Kind en hond

Regels aanleren

Met het aanleren van regels beginnen de ouders feitelijk al in het eerste levensjaar. Maar aanleren betekent niet automatisch dat het kind ze in het vervolg ook zal uitvoeren. Om regels te kunnen leren, moet het kind ze op de eerste plaats kunnen begrijpen. Regels moeten daarom bij jonge kinderen eenduidig, concreet en positief geformuleerd zijn. Deze regels moet het kind ook onthouden. Omdat het geheugen van een peuter nog beperkt is, moeten de regels vaak herhaald worden. Dan moet hij ze ook nog willen en kunnen toepassen. Voor de jongste kinderen gelden regels alleen zolang degene die de regel uitvaardigt, lijfelijk aanwezig is. Dus wanneer moeder zegt: “blijf van de bak van de hond af”, dan zal de peuter dat ook doen… totdat moeder naar de gang loopt. Dan loopt als het ware ook de regel weg en moet hij toch eens even poolshoogte gaan nemen. Een vierjarige zal zich aan moeders regel houden omdat moeder een belangrijk persoon is, die ‘het gezag’ vertegenwoordigt. Pas vanaf een jaar of 7 houdt een kind zich soms aan een regel omdat hij zelf vind dat dit zo hoort. Hij ziet zelf het belang van die regel in.

Na een aantal jaren ontwikkelt het kind de vaardigheid om iets vanuit het perspectief van een ander te bekijken en om zich in de gevoelens van een ander te verplaatsen. Bijvoorbeeld in hoe een hond zich ‘voelt’ wanneer je hem aan zijn staart trekt. Kleine kinderen beseffen niet dat ze een hond daarmee plagen of pijn doen. Ze vinden het juist leuk dat de hond reageert door bijvoorbeeld op te springen. Je kunnen voorstellen wat een ander (mens of dier) voelt in een bepaalde situatie is een voorwaarde voor het kunnen respecteren van een hond of ander dier. Dit respect komt pas met een jaar of 5.

Ook zijn peuters en kleuters volop bezig met hun sociale ontwikkeling. In de omgang met elkaar spelen tweejarigen wel naast elkaar in de zandbak, maar nog niet echt samen. Honden worden soms tegen wil en dank in het kinderspel betrokken. Een hond of een ander dier wordt dan vaak net zo behandeld als een pop. Pas met 4 jaar gaan kleuters overleggen. Dan begint ook het rollenspel. langzaam aan worden honden op een hondse manier een speelkameraad, met wie het kind zoek- en apporteerspelletjes kan gaan spelen.

Kleine kinderen hebben vaak de neiging om uit te proberen hoe ver ze kunnen gaan, niet alleen bij de ouders, ook bij de hond. Voorkom mogelijke conflictsituaties. Laat kind en hond bijvoorbeeld niet samen om u heen lopen in de keuken als u het eten voor de hond aan het klaarmaken bent. Een verkeerde beweging van het kind kan voor de gespannen hond net de druppel zijn.

De 10 pluspunten
van PlusDierenklinieken
op een rij lees meer...
Plus vaste klanten voordeel.
U krijgt voorrang bij spoed, aantrekkelijke korting op
veel van onze diensten, programma's en dierenvoeding lees meer...
Nieuwsbrief ?

Meer informatie?
bel 075 617 39 11 of
info@plusdierenklinieken.nl

Online afspraak maken?
Klik hier