezinsleden moeten in de rangorde boven de hond geplaatst worden, anders zou hij lager geplaatste gezinsleden in principe mogen corrigeren en dit is natuurlijk niet de bedoeling. Een hond die geen leiding krijgt zal steeds zelf proberen het leiderschap over te nemen. Een hond ziet een kind niet zoals hij een volwassene ziet: van een volwassene accepteert hij dat die zich als een ranghogere gedraagt, van een kind niet. Daar komt bij dat kinderen zich anders tegenover honden gedragen dan volwassenen: ze beschouwen de hond als speelkameraadje en kunnen nog niet voldoende begrip opbrengen voor de behoefte en de wensen van de hond.

Kinderen stellen zich in de ogen van honden vaak ondergeschikt op en dit geeft de hond het recht om kinderen te corrigeren…met alle gevolgen van dien. Het meest voorkomende is de situatie waarin kinderen naar de hond toe kruipen. In de natuur gaat alleen een onderdanige hond naar een hogere in rangorde. Nooit gaat een hoger geplaatste naar een lagere, of het moet zijn om te corrigeren. Het kind geeft dus aan dat het lager in rang is. Tevens lijkt het erop dat een kruipend kind zich klein heeft gemaakt, ook een teken van onderdanigheid. Uitgaande van de rangorde verhouding binnen een roedel, in dit geval het gezin, is het normaal voor een hond dat hij de baby accepteert. In de natuur stijgt de teef die pups heeft, in de rangorde. De andere honden hebben deze nieuwkomers in de roedel maar te accepteren. In het gezin is de mens ranghoger dan de hond. De hond heeft het dus maar te accepteren dat er een baby aan het gezin (roedel) wordt toegevoegd. De mens bepaalt immers hoe de hond zich dient te gedragen. Zo bepaalt de mens ook welk gedrag de hond dient te tonen naar andere huisgenoten.

Lees hier meer over:

Alles op een rijtje

  • Net lopende peuters staan nog onevenwichtig op hun beentjes. De kans dat zij over een hond heen vallen als zij de hond moeten passeren is niet denkbeeldig. Voor veel honden is dat een zeer beangstigende ervaring.
  • Kinderen mogen niet stoeien of trekspelletjes met de hond doen. Voor veel honden zijn dat vechtspelletjes om te kijken wie het sterkst is. Omdat een kind dat niet beseft en vaak ook niet sterk genoeg is om zulke spelletjes te winnen, zal de hond meestal als winnaar uit de bus komen. Daardoor voelt hij zich superieur aan het kind, terwijl naarmate een kind ouder wordt het kind langzaam maar zeker boven de hond hoort te komen te staan.
  • Kinderen kunnen heel prima een goed apporterende hond een balletje laten ophalen. Of zijn balletje verstoppen zodat hij hem moet opzoeken. Honden leren op die manier dat er aan kinderen ook heel wat leuks te beleven valt, waardoor zij kinderen als iets positiefs beleven.
  • Kinderen moeten leren niet steeds op uitnodigingen van de hond in te gaan. Dus als een hond met een balletje aan komt omdat hij van het kind wil dat dit met hem een spelletje begint, moet het kind de hond eerst laten zitten. Hij moet werken voor de kost, niet zomaar iets voor niets krijgen. Hetzelfde geldt voor aaien. Een om een aai vragende hond moet even iets doen om te worden geaaid, bijvoorbeeld even gaan zitten of een poot geven (in opdracht van het kind).
  • Kinderen moeten niet stoeien, hard rennen en schreeuwen in bijzijn van een hond. Dat maakt hem nerveus, en sommige honden kunnen om rust in de roedel te krijgen gaan bijten.
  • Kinderen moeten honden nooit recht aankijken.
  • De etensbak, waterbak of speeltjes van de hond zijn alleen van de hond. Het kind mag hier dan ook niet aankomen (ook niet als de hond er niet uit eet, drinkt of mee speelt). Hetzelfde geldt voor de mand of andere (slaap)plaats van de hond. Ook als de hond er zelf niet in ligt.
  • De hond wil niet over zijn kop geaaid worden. Het kind kan de hond achter de oren of onder de kin aaien.
  • Let erop dat bij het knuffelen van de hond het kind niet op of onder de hond gaat liggen. Ze mogen zich ook niet over de hond heen buigen, zich laten likken, de hond kusjes op zijn snuit geven, hem stevig omhelzen of optillen. De bank is voor mensen, niet voor de hond.
  • Een etende of slapende hond mag niet gestoord worden, en zeker niet door kinderen.

Zo snel mogelijk moet het kind leren op een goede manier met de hond om te gaan. Leer een kind:

  • Respect te hebben voor de hond. Een hond is een levend wezen en geen speelpop waarmee je kunt doen wat je wilt.
  • Zich rustig te gedragen tegenover de hond.
  • De taal van de hond. Het is belangrijk dat het kind leert wat het betekent als een hond gromt of kwispelt en leert zien wanneer de hond bang is.
  • Dat hij gebeten kan worden als hij de hond pijn doet. Hij mag de hond nooit slaan en nooit plagen.
  • Hoe hij een hond moet aaien, met de haarrichting mee en niet tegen de haarrichting in.
  • De hond altijd met rust te laten als hij ligt te slapen of in zijn mand ligt.
  • Nooit aan de etensbak te komen als de hond staat te eten.
  • Niet te pas en te onpas de naam van de hond of commando’s naar hem te roepen.
  • De hond naar zich toe te laten komen en niet achter hem aanlopen.
  • Nooit achter een hond aanrennen.
  • Nooit zomaar een vreemde hond te aaien of ernaar toe te hollen. Dat laatste is voor een hond heel bedreigend.
  • Altijd eerst aan de eigenaar te vragen of hij zijn hond mag aanraken.
  • Dan altijd eerst voorzichtig de hond aan de hand te laten ruiken.
  • Een hond nooit ongevraagd voer te geven.
  • Dat het niet nodig is dat hij iedere vreemde hond benadert en aait.
  • Niet te schreeuwen tegen een hond.
  • Direct stil te gaan staan, als een hond achter hem aanholt.
  • Nooit naast de hond op de grond te gaan liggen.
  • Nooit de handen in de lucht te steken.
  • Nooit de hond op schoot te nemen.
  • Nooit de hond op de bank bij het kind laten.

Nieuwe hond

De grootste fout die mensen kunnen maken is een hond te kopen als speelgoed voor de kinderen. Meestal loopt dit op een teleurstelling uit. De ouders hebben zich niet verdiept in wat het houden van een hond betekent en de kinderen zeulen met de pup rond. Van opvoeding is al helemaal geen sprake en al snel blijkt het speelgoed niet meer leuk te zijn en is de hond de familie tot overlast. Hij vernielt, is niet zindelijk, luistert niet en kost geld. Vaak wordt hij dan weer weggedaan.

Het kan ook anders. Verstandige ouders beseffen wat ze in huis nemen en leren hun kinderen dat de hond wel een kameraad kan zijn, maar geen speelgoed. De hond kan een verrijking zijn voor de opvoeding en ontwikkeling van het kind. Het kind leert geleidelijk wat het betekent voor een levend wezen te zorgen en krijgt besef van verantwoordelijkheid. Indien beide in goede harmonie opgroeien, kan de hond een echte kameraad vormen voor het kind.

Men moet zich realiseren dat naast de opvoeding van het kind, ook de opvoeding van de pup veel tijd zal kosten. Deskundigen zijn het erover eens dat het beter is te wachten met het kopen van een pup tot het kind naar school gaat. Het kind is dan op een leeftijd dat het kan worden bijgebracht wat er wel en niet gedaan mag worden met de hond. Bovendien is er tijdens schooltijd thuis ook rust en tijd om de pup goed op te voeden. Wanneer gekozen wordt voor een nieuwe volwassen hond is het belangrijk om meer te weten over de achtergrond van het dier.

Kinderen zijn meestal trots op de nieuwe pup. Voor je het weet zijn dezelfde dag alle vriendjes uitgenodigd om het diertje te komen bewonderen. Bereid het kind dus voor op de komst van de pup en vertel dat het beestje net bij zijn broers en zusjes weg is en eerst moet wennen. Eerst moet de pup zijn eigen gezin (roedel) leren kennen. Dus even wachten met al dat bezoek is verstandig. Een pup heeft veel slaap nodig om alle nieuwe indrukken te verwerken en te groeien.

Kinderen zijn wilder en beweeglijker dan volwassenen. Een pup wordt daar soms angstig van. Leer het kind zich rustig te gedragen tegen het jonge hondje en geduldig met hem om te gaan. Hij mag het hondje nooit slaan. Dit mag ook niet wanneer de pup niet doet wat van hem gevraagd wordt. Het kind moet leren dat een pup tijd nodig heeft om iets te leren. Als het kind oud genoeg is laat hem dan meehelpen de hond te verzorgen. Dat moet wel gebeuren onder toezicht van een volwassene!

Trainen met uw hond

Waarom een gehoorzaamheidscursus of hondensport?

In onze dichtbevolkte, volgebouwde samenleving is het pure noodzaak dat een hond, samen met zijn baas, goed opgevoed wordt.  Daarnaast voorkomt een goede opvoeding dat onze trouwe viervoeter aangereden wordt of het verkeer hindert. Een goed opgevoede hond is een prettige vriend voor zijn eigen baas, dieren en mensen in zijn omgeving. Iedere hond is anders, dus ook als u al jaren honden (gehad) heeft, raden wij aan om een gehoorzaamheidscursus te volgen. Tevens zijn in de loop der jaren de inzichten over hoe een hond te trainen drastisch veranderd. Op een cursus leert uw hond op een veld vol andere honden en afleiding, te luisteren naar ù. Dit is heel anders dan bijvoorbeeld thuis in de huiskamer "blijven zitten".

Het 'werken' met de hond via gehoorzaamheidscursussen of de hondensport  zorgt voor een betere band tussen baas en hond. Geen enkele sport is zonder discipline of appèl. Uw hond moet vòòr u of mèt u "werken".

Waar?

Er zijn veel hondenscholen in Nederland. Iedere hondenschool biedt zijn eigen lespakketten aan met eigen prijzen en eigen werkwijze. Kijk eens rond bij verschillende hondenscholen, zoek een school die bij u past.
Om les te mogen geven of een hondenschool te mogen openen heb je geen diploma's nodig. Uiteraard wilt u niet zomaar bij iemand lessen. Zoek een hondenschool waarbij de instructeurs een diploma O&O hebben (Opleiding en Opvoeding). Voor gehoorzaamheidscursussen en veel hondensporten is een diploma als Kynologisch instructeur te halen om gekwalificeerd en verantwoord les te kunnen geven.

Wanneer?

Vanaf negen weken leeftijd kan iedere hond puppycursus volgen. Cursus Balans& coördinatie en speuren is geschikt voor jonge honden. Iedere hondenschool heeft ook een beginnerscursus gehoorzaamheid voor een volwassen hond, als u met een oudere hond start.

Voor actieve hondensporten als agility, flyball, frisbee raden we aan te wachten tot uw hond is uitgegroeid. Voor kleine rassen is dit een jaar, voor grote rassen 1,5 jaar leeftijd. We raden aan om eerst een sportkeuring bij de dierenarts te laten uitvoeren, waarbij gekeken wordt naar alle gewrichten (evt met behulp van röntgenfoto's), de bespiering en het gewicht van de hond.

De meeste hondenscholen trainen buiten. Vaak is er een winter- en zomerstop. Binnen trainen in een hal of manage klinkt comfortabel, maar bedenk dat een actieve hondensport op een goed verende, niet glijdende ondergrond moet plaatsvinden om blessures van u of uw hond te voorkomen. Een goed drainerend, egaal buitenveld is ook een vereiste voor verantwoord sporten. Denkt u ook een warming-up en cooling-down voor u en uw hond?

Welke cursus/sport?

Hier vindt u een overzicht

Vuurwerkangst

De nieuwste inzichten

Niets doen?

Veel honden zijn bang tijdens het vuurwerk op Oudejaarsavond. En dat hoeft helemaal niet erg te zijn. Als uw hond alleen bang is tijdens het vuurwerk zelf, en hijgerig in z'n mand ligt of onder de tafel of trap kruipt, hoeft u niets te doen. Het is voor de hond niet erg om één keer per jaar even bang te zijn. Het gedrag moet alleen niet verergeren.

Negeren?

Veel baasjes vragen zich af of ze moeten negeren of troosten bij angstgedrag. Jarenlang zei men dat als een hond ergens van schrikt en angstgedrag vertoont, je de hond moet negeren. Troosten zou het angstgedrag versterken, was het idee. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat dit niet juist is. Het troosten is niet de beloning, maar het doen ophouden of het weggaan van de dreiging. Als we de hond zijn eigen gang laten gaan, gaat hij/zij gedrag ontwikkelen om een dreiging te laten verdwijnen. Zo kan hij blaffen of uitvallen naar een brommer die toch doorrijdt, waardoor de hond kan leren dat uitvallen werkt: de brommer gaat er immers vandoor. De hond kan vluchten voor enge objecten, mensen of dieren, waarbij hij leert dat hij sneller is en dat door vluchten de dreiging verdwijnt. Maar dat is niet het gedrag wat wij willen.

Troosten!

Honden mogen best steun hebben. U bent in zijn ogen de leider. Een leider zorgt voor de bescherming van zijn roedel en helpt zijn roedel in moeilijke tijden. Negeren en het hem zelf laten uitzoeken kan resulteren in een hond die wegvlucht voor het onweer in plaats van naar zijn baas toe te rennen voor steun. Het kan ook zijn dat uw hond naar u kijkt om uw reactie te peilen. Als de hond schrikt van een rotje, ga daarom niet met veel bombarie schelden op die kinderen die veel te vroeg beginnen met het afsteken van vuurwerk. Blijf rustig, onderdruk uw boosheid en laat uw hond merken dat u snel van de schrik herstelt. Loop rustig door. Uw hond is nu in staat uw reactie in te schatten: “Oké, ik hoef me hier niet druk om te maken” en zal dan zelf niet of minder bang zijn.

Dr. M.B.H.Schilder van de Universiteit Utrecht heeft onderzoek gedaan naar de invloed van troosten op het angstgevoel van de hond. Hier het resultaat:
Moet de hond het alleen uitzoeken, dan duurt het heel lang voordat de hond hiervan herstelt.
Steunt de eigenaar de hond door dicht tegen de hond aan te gaan staan of bij de hond te gaan zitten, dan werkt dit angst/stress-reducerend.
Gaat de eigenaar de hond aanhalen en toespreken, dus troosten, dan neemt het angstgevoel van de hond nog sneller af. Het nadeel kan zijn dat hele slimme honden soms angstgedrag gaan vertonen om de prettige aandacht van het aanhalen te krijgen, terwijl ze niet bang zijn.
Komt uw hond steun bij u zoeken, geef hem die steun dan ook. Leer hem dat hij bij u de steun vindt die hij nodig heeft, zodat hij minder stress voelt. Als u dit doet zal de hond in plaats van weg te vluchten, naar u toekomen, want u bent de baas waar hij op kan rekenen!

Wanneer wel ingrijpen?

Uren onrustig door de kamer rennen, constant bij de baas willen zijn, dagen voor Oud & Nieuw niet meer naar buiten willen of niet meer willen eten, zijn goede redenen om wél iets te doen. Ook als de angst overslaat op andere harde geluiden zoals onweer, een motor, een dichtslaande deur of een boek dat valt, is het beter om in te grijpen. De beste manier om uw hond van zijn angst af te helpen is training. Lukt dit niet, dan kunt u gehoorbescherming voor uw hond overwegen, of bijv. inbakeren. Daarnaast is er medicatie tegen vuurwerkangst (zie onder). Het liefst gebruiken we daarvoor natuurlijk middelen, maar inmiddels zijn er ook diergeneesmiddelen geregistreerd voor deze indicatie. Deze kunnen alleen voorgeschreven worden door een dierenarts, die uw hond onderzocht moet hebben (wettelijke bepaling).

Training met een vuurwerk-cd

De eenvoudigste en beste vorm van gedragstherapie is trainen met behulp van een speciale vuurwerk-cd, bijvoorbeeld van gedragsinstituut Tinley. Dit kan gecombineerd worden met medicatie die de angst verlaagt én waardoor de hond makkelijker leert (zie hieronder). Er moet wel op tijd met trainen begonnen worden, het liefst al in september, want een leerproces heeft pas resultaat als het vaak herhaald wordt. Dit vergt tijd en moeite van de eigenaar, maar uw hond heeft hier de rest van zijn/haar leven wat aan!

Medicatie

Als training niet helpt, of de angst als zó groot is dat de hond op ieder geluid al reageert, of dágen van slag is, is het nodig om medicatie te geven tegen de angst.
De tabletten die vroeger werden gebruikt (met als werkzame stof acepromazine) bleken niet goed. Ze verhogen namelijk de gevoeligheid voor geluid terwijl de hond te suf werd om te kunnen reageren. Hierdoor werd de angst juist erger. Gelukkig is er nu medicatie die echt angstverlagend werkt, en die minder bijwerkingen hebben. Let op, sommige middelen mogen niet worden gegeven aan dieren die last hebben van leverproblemen, hartfalen, epilepsie, of aan drachtige dieren.

Mogelijkheden:
* Zylkène is een natuurlijk product dat helpt bij milde vormen van stress. U begint hier het best een maand van tevoren mee. Als u een paar dagen van tevoren begint is er wel effect, maar kleiner.
* Adaptyl is ook een natuurlijk middel dat helpt de hond te ontspannen en stress beter te controleren. Kan een dag van tevoren gegeven worden.

Op de avond zelf

Naast het steunen van uw hond, kan een goede voorbereiding ervoor zorgen dat een milde angst niet overgaat in steeds erger wordende angst. Daarvoor geven we u een paar tips:

  • Laat uw hond niet vlák voor de jaarwisseling uit, maar een paar uur voordat het vuurwerk begint.
  • Laat uw hond in de week voor oud&nieuw niet loslopen, om wegrennen te voorkomen als de hond schrikt.
  • Als uw hond graag ergens wegkruipt, creëer dan een veilige ruimte waar hij zich kan verstoppen. Dit werkt stressverlagend. Laat hem dan zijn gang gaan en probeer hem niet bij u te houden.
  • Doe de gordijnen dicht en zet de radio aan om geluid en licht van vuurwerk zo veel mogelijk te vermijden.
  • Bij héél erg angstige honden kan het goed zijn om op Oudejaarsavond een rustigere plek op te zoeken. Er zijn in Nederland een aantal vakantieparken die vuurwerkvrij worden gehouden.
  • Sommige honden hebben baat bij inbakeren, of een speciaal thundershirt.

Honden horen vele malen beter dan mensen en voor hen zijn de knallen daardoor extra eng. Er bestaan speciale oorkappen voor honden, maar u kunt ook gehoorbescherming voor kinderen of voor volwassen personen gebruiken, afhankelijk van het formaat van uw hond. Uw hond moet getraind worden om gehoorbescherming te accepteren.

Terug naar Honden