De Saen 075 - 617 39 11
Saendelft 088 - 343 73 43
Westerwatering 075 - 616 07 61

Zaterdag 26 en zondag 27 november

Spreekuur en de spoeddienst op vestiging Saendelft​, Kaaikhof 32 te Assendelft​.

Ziekten en afwijkingen

Ziekten en afwijkingen

  • Abcessen
  • Cytologisch onderzoek
  • Diarree
  • Gebitsproblemen
  • Huid- en vachtproblemen bij konijnen
  • Huidmadenziekte (myiasis)
  • Luchtwegproblemen bij konijnen
  • Luchtwegproblemen bij ratten
  • Melkkliertumoren bij de rat
  • Overgewicht bij het konijn
  • Snijtandproblemen
  • Urinewegproblemen bij cavia's
  • Urinewegproblemen bij konijnen
  • VHD: Viral Haemorrhagic Disease
  • Ziektekostenverzekering

Abcessen

Een abces is een met pus gevulde holte die ontstaat door een ontsteking. Abcessen kunnen over het hele lijf voorkomen, zowel uitwendig als inwendig. De oorzaak van de ontsteking kan een bacterie van buitenaf of vreemd materiaal in het lichaam zijn. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een splinter diep in het weefsel.
Konijnen en knaagdieren zijn gevoelig voor abcessen en deze zijn lastiger te behandelen dan bij andere dieren. Dit heeft drie oorzaken:

  • De pus bij knagers is extreem dik. Bij mensen en veel dieren is pus vloeibaar, waardoor na het openen van een abces de troep eruit loopt. Bij knagers is de pus net tandpasta.
  • Abcessen bij knagers hebben een hele dikke wand en vaak ook meerdere holtes van binnen. Dit maakt het legen en goed schoonmaken moeilijker. Er is een langere en grondigere behandeling nodig.
  • Veel abcessen bij knagers ontstaan door een gebitsprobleem en zitten aan de kaak vast. Dit is een lastig en gevoelig gebied.

Talgklierabces

Oudere cavia's ontwikkelen vaak talgklierbulten op hun romp. Deze kunnen open springen, gaan infecteren en ontsteken. Een geïnfecteerde wond is een pijnlijke en levensbedreigende situatie voor een cavia. Daarnaast kunnen ze erg groot worden, zodat ze in de weg gaan zitten en de cavia er last van heeft.

Kaakabces

Een kaakabces vraagt om heel andere aanpak. Hierbij is het zeer belangrijk om niet alleen het abces te openen, schoon te maken en antibiotica te starten, maar ook om de oorzaak van het abces op te sporen en te behandelen!

Onder narcose wordt er een röntgenfoto van het gebit gemaakt. Meestal zijn doorgroeiende wortels van kiezen de oorzaak van het abces. De afwijkende kies (of kiezen) dient getrokken te worden. Dit is zeker geen makkelijke klus en lukt niet altijd. Het abces moet zeer grondig worden schoongemaakt. Het is belangrijk dat het abces open blijft, zodat er lucht bij kan en er zalf in kan worden aangebracht. Het dier krijgt antibiotica en pijnstillers. Het vergt een gemotiveerde eigenaar om een kaakabces te behandelen. De nazorg kan weken duren.

Het is niet altijd mogelijk om te voorkomen dat een kaakabces ontstaat. Wat heel belangrijk is, is goede voeding. U kunt daar meer over lezen bij de kopjes 'voeding' en 'gebitsproblemen'.

Behandeling

Voor alle knagers geldt: indien mogelijk, is de beste behandeling om een abces chirurgisch in het geheel te laten verwijderen. Als geheel verwijderen niet mogelijk is, dan wordt het abces op een speciale manier opengemaakt en gehecht. De behandeling met alleen medicatie heeft vaak weinig effect.

Zorg dat u bij een kaakabces een kundige dierenarts bezoekt! Veel dierenartsen denken dat even opensnijden en een week antibiotica wel voldoende is. Onze dierenartsen Christel Baltus, Ignas Hattink en Barbara Bontekoning hebben daar inmiddels veel nascholingen voor gevolgd en goede ervaring met het behandelen van deze abcessen.

Cytologisch onderzoek

Om zoveel mogelijk onderzoeken bij Plusdierenklinieken op onze locaties uit te kunnen voeren en de dieren zo snel mogelijk te helpen, hebben we twee dierenartsen die zich bekwaamd hebben in het cytologisch onderzoek. Bij dit onderzoek wordt de structuur en functie van cellen met behulp van een microscoop bekeken. Zo kunnen we bijvoorbeeld biopten en/of puncties van bultjes, afkrabsels van de huid of afdrukjes van een wondje beoordelen. Ook kunnen we op deze manier biopten van inwendige organen onderzoeken die tijdens een echo-onderzoek worden verkregen.

Als je dier bijvoorbeeld een bultje heeft, is het belangrijk het te laten onderzoeken. Het voornaamste doel van het cytologische onderzoek is onderscheid maken tussen ontsteking of tumor. Soms is het nog onschuldiger en blijkt er sprake van een cyste of talgklier. Bij een tumor wil je weten of het een goed- of kwaadaardige tumor betreft. Het is fijn als je daar zo snel mogelijk de uitslag over krijgt. Als we niet zeker zijn van de uitslag, sturen we het op naar het laboratorium. Maar meestal kan die tijd dus uitgespaard worden. Aan de buitenkant is niet te zien of een bultje 'onschuldig' is of niet. Met deze snelle methode is dus heel veel meer informatie te krijgen!

De dierenartsen dierenartsen die het cytologisch onderzoek uitvoeren zijn: Ignas Hattink en Femke van Kempen.

Diarree

Normale ontlasting

Een gezond konijn of knaagdier heeft vele, droge, goed gevormde keutels gedurende de dag. De vorm hoort redelijk constant te zijn (kleinere keutels betekent vaak dat het konijn minder eet!) Naast normale keutels produceren konijnen ook caecotrofen ("blindedarmkeutels" of "nachtontlasting").

Caecotrofie is een moeilijk woord voor het opeten van keutels. Dit is iets specifieks voor konijnen. Op bepaalde tijdstippen vormen zich in de blinde darm zachte keutels met weinig vezels, maar vol met voedingsstoffen. Deze keutels worden door het konijn uitgepoept en weer opgegeten. Als het goed is, zie je deze keutels dus zelden tot nooit. Door deze vorm van recycling voldoet het konijn voor 20% aan zijn eiwitbehoefte en voor 100% aan zijn behoefte aan vitamine B en K. Ze zijn dus erg belangrijk voor de gezondheid van het konijn.

Plakpoep

Als er in de darm iets misgaat met de vertering van, de passage van en/of de wateropname uit de voeding, ontstaat er te dunne ontlasting. Meestal is wat eigenaren als diarree beschrijven geen echte diarree. De dunnere ontlasting die bij konijnen aan hun kont blijft kleven of in het hok gevonden wordt, bestaat meestal uit de normale caecotrofen. Er wordt ten onrechte gedacht aan een probleem met de ontlasting, terwijl het meestal een voedingsprobleem is! De zachte trosjes keutels worden blijkbaar niet (goed) door het konijn opgegeten en blijven dus achter in de omgeving.

Wat is de oorzaak van het niet opeten van die ontlasting?

  • De meest geziene reden is: verkeerde voeding! Veel te veel krachtvoer (biks) en groenten zorgen er voor dat een konijn te weing ruwvoer eet. Hij krijgt zo veel energie binnen en eet de (afwijkende) blindedarmkeutels niet meer op. De kwaliteit van de voeding is ook belangrijk. Zie konijnenvoeding. Een voerwisseling of medicijngebruik kan soms een andere smaak aan de caecotrofen geven, waardoor het konijn tijdelijk zijn caecotrofen niet opeet.
  • Overgewicht van het konijn, waardoor hij niet bij zijn/haar anus kan komen. De meeste konijnen eten de caecotrofen niet op van de grond, alleen rechtstreeks uit hun anus. Doordat hun buik in de weg zit, kunnen ze er echter niet mee bij. Overgewicht komt meestal door te veel en verkeerde voeding en te weinig beweging.
  • Andere redenen waarom het konijn niet bij de anus kan of wil komen: rugproblemen, te lange vacht of klitten, pijnlijke huid door bijvoorbeeld urine-eczeem bij incontinente konijnen.
  • Gebitsproblemen kunnen er voor zorgen dat een konijn niet wil eten. Ze zullen dan ook hun keutels niet eten. Soms stoppen ze eerder met het eten van hun caecotrofen dan hun voer.

De oplossing ligt voor de hand: niet te veel, goede kwaliteit biksvoeding (geen gemengde korrels!), niet te veel groenten, veel hooi en veel beweging. Bij de dierenarts is speciale voeding voor konijnen met diarreeklachten verkrijgbaar  ("Vetcare Plus Digestive Health Formula"). Andere medische problemen dienen behandeld te worden door bijvoorbeeld pijnbestrijding of een gebitsbehandeling. 

Door het niet opeten van de caecotrofen wordt de normale spijsvertering verstoord waardoor een vicieuze cirkel ontstaat. Om het konijn te helpen snel goede ontlasting te krijgen en te eten, kan er tijdelijk probiotica (zoals Protexin Bio Lapis poeder of Fibreplex pasta) worden toegediend.

Diarree

Zoals hierboven uitgelegd, komt echte diarree bij het konijn zelden voor. Konijnen die niet in aanraking komen met honden, katten of wilde konijnen hebben zelden een wormbesmetting. Wel zijn er enkele maagdarmwormen waarvan de larven in besmet hooi, gras of groente kunnen zitten en zo een huiskonijn kunnen besmetten.

Wat zijn de symptomen van een wormbesmetting? Meestal zijn er regelmatige maagdarmproblemen en afwijkende ontlasting (met slijmdraden) te zien. Dit hoeft echter niet, een wormbesmetting kan ook jarenlang symptoomloos blijven. Er zijn goede ontwormmiddelen die effectief zijn tegen de meeste darmparasieten. Pinworm is een hardnekkige worm die soms al jaren in het konijn aanwezig kan zijn. Besmette konijnen hebben regelmatig afwijkende blindedarmkeutels en terugkerende klachten van een stilliggend maagdarmkanaal.
Bij jonge konijnen van zes weken tot vijf maanden kan coccidiose een oorzaak van diarree zijn. Dit is een darmparasiet die ernstige levensbedreigende diarree en leverschade kan veroorzaken. Gezonde konijnen kunnen deze parasiet bij zich dragen en uitscheiden in de ontlasting zonder zelf klachten te hebben. Besmetting komt met name voor bij jonge konijnen die intensief worden gehouden (dus veel konijnen in kleine, niet hygiënische ruimte). Behandeling komt vaak te laat voor de zieke dieren.

De diagnose van maagdarmparasieten kan middels een ontlastingsonderzoek gesteld worden. Door wat verse ontlasting te bekijken onder de microscoop kunnen wij eieren van wormen opsporen en een gerichte behandeling inzetten.

Diarree kan ook optreden door medicijngebruik, met name langdurig antibiotica. In dit geval zal het toevoegen van probiotica aan het voer goede verbetering geven.

Gebitsproblemen

Afwijkingen aan het gebit zorgen bij veel konijnen en cavia's voor medische problemen. Het kan zowel bij jonge als oudere dieren voorkomen en de oorzaak is meestal een combinatie van factoren.

Oorzaak

Bij jonge dieren komt het o.a. door fokfouten (bijvoorbeeld een onderbeet van de snijtanden). Iets oudere dieren kunnen gebitsproblemen krijgen door verkeerde voeding. Door een verkeerde calcium en fosfaat verhouding in met name de eerste levensweken (wanneer het konijn meestal nog niet bij u is!) ontstaan de eerste scheve kiezen. Door jarenlange verkeerde voeding en/of te weinig daglicht leidt dit uiteindelijk tot een probleem. Daglicht is belangrijk voor vitamine D, hetgeen nodig is voor een goede calciumstofwisseling. Op iedere leeftijd kan een gebitsprobleem ontstaan door trauma: een val of blijven haken achter het gaas van het hok.

Slijtage: heel belangrijk

De snijtanden en kiezen van een konijn en cavia groeien bijna het hele leven door. Bij een gezond dier groeien de elementen twee mm per week, maar slijten door knagen en kauwen ook twee mm per week af. Als de boven- en ondertanden niet goed op elkaar aansluiten, gaat het mis. De kiezen of tanden slijten dan langzamer en/of onregelmatig af. Dit heeft tot gevolg dat er gemene punten op de kiezen ontstaan. Deze zijn vaak zeer scherp en steken in de tong of wang. Doordat eten pijnlijk wordt (of gewoon onmogelijk door te lange snijtanden), gaat het dier langzamer en minder eten. Uiteindelijk stopt het dier helemaal met eten. Naast stoppen of minder eten, is het mogelijk dat één of meerdere van de volgende symptomen worden waargenomen: geen keutels, vermageren, kwijlen, slechte vacht, traanogen of pussige ogen (aan één kant of beide kanten) en diktes aan de kin/wang (abcessen).

Stoppen met eten: alarm!

Als een knager niet meer eet, komen de darmen stil te liggen. Bij knaagdieren en konijnen is dit een ernstig probleem, omdat de darmen vaak niet meer op gang komen zonder hulp. Er kan zich gas ophopen in de maag (tympanie). Dit laatste is vaak in enkele uren dodelijk! Als een knager niet eet en de darmen liggen stil (u ziet dus helemaal geen keutels meer in het hok), dan verzwakt het dier en kan het binnen twee tot drie dagen overlijden. Belangrijk is om dan meteen te beginnen met dwangvoeren! Vraag uw dierenarts hiervoor om advies. Laat uw dier ook nakijken door een arts. De oorzaak van het niet eten (vaak dus het gebit) moet immers gevonden en verholpen worden. De dierenarts kan middelen geven om de darmen te stimuleren, vocht toedienen en een pijnstiller geven zodat het eten minder pijnlijk is.

Behandeling

De scheve kiezen, snijtanden en/of haken moeten uiteraard ook verholpen worden, wil het konijn of de cavia weer goed kunnen eten. Bij een wakker dier kan men alleen de snijtanden goed zien. Met een speciale kijker kan de dierenarts wel een indruk krijgen van de eerste kiezen achterin de bek. Echter, een gebitsinspectie en behandeling bij een wakker dier is geen goede therapie! Om bij de achterste kiezen te komen, moet namelijk een metalen beksperder tussen de snijtanden worden gezet. Dit geeft heel veel stress. Als het dier zich ook maar iets hier tegen verzet, kan zelfs het kaakgewricht ernstig beschadigd raken of de kaak breken. Daarnaast is aangetoond dat je bij een wakker dier maar 25% van de gebitsproblemen kunt zien (en dus verhelpen!).

Een goede gebitsinspectie en behandeling moet dus absoluut onder narcose gebeuren. Het veiligst en minst belastend voor het dier is gasnarcose. Met een kapje op de neus ademt het konijn verdovend gas in. Hierdoor verliest hij het bewustzijn en verslappen de spieren. Nu kan er zonder weerstand en stress naar het gebit worden gekeken. Alle kiezen moeten één voor één worden geïnspecteerd en afgevoeld op haken of loszittende elementen. Haken op de kiezen of te lange snijtanden worden kort geslepen. Het hele gebit wordt zo veel mogelijk in de normale anatomische toestand teruggebracht. Hier zijn dus goede kennis van het normale gebit en goede materialen heel erg belangrijk. Tanden en kiezen worden tegenwoordig nooit geknipt. Het risico op splijten is dan groot en kan later een wortelabces tot gevolg hebben. Na de behandeling is het dier weer in enkele minuten wakker! Helaas is het wel zo dat er aan een scheve kaakstand (malocclusie) niets gedaan kan worden, dus het probleem komt dan meestal terug. Bij 2 mm groei per week kunnen problemen helaas weer snel ontstaan. Het is dus heel belangrijk om de problemen te voorkomen door goede voeding te geven. Bij cavia's komt dit probleem soms niet meer terug of pas na lange tijd. Als het probleem eenmaal bekend is bij eigenaar en dierenarts, kan men wel op tijd (vóórdat het dier stopt met eten) ingrijpen en is vaak geen verdere medicatie noodzakelijk.

Onder narcose kunnen 75% van de gebitsproblemen worden geconstateerd. 25% van de afwijkingen is alleen op een röntgenfoto van de schedel zichtbaar. In overleg met de dierenarts kan besloten worden tot verder onderzoek.

Huid- en vachtproblemen bij konijnen

Net als andere dieren kunnen konijnen huidproblemen krijgen. Dit geldt niet alleen voor konijnen die buiten leven, maar ook voor binnenkonijnen. Dit komt doordat sommige ziektes binnengebracht worden (via het hooi, de bodembedekking, via de eigenaar of via vliegende insecten) of doordat ze al besmet waren voordat ze bij de eigenaar in het huis kwamen. Hieronder volgen de meest voorkomende huidproblemen bij konijnen.

Verharen en haren plukken

Niet alle afwijkingen aan de vacht zijn een ziekte. Meestal verharen konijnen twee keer per jaar. Dit is een geleidelijk proces dat start op de buik en zich zo uitspreidt naar de kop en de rug. Dit kan lijken op een golf die langzaam over het lichaam gaat. Tijdens het verharen ontstaan er geen kale plekken, korstjes of heftige jeuk.
Ook het plukken van haren van de wam (de huidplooi onder de kin) of van de buik is ‘normaal’ gedrag. Voedsters (vrouwtjes) doen dit als ze drachtig zijn, schijndrachtig zijn of als ze willen paren.

Vachtmijt

Deze mijt heeft officieel Cheyletiella parasitovorax. Dit is een veel voorkomende mijt, die (zoals zijn naam al aangeeft) in de vacht van konijnen leeft. Het meest typische beeld is dikke witte schilfers aan de wortel van de haren, dichtbij de huid, meestal op de rug of in de nek. Daarnaast kun je, als je goed kijkt, kleine witte beestjes zien lopen (walking dandruff). Soms zijn de tekenen niet zo duidelijk. Het konijn krijgt er jeuk van en er ontstaan kale plekken door krabben en haaruitval. Konijnen kunnen deze mijt oplopen via bijvoorbeeld het hooi of de bodembedekking. Daarnaast kunnen ze altijd al besmet zijn geweest. Als deze klachten worden gezien, is de kans groot dat er nog meer problemen zijn waardoor het konijn zich niet zo goed kan verzorgen. Denk hierbij aan gebitsproblemen, overgewicht of rugproblemen. Voor de behandeling tegen vachtmijten kunnen er druppels of injecties gegeven worden. Daarnaast is het heel belangrijk om de omgeving goed schoon te maken. Deze mijt kan ook lichte jeukklachten veroorzaken bij mensen.

Myiasis of vliegenslag of huidmadenziekte

Dit is een zeer gevreesde ziekte die voornamelijk in de lente en de zomer voorkomt. Lees hier meer over in het aparte hoofdstuk: Myiasis.

Schimmel

Er zijn een aantal schimmelsoorten die kunnen voorkomen bij konijnen. Konijnen kunnen schimmel oplopen via soortgenoten, via andere dieren (cavia’s!) en eventueel via hooi of bodembedekking. Veel konijnen besmet met schimmel zijn al besmet op het moment van aanschaf. Het beeld van een konijn met schimmel zijn korstjes, schilfers, wondjes en kale plekken. Deze worden het meest gezien in het gezicht en aan de voorpoten van jonge konijnen. De dieren hebben vaak (maar niet altijd) jeuk. Veel konijnen (en andere dieren) kunnen schimmel bij zich dragen zonder dat ze er klachten van hebben. Ze zijn dan wel verantwoordelijk voor de verspreiding en infectie van andere dieren. Daarnaast kunnen ze plots klachten ontwikkelen op het moment dat ze ziek worden door iets anders. De diagnose wordt gesteld op basis van het beeld, de klachten en een schimmelkweek. Alle dieren die in contact zijn geweest met het besmette dier moeten behandeld worden en ook de omgeving moet grondig worden gereinigd.

De schimmels die bij konijnen voorkomen, kunnen ook klachten geven bij mensen. Raadpleeg uw huisarts voor advies.

Syfilis

Konijnensyfilis wordt veroorzaakt door de bacterie Treponema paraluiscuniculi. Ze lopen deze infectie op via andere konijnen en dan met name via hun moeder tijdens het zogen. Dit kan nog maanden na het contact klachten geven. Er ontstaan korstjes en gezwollen zweertjes op de lippen, de oogleden, de neus en op de geslachtsdelen. Er is geen jeuk. Het is dus belangrijk om een onderscheid te maken met myxomatose en schimmel. Vaak gaat de infectie vanzelf over, maar kan soms wel serieuze klachten veroorzaken en lang aanhouden. Dit komt vaak ook omdat ze zichzelf of elkaar steeds weer opnieuw besmetten. De behandeling bestaat uit een aantal injecties. Konijnensyfilis is niet besmettelijk voor mensen.

Oormijt

Oormijt, oftewel Psoroptes cuniculi, zijn kleine parasieten die in de oren van konijnen leven. Veel konijnen hebben hier geen echte klachten van en kunnen de parasieten jaren bij zich dragen. Op deze manier kunnen ze ook andere konijnen gaan besmetten. In het oor graven de oormijten zich in de huid en veroorzaken korsten (lijkt soms op bladerdeeg), ontsteking en jeuk. Hierdoor gaat het konijn met de kop schudden en krabben aan de oren. Dit kan uiteindelijk leiden tot een middenoorontsteking. De diagnose van een infectie bij een konijn wordt gesteld door met een speciale oorkijker (otoscoop) in de oren te kijken. Een oormijtbesmetting kan over het algemeen goed worden behandeld.
Oormijten van konijnen veroorzaken geen klachten bij mensen.

Vlooien

Konijnen met vlooien worden meestal besmet door de honden- of kattenvlo, Ctenocephalides canis of felis. Ook wilde dieren buiten kunnen vlooien overbrengen. De klachten die ontstaan zijn vergelijkbaar met de klachten bij honden en katten. Ze krijgen jeuk, kale plekken, huidontsteking en korstjes. Vlooien kunnen ook verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van Myxomatose! Vlooien kunnen gemakkelijk behandeld worden met een vlooienbestrijdingsmiddel. Het is wel heel belangrijk om goed op te letten dat het middel ook geschikt is voor konijnen. Wij raden sterk af om middelen te gebruiken waarvan niet bekend is of ze geschikt zijn voor konijnen. Met name Frontline is erg gevaarlijk.

Myxomatose

Myxomatose is een gevreesde aandoening dat door een virus wordt veroorzaakt. Het virus wordt verspreid door bloedzuigende insecten en andere konijnen. De ziekte is meestal dodelijk, maar er kan gelukkig goed tegen worden gevaccineerd. Lees er meer over in de aparte hoofdstukken over Myxomatose en Vaccineren.

Pododermatitis

Pododermatitis is een ontsteking van de voetzolen in meer of mindere mate. De vacht onder de zolen is aangetast en de huid raakt beschadigd en ontstoken. Dit is een erg pijnlijk probleem en moet goed worden behandeld.

Abcessen

In de huid kunnen infecties ontstaan. Dit kan worden veroorzaakt door bijtwonden of door prikkende voorwerpen die in de huid steken. Hierdoor komen bacteriën in de huid, waardoor een ontsteking ontstaat. Door deze ontsteking wordt pus gevormd. Abcessen bij konijnen zijn heel anders dan bij honden en katten en moeten dan ook anders worden aangepakt Zie hiervoor ook het aparte hoofdstuk over abcessen.

Urinebrand

Urine is een erg bijtende vloeistof. Als de huid te lang in contact komt met urine raakt de huid ontstoken en gaat pijn doen. Dit kan ontstaan doordat het konijn incontinent is, een blaasontsteking of rugproblemen heeft. Ook bij slechte hygiëne kan dit ontstaan. Vaak wordt de achterkant van het dier nat, vuil en steeds kaler. Voor de behandeling is het belangrijk om de oorzaak te vinden en niet alleen de huidklachten te verhelpen. De huid kan verzorgd worden door goed te wassen en te drogen. Soms zijn antibiotica, pijnstillers en huidzalf nodig.

Huidmadenziekte (myiasis)

Als aan het eind van het voorjaar de dagen warmer en vochtiger worden, sterven regelmatig konijnen aan huidmadenziekte (officiële naam: myiasis). De huidmadenziekte wordt veroorzaakt door de groen-blauwe vlieg, die in deze periode tevoorschijn komt. Ze ruimen uitwerpselen op van onder andere katten, honden en kippen, maar zoeken ook naar een geschikte plaats waar ze hun eitjes kunnen leggen zoals op het achterwerk van schapen en konijnen.

Risico's

Indien uw konijn oud is, last heeft van incontinentie, diarree en/of van plakpoep, loopt hij/zij extra risico. Ook bij konijnen met overgewicht, langharige konijnen en konijnen die verkeerde voeding krijgen, komt deze ziekte eerder voor. De vliegen komen vaak af op de lucht van ontlasting en urine. Ze leggen eitjes in de aangekoekte uitwerpselen of op vieze en/of aangetaste huid, en hebben een voorkeur voor de onderkant van de staart en tussen de achterpoten. Madenziekte kan bij warm vochtig weer in 24 uur ontstaan. De maden die zich ontwikkelen eten zich in minder dan vier uur naar binnen in het dier. Zonder snelle behandeling kan uw konijn binnen twee dagen sterven.

Symptomen

Een besmet konijn heeft duidelijk pijn, is stil, zit vaak te rillen en de achterkant is rood en vies. Let op: konijnen zijn prooidieren en laten daarom niet direct zien dat er wat mis is. Wanneer u ontdekt heeft dat uw konijn maden heeft, bel dan direct de dierenarts, ook al is het in het weekend.

Behandeling

De dierenarts zal, afhankelijk van de toestand, uw konijn zo snel mogelijk behandelen. De achterkant wordt geschoren en gewassen. Uw konijn zal helemaal nagekeken worden op wondjes waar de maden ook in kunnen zitten. De maden worden één voor één met een pincet verwijderd. De dierenarts kan een injectie geven met een parasietdodend middel. Uw konijn zal pijnstilling en antibiotica krijgen en indien nodig een infuus en dwangvoeding. Verder dient u zelf thuis regelmatig te controleren of er nog maden aanwezig zijn. Deze moeten verwijderd worden en uw konijn moet regelmatig worden gewassen.

De dierenarts zal uw konijn nog controleren op andere mogelijk aanwezige problemen, zoals gebitsproblemen, verkeerde voeding, diarree en dergelijke. 

Voorkomen

  • Houd het hok goed droog en schoon en controleer uw konijn iedere dag onder de staart op aangekoekte ontlasting, natte vacht en wondjes over het gehele lichaam. Indien de achterkant vies is, kunt u deze schoonmaken met lauwwarm water. Konijnen hebben een gevoelige huid, dus gebruik alleen water of een speciale konijnenshampoo. Belangrijk is om daarna de achterkant weer goed droog te maken!
  • De juiste voeding voor uw konijn bestaat voornamelijk uit hooi. Een gezond konijn eet hier de hele dag van.  Kijk voor meer voedingsadviezen onder het hoofdstuk voeding.
  • Bedenk dat een regelmatig vuil achterwerk meestal wijst op problemen met het maagdarmkanaal. Dit kan het gevolg zijn van een slecht gebit, voedingsfouten, ziekte of een verstoorde darmflora.
  • Er is een nieuw goed middel om maden en vliegeneitjes te bestrijden: de spray Nomyiasis van AST. een keer per maand de vacht insprayen en inwrijven is voldoende. Verkrijgbaar bij PlusDierenklinieken.

Uitwendige middelen die door veehouders en hobbyboeren worden gebruikt tegen de vliegen en maden bij schapen zijn voor konijnen niet veilig en veroorzaken in veel gevallen versuffing of zelfs verlamming. Gebruik deze dan ook niet.

Luchtwegproblemen bij konijnen

Konijnen kunnen een vieze neus hebben met  heldere of groene neusuitvloeiing, niezen en mogelijk ook ontstoken ogen. Dit wordt meestal veroorzaakt door een besmettelijke bacterie (Pasteurella multocida). De bijbehorende ziekte wordt "snot" genoemd. Pasteurella kan ook middenoorontsteking geven en abcessen veroorzaken.

Meestal treedt deze ziekte op bij net aangeschafte jonge konijnen.

Behandeling met antibiotica is vaak alleen succesvol als je er op tijd bij bent. Als de luchtwegen al vol zitten met dik groen snot is behandeling vaak teleurstellend. Een goede keus van antibiotica is erg belangrijk. Veel dierenartsen schrijven standaard enrofloxacine (Baytril) voor bij problemen, dit werkt echter niet tegen Pasteurella.

Sommige konijnen raken chronisch besmet en komen nooit helemaal van deze bacterie af. De klachten komen dan regelmatig terug na een periode van stress.  De infecties van de voorste luchtwegen moeten niet verward worden met een syfilis infectie. Hierbij hebben (jonge) konijnen korsten op de neus en genitaliën. Luchtwegproblemen ontstaan eerder als er te weinig frisse lucht in het hok komt. Pas dus op met helemaal dichtmaken van het hok in de winter. Ook ammoniakdampen uit de urine in een slecht schoongemaakt hok kunnen de kans op een bacteriële besmetting vergroten. Stoffige bodembedekking en zaagsel zorgen eerder voor problemen.

Naast Pasteurella kunnen ook andere bacteriën een infectie van de neus geven. Gebitsproblemen veroorzaken soms abcessen in neusgangen of voorhoofdsholtes. Een besmetting met myxomatose kan ook niezen veroorzaken.

Benauwdheid

Benauwdheid kan veroorzaakt worden door een acute Pasteurella-infectie, VHD (bloederige konijnenziekte), hitte, hartproblemen en tumoren.

Konijnen kunnen slecht tegen hoge temperaturen, omdat ze niet kunnen zweten, hijgen en een dikke vacht hebben. Hitte-problemen treden acuut op en de lichaamstemperatuur van het konijn stijgt. Direkt koelen van m.n. de oren is dan zeer belangrijk.

Hartafwijkingen komen ook bij konijnen voor. Helaas is er nog weinig bekend over de precieze aandoeningen en behandeling. Wel is bekend dat vitamine E-tekort, Corona virus en E. cuniculi hartziekten kunnen veroorzaken. Gelukkig worden er ook veel konijnen met succes behandeld tegen hartaandoeningen.

Voedsters zijn zeer gevoelig voor het ontwikkelen van baarmoederkanker. Deze tumoren kunnen jaren aanwezig zijn zonder duidelijke klachten. Deze tumoren zaaien uit naar de longen en kunnen dan ernstige benauwdheid veroorzaken. Bij konijnen komen ook tumoren voor in de thymus (zwezerik), gelegen net voor het hart. 

Bij benauwdheidsklachten wordt meestal een röntgenfoto van de borstholte gemaakt voor verdere diagnostiek. Ernstig benauwde dieren worden eerst gestabiliseerd in een zuurstofkooi. De verdere behandeling hangt af van de oorzaak. 
Myxomatose en VHD besmetting kunnen voorkomen worden door regelmatig te vaccineren!

Luchtwegproblemen bij ratten

Chronische luchtweginfectie bij de rat (chronic respiratory disease, CRD) heeft verschillende oorzaken. Diverse virussen en bacteriën versterken elkaar waardoor het dier klachten krijgt. Daarnaast spelen omgevingsfactoren en de conditie van het dier mee in de ernst van de ziekte.

De oorzaak van deze luchtwegziekte is dus een combinatie van:

  • Te veel ammoniak in de lucht door te veel urine en te weinig ventilatie in het hok
  • Besmetting met Sendai virus, PVM (paramyxovirus), rat respiratory virus, CAR bacillus, Haemophilus bacterie en Mycoplasma
  • Genetische overgevoeligheid voor genoemde ziekte-verwekkers (dit wordt versterkt door inteelt)
  • Vitamine A en E tekort (dit ontstaat indien er geen goede kwaliteit rattenvoeding gegeven wordt)
  • Overgewicht
  • Slechte bodembedekking met veel stof zoals zaagsel

Ratten van alle leeftijden kunnen luchtwegproblemen krijgen. In het begin zijn de klachten mild en worden ze niet altijd door de eigenaar opgemerkt: zwaarder ademen, gewichtsverlies, rode tranen, reutelende ademhaling en niezen. In een later stadium kan ernstige benauwdheid met veel bijgeluiden voorkomen. Soms wordt een scheve kop en evenwichtsproblemen gezien. Alleen niesklachten komen meestal door een allergie (en slechte bodembedekking!) en niet door deze ziekte.

Wat kunnen we er aan doen?

Vele factoren spelen een rol in het ontstaan van deze ziekte. Daarom is behandeling niet makkelijk. Soms hebben er al te veel veranderingen in de luchtwegen plaatsgevonden. Deze schade is niet meer omkeerbaar. Omdat de ziekte nooit meer overgaat, moet er levenslang behandeld worden! Behandeling heeft als doel de klachten te verminderen, zodat de rat nog een leuk leven kan leiden. 

Mogelijke behandelingsmethoden:

  • Antibiotica kunnen in het begin helpen om een bacteriële infectie te bestrijden, maar gaan het probleem zeker niet oplossen. De meeste bacteriën zitten in de slijmlaag en daar dringen antibiotica niet in door! Toch kan het nuttig zijn doxycycline (een antibiotica) levenslang te geven, niet om bacteriën te bestrijden, maar om het ontstekingsremmend effect.
  • Middelen als prednisolon (corticosteroïden) hebben een kortdurend effect en helpen bij acute benauwdheid. Er is weinig wetenschappelijk bewijs dat het nut heeft om het langer te geven en het kan zeker nadelig werken.
  • Middelen die de luchtwegen open zetten (bijv. theophylline) kunnen ademen makkelijker maken en zorgen ervoor dat de werking van epitheelhaartjes in de luchtwegen (die het slijm verplaatsen en opruimen) beter werken. Astma-inhalatoren voor mensen kunnen helpen bij een acute levensbedreigende benauwdheidsaanval.
  • Vernevelen is een hele goede therapie. Hierbij wordt een zoutoplossing door een speciaal vernevel-apparaat in de lucht gebracht waardoor het ingeademd kan worden en diep in de luchtwegen doordringt. Het zorgt dat het dier makkelijker kan ademen, het lost slijm op en doodt bacteriën. Deze behandeling is alleen nuttig indien het één tot twee maal daags, levenslang wordt gedaan.
  • Bisolvon werkt slijmverdunnend. Er is nooit wetenschappelijk onderzocht of het werkt bij ratten, zoals bijna alle van de hierboven genoemde therapiën. (Kinderbisolvon (4 mg/5ml), levensslang vier ml door 100 ml drinkwater).

Melkkliertumoren bij de rat

Eén van de meest voorkomende problemen bij ratten zijn bulten. Heel vaak zijn dit bulten op de buik of borst en dat blijken dan melkkliertumoren te zijn. Gelukkig zijn 90% van deze tumoren goedaardig (fibro-adenoma), dat wil zeggen dat ze niet uitzaaien. De grootste problemen ontstaan meestal doordat de bulten heel groot kunnen worden (soms wel tien cm). De dieren kunnen er minder goed door bewegen, ze slepen er mee over de grond zodat er wonden ontstaan. Daarnaast kost tumorgroei veel energie, waardoor ze sterk kunnen vermageren. Dus ook al zijn de tumoren goedaardig, ze krijgen er toch problemen van.

Melkkliertumoren kunnen bij ratten overal ontstaan waar melkklierweefsel zit, en dat is vrij uitgebreid bij een rat. Van onder de oksel tot bijna bij de staart. Meestal ontstaan ze als de rat meer dan één jaar oud is. Ze voelen aan als zachte knobbels en zijn nooit pijnlijk. Sommige tumoren groeien heel langzaam, andere groeien heel snel en kunnen heel groot worden.

Soms wordt het gebruik van medicatie aangeraden, maar dit heeft bijna altijd een teleurstellend effect.
Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat we de tumoren kunnen voorkomen. Door de vrouwtjesratten op jonge leeftijd te steriliseren, wordt de kans op deze tumoren aanzienlijk verkleind. Deze operatie kunnen we doen vanaf vier maanden leeftijd. Meestal knappen ze hier vlot weer van op. Door deze operatie uit te voeren, kunnen we de levensduur van de rat behoorlijk verlengen.

Op dit moment is enige behandeling van melkkliertumoren en operatie. Door de dieren een goede pijnstilling en de meest veilige narcose te geven, kunnen we de bulten goed verwijderen. We hebben goede ervaring met deze operatie bij de PlusDierenklinieken. Helaas komen de bulten vaak binnen enkele maanden terug op andere plaatsen. Enkele maanden zijn op een rattenleven echter een behoorlijke tijd. Er zijn aanwijzingen dat het verwijderen van de tumor samen met een sterilisatie ook op latere leeftijd de vorming van nieuwe tumoren kan voorkomen.

Overgewicht bij het konijn

Ook konijnen kunnen overgewicht krijgen en daardoor ook gezondheidsproblemen.

Verwennen

Veel mensen verwennen hun konijn graag, daar is helemaal niets mis mee. Helaas worden veel konijnen iets te veel verwend met snoepjes. Maar snoepjes zijn helemaal niet zo gezond als op de verpakking staat. Ze zitten vaak vol met vet en suikers. Echte dikmakers dus. Ook fruit (appel) en wortelen bevatten veel natuurlijke suikers. In plaats van een snoepje of fruit kunt u uw konijn ook verwennen met een stuk groente. Let er wel op: als u uw konijn iets nieuws wilt geven, dan moet dat langzaam opgebouwd worden. Begin altijd met een klein stukje (ter grootte van een postzegel), zodat de darmen kunnen wennen. Kijk voor meer voedingsadvies bij het hoofdstuk voeding. Daar staat ook wat wel en wat niet geschikt is om te geven.

Konijnen met overgewicht hebben veel gezondheidsrisico's, zoals:

  • Het niet meer in staat zijn om zachte blindedarmkeutels op te eten uit de anus (onmisbare eiwitten en vitamines)
  • Leververvetting
  • Hartaandoeningen
  • Chronische diarree en daardoor grote kans op myasis!
  • Zere hakken/kapotte hakken (pododermatitis)
  • Veel kortere levensverwachting
  • Gebitsproblemen
  • Verhoogd risico bij narcose en tijdens chirurgische ingrepen
  • Een grotere kans op complicaties na operaties
  • Blaasproblemen en blaasstenen

De symptomen van overgewicht zijn:

  • Het dier heeft een te zwaar voorkomen
  • Vergrote halskwab bij voedsters
  • Stoornissen in het spijsverteringskanaal en chronische zachte ontlasting (dat eventueel kan leiden tot myiasis)
  • Verminderde activiteit, bijvoorbeeld zich niet wassen (vuil achterwerk), minder beweging (pododermatitis, osteoporose)
  • Gedragsverandering
  • Moeite met plassen (natte achterkant)

Wat te doen?

Het is belangrijk om het voedingspatroon langzaam aan te passen. Een konijn mag nooit vasten. Hij moet altijd hooi kunnen eten. Laat hem nooit meer dan 1% tot 2% van het lichaamsgewicht per week afvallen. Dit komt bij een konijn van drie kg neer op 30-60 gram gewichtsverlies per week.

Supreme heeft een speciaal dieet voor konijnen met overgewicht: Vetcare plus weight. Dit is speciaal voor konijnen met overgewicht. Het is een uitgebalanceerde, complete dagelijkse voeding, voor konijnen van elk ras en het kan al gegeven worden vanaf 20 weken oud. De voeding is bereid met een mengsel van timothy hooi. Het bevat uitzonderlijk veel vezels en minder energie en geen ingrediënten op basis van zetmeel. Door de ruime hoeveelheid groene thee en energie is het zeer smakelijk! Deze voeding is bij de PlusDierenKlinieken verkrijgbaar.

Ook zijn er speciale voedingsballen te krijgen voor konijnen. Deze ballen zorgen ervoor dat ze meer beweging krijgen en wat moeite moeten doen voordat ze hun eten krijgen. Uit ervaring blijkt dat ze het erg leuk vinden! Deze voederballen zijn bij de PlusDierenKlinieken verkrijgbaar.

Voor een gratis gewichtscontrole kunt u een afspraak maken bij de balie.

Snijtandproblemen

Net als kiezen groeien de snijtanden van de meeste knaagdieren en konijnen hun hele leven door. Dit kan voor problemen zorgen als de slijtage niet gelijkmatig plaatsvindt.

Onderbeet

Bij jonge konijnen kan een onderbeet ontstaan. Hierdoor staan de ondertanden te ver voor de boventanden en slijten niet. De boventanden groeien dan erg ver door tot in de onderkaak en ondertanden kunnen in de neus groeien. De konijnen eten meestal nog redelijk goed, ze kunnen alleen geen voedsel meer afbijten, maar wel kauwen.

Ongelukje

Bij oudere dieren (knaagdieren en konijnen) kunnen de problemen ook ontstaan door trauma. Als er tanden afbreken door bij het blijven hangen achter de tralies, zal de tegenoverstaande tand doorgroeien. Hierdoor kan de situatie ontstaan dat de tanden niet goed op elkaar staan.

Behandeling

De oplossing van het probleem is het afslijten van de tanden met elektrische slijptolletje (soort Dremel). Knippen is absoluut geen goede behandeling: het is pijnlijk en het risico op splijten van de tand in lengte is groot, wat later een wortelabces tot gevolg kan hebben. Bij de meeste dieren kan het slijpen van de tanden wakker gebeuren. Alleen bij zeer angstige dieren of als er ook een probleem met de kiezen aanwezig is, moet het onder narcose plaatsvinden.

Toekomst

Of het probleem terugkomt en hoe snel het terugkomt, is per individu verschillend. Na een ongeluk zal waarschijnlijk de snijtand weer teruggroeien en daarmee mogelijk ook het probleem weer opgelost zijn. Bij een onderbeet zal dat niet het geval zijn en komen de klachten meestal iedere zes tot acht weken terug. Om het probleem dan te verhelpen, moet de tanden getrokken worden. Een konijn heeft zes snijtanden, achter de bovenste twee grote, zitten nog twee kleine stifttanden. Het grootste deel van de tand zit in de kaak. U begrijpt dat het daarom tijd en geduld vraagt om deze tanden netjes los te maken. Als ze afbreken dan groeien ze later weer terug. Goed materiaal en goede kennis van de normale bouw van deze tanden is dan ook erg belangrijk. Nadat alle snijtanden getrokken zijn kan een konijn nog prima eten, alleen voedsel afbijten van bijvoorbeeld een wortel gaat niet meer.

Bij cavia's en de meeste andere knaagdieren is het trekken van snijtanden uit den boze, zij kunnen dan namelijk nooit meer eten! Bij konijnen kan dit wel.

Urinewegproblemen bij cavia's

De aanwezigheid van blaasstenen is een veel voorkomende aandoening bij cavia's van middelbare tot oude leeftijd. De symptomen kunnen zijn: zichtbaar bloed in de urine en piepen bij het plassen. Soms wordt alleen slecht eten of vermageren waargenomen. De definitieve diagnose kan eenvoudig met een röntgenfoto worden vastgesteld.

Blaasstenen worden veroorzaakt door te veel calcium en/of te weinig vitamine C in het dieet. Fouten in de voeding, waardoor een te hoge opname van calcium ontstaat, zijn:

  • Veel biks met een hoog gehalte aan calcium
  • Te weinig goed hooi: geen alfa-alfa en kruidenhooi
  • Een knaagsteen of liksteen: deze nooit geven
  • Yoghurtsnoepjes
  • Veel te veel en te vaak groenten die veel calcium bevatten, zoals: broccoli, Chinese kool, waterkers, boerenkool en rapen
  • Het voeren van te veel biks, snoep en groentes waardoor er te weinig hooi wordt gegeten
  • Het niet bijgeven van vitamine C: zie daarover onze aparte brief: Vitamine C cavia

Hetgeen mee kan spelen in het ontstaan van blaasstenen, is als de dieren hun blaas niet goed volledig kunnen legen. Dit kan komen door:

  • Zwakte in de achterpoten door rugletsel of overgewicht: 90% van de cavia's in Nederland heeft overgewicht door gebrek aan beweging
  • Pijn bij het plassen
  • Langdurige urinewegontsteking

Als u merkt dat uw cavia moeite of pijn heeft bij het plassen, is het dus altijd aan te raden een dierenarts te bezoeken. Een dier met blaasstenen zal bijna altijd geopereerd moeten worden om deze stenen operatief te verwijderen.

Wat u kunt doen ter voorkoming van blaasstenen is: de wateropname stimuleren (extra groentes, extra waterbakjes), veel gewoon hooi geven, beperkte hoeveelheid biks en groentes met weinig calcium voeren (wortel, selderij en sla). Geef daarnaast altijd voldoende vitamine

Urinewegproblemen bij konijnen

Blaasstenen en sludge zijn regelmatig voorkomende aandoeningen bij konijnen van alle leeftijden. De symptomen kunnen zijn: zichtbaar bloed in de urine en geluid maken bij het plassen, maar soms wordt alleen slecht eten of vermageren waargenomen. De definitieve diagnose kan eenvoudig worden gesteld d.m.v. een röntgenfoto.

Blaasstenen en blaasgruis ("sludge") worden meestal veroorzaakt door teveel calcium in het dieet. Fouten in de voeding, waardoor een te hoge opname van calcium, zijn:

  • Veel biks met een hoog gehalte aan calcium
  • Te weinig goed hooi (geen alfa-alfa en kruidenhooi!)
  • Een knaagsteen of liksteen: deze nooit geven!
  • Yoghurtsnoepjes
  • Voeren van groenten die veel calcium bevatten: broccoli, chinese kool, waterkers, boerenkool en rapen

Een andere oorzaak van "sludge" is dat ze hun blaas niet goed volledig kunnen legen. Dit kan komen door:

  • Zwakte in de achterpoten of de rug door letsel of overgewich
  • Pijn bij het plassen
  • Vermindering van spierkracht van de blaas door bijvoorbeeld ouderdom, ruggenmergletsel of E. cuniculi infectie
  • Langdurige urineweg-ontsteking
  • Te kleine huisvesting! Een konijn moet zijn kont op kunnen tillen en plast dan bijna horizontaal naar achter
  • Overgewicht

Als u merkt dat uw konijn moeite of pijn heeft met plassen, is het dus altijd aan te raden een dierenarts te bezoeken. Een dier met blaasstenen zal altijd eerst geopereerd moeten worden om deze te verwijderen.

Wat u kunt doen bij sludge of ter voorkoming van blaasstenen: de wateropname stimuleren (extra groentes, extra waterbakjes). Veel gewoon hooi, weinig biks en groentes voeren met weinig calcium (wortel, selderij en sla). Bij de dierenarts is speciale voeding te krijgen voor konijnen met urinewegproblemen: "Vetcare plus Urinary Tract Health Formula".

VHD: Viral Haemorrhagic Disease

VHD (ook wel VHS, viraal haemorrhagisch syndroom genoemd) is een dodelijke virusziekte die voorkomt bij konijnen. Het is een zeer besmettelijke ziekte waartegen u uw konijn kunt laten inenten.

De ziekte wordt veroorzaakt door het RHD (rabbit haemorrhagic disease) virus. Er zijn twee varianten van het RHD virus: type1 (de klassieke variant) en type2. Voorheen kwam in Nederland alleen type1 voor, maar sinds december 2015 is ook type2 in Nederland gesignaleerd en aangetoond bij overleden dieren (RHD2).

Dit virus, dat zeer besmettelijk is, verspreidt zich door direct contact tussen konijnen en ook indirect via urine, uitwerpselen, water, voedsel, kleding, handen en hokken. Stekende insecten kunnen ook een rol spelen in de verspreiding. Het virus kan tot ernstige ziekte en sterfte leiden bij konijnen (zie symptomen), maar is niet gevaarlijk voor mensen of andere gezelschapsdieren zoals honden, katten, cavia’s en andere knaagdieren.

Er zijn inmiddels meerdere bevestigde gevallen van RHD2 in Noord-Holland aangetoond. De ziekte is inmiddels uitgespreid over alle provincies van Nederland.

Symptomen

Een konijn dat geïnfecteerd is met de klassieke variant van het virus zal veelal binnen 24-48 uur sterven. Bij RHD2 bedraagt deze termijn gemiddeld drie tot vijf dagen. In beide gevallen zien we soms (acute) benauwdheid, koorts, bloedingen en zenuwverschijnselen vlak voordat het konijn overlijdt. Daarnaast kan bij RHD2 een meer chronisch ziektebeeld gezien worden waarbij het konijn gedurende langere periode algemeen ziek kan zijn. Vaak is er echter niets te zien aan konijnen met deze ziekte totdat ze acuut ziek worden en vrijwel meteen daarna sterven.

Behandeling en vaccinatie

Er is op dit moment geen behandeling voorhanden voor konijnen die ziek zijn als gevolg van een infectie met het VHD-virus. Om te voorkomen dat een konijn ziek wordt van een besmetting met het RHD-virus, wordt geadviseerd om jaarlijks te vaccineren met een vaccin als bijvoorbeeld het Nobivac® Myxo-RHD-vaccin. Dit vaccin geeft een goede bescherming tegen myxomatose en de klassieke variant van het RHD-virus (RHD1).
Het biedt echter géén bescherming tegen RHD2. In Nederland was tot voor kort nog geen vaccin tegen RHD2 beschikbaar, in tegenstelling tot sommige andere EU-landen.

PlusDierenklinieken vaccineert met het Filavac RHD KC+V® vaccin, dat niet herhaald (geboosterd) hoeft te worden. Neem contact op met een van onze vestigingen voor de mogelijkheden.

Preventieve maatregelen

Voor particuliere eigenaren van konijnen die nog niet zijn gevaccineerd:

  • Ruimtes waar mogelijke besmette konijnen zijn geweest dienen grondig gereinigd te worden met water en zeep en daarna gedesinfecteerd te worden. Voorbeelden van bruikbare desinfectiemiddelen zijn onder andere Virkon-S® en natriumhypochloriet. Deze zijn te koop bij dierenspeciaalzaken, agrarische winkels etc. Uw dierenarts kan u hierover ook adviseren.
  • Voer geen (vers) gras of groente van buiten (moestuin) aan uw konijn. Kijk ook uit met het voeren van hooi of kuilvoer waarvan u vermoedt dat wilde konijnen er bij kunnen zijn gekomen.
  • Voorkom direct contact van uw konijn met konijnen uit het wild. Als er wilde konijnen in de buurt van uw huis voorkomen kunt u overwegen om uw konijn (tijdelijk) binnen te huisvesten. Neem ook geen zieke konijnen uit het wild mee naar huis.
  • Goede (hand)hygiëne is belangrijk om verspreiding van het virus te beperken; was uw handen extra goed met water en zeep vóór en na het voeren en verzorgen van uw konijn.
  • Pas op met besmette konijnenveldjes (besmet met urine van wilde konijnen). Via uw schoeisel kan het virus verspreid worden. Houdt u uw konijnen binnen? Wissel van schoeisel bij het naar binnen gaan. Houdt u uw konijnen buiten, bijvoorbeeld in een ren in de tuin? Dan kunt u daar het beste andere schoenen dragen dan dat u op straat draagt. Laat uw konijnen in ieder geval niet in contact komen met schoeisel waarmee u over mogelijk besmet terrein heeft gelopen.
  • Aangezien stekende insecten ook een rol kunnen spelen in de verspreiding, kan een goede insectenbestrijding ook bijdragen aan vermindering van het risico.
  • Laat bij acute sterfte onder uw konijnen een pathologisch onderzoek uitvoeren. Uw dierenarts kan u hierbij adviseren.
  • Treft u dode wilde konijnen aan? Meld deze dan bij het Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) via hun website.
  • Indien u acute sterfte heeft onder uw konijnen waarbij het vermoeden bestaat dat dit door VHD wordt veroorzaakt, kan een zogenaamde ‘noodvaccinatie’ overwogen worden. Uw dierenarts kan u hier verder over informeren.
  • Speciaal voor konijnenopvangadressen, kinderboerderijen etc.: het is aan te raden het ‘verkeer’ van konijnen te minimaliseren, tenzij er een goede quarantainevoorziening aanwezig is. Ieder nieuw konijn kan immers een risico inhouden. Zie verder hieronder.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste landelijke ontwikkelingen of heeft u een opvangorgansatie voor konijnen, klik hier voor meer informatie.

Ziektekostenverzekering

U en uw gezin zijn verzekerd tegen ziektekosten. Dit is verplicht, maar u ziet er ook de noodzaak van in. Daarnaast wilt u dát wat u dierbaar is graag goed beschermen en verzorgen. Heeft u een dure medische behandeling nodig, dan betaalt uw zorgverzekering de rekening! Gelukkig is dit ook mogelijk voor uw geliefde dier; huisdierenverzekering? Zeker het overwegen waard!

Op het gebied van diergeneeskunde is tegenwoordig veel mogelijk. Met de juiste medische zorg kan uw konijn ook langer en in goede gezondheid leven. Sommige behandelingen zijn echter duur. Uw dier kan ernstig ziek worden of betrokken raken bij een ongeval. Dit kan honderden of zelfs duizenden euro’s kosten. Sterker nog, het leven van uw dierbare huisdier kan soms afhangen van een financiële afweging. Een vreselijk dilemma.

Met een zorgverzekering voor uw konijn kunt u deze nare afweging voorkomen. Voor een vast maandelijks bedrag is uw konijn verzekerd van de beste medische zorg en komt u niet voor financiële verrassingen te staan.

In Nederland lopen we sterk achter wat betreft het aantal verzekerde dieren. In omliggende landen is het heel normaal om je dier te verzekeren en is meer dan de helft verzekerd. Eigenaren geven vaak aan dat de medische kosten voor hun huisdier tegenvallen. Dierenartsen moeten helaas regelmatig (optimale) zorg achterwege laten en zelfs dieren euthanaseren vanwege de financiële situatie van de eigenaar! Als u denkt dat u geen verzekering nodig heeft omdat u de medische kosten wel kunt betalen, sta dan even stil bij het volgende:

  • Wist u dat een hond van 25 kg met ernstig braken en diarree al gauw €170,- kost aan één consult, medicatie en voeding? Dit is nog los van eventueel ontlastingsonderzoeken en bloedonderzoeken.
  • Wist u dat een kater die niet kan plassen door blaasgruis een spoedgeval is? En dat deze dieren vaak ernstig ziek zijn, en moeten worden opgenomen? Dat de kosten daarvoor minimaal €300,- zijn, los van alle na-controles?
  • Wist u dat de meeste eigenaren bij een bezoek 's nachts aan de dierenarts meer dan €100,- moeten afrekenen?
  • Wist u dat als u kat aangereden wordt en "alleen maar" zijn bovenbeen heeft gebroken dat u bij de orthopeed minimaal €1000,- kost? Of dat de andere optie vaak pootamputatie is?
  • Wist u dat de behandeling van een hond van 25 kg die een snee in zijn poot heeft, door bijvoorbeeld glas, ongeveer €250,- kost aan narcose, hechtingen, verband, pijnstillers en antibiotica?
  • Wist u dat een darmoperatie met alle onderzoeken van tevoren (medicijnen, consulten, röntgenfoto's), de operatie en nazorg vaak minimaal €600,- kost?
  • Wist u dat in de meeste gevallen deze bedragen meteen totaal voldaan moeten worden?

Weet u het zeker dat uw dier geen verzekering nodig heeft?

Kunt u zonder zorgen een onverwachte uitgave van zo’n € 1500,- betalen? Dan is het misschien niet nodig om een verzekering af te sluiten. Maar dat is niet voor iedereen altijd mogelijk. Door het afsluiten van een huisdierenverzekering weet u als eigenaar van uw kat, dat u goed voorbereid bent op onverwachte medische kosten. Een prettige zekerheid.

In Nederland zijn er meerdere goede zorgverzekeringen voor dieren waarbij Petplan de grootste is. Een identificatiechip is altijd verplicht bij het afsluiten van een verzekering, maar wordt ook meteen vergoed. En nee, misleidende "kleine lettertjes" bestaan niet meer, maar er zijn altijd regels: oftewel de polisvoorwaarden. Lees deze dus goed door voordat u tekent, dan komt u later niet voor verrassingen te staan.

Dierenartsen hebben op geen enkele wijze financieel binding met een zorgverzekeraar en zijn dus onpartijdig. Wel maakt het ons beroep een heel stuk leuker en makkelijker als de eventueel beperkte financiële situatie van de eigenaar niet onze medisch handelen hoeft te beïnvloeden.

Terug naar Konijnen en knaagdieren