In het verkeer

Een hond kent geen verkeersregels, maar kan wel leren. Een pup kan heel goed wennen aan verkeer.

Pups moeten overal aan wennen. Ze leren dat er erg veel verschillende soorten honden zijn en dat mensen lang niet allemaal op elkaar lijken. Bovendien leren ze, dat er allerlei vreemde geluiden en voorwerpen bestaan zoals de stofzuiger, de vaatwasser, de stereo-installatie, de radio en de televisie. Ze leren ook niet bang te zijn voor vrachtwagens, voor spelende kindertjes, voor samenscholende mensen op de markt en in het winkelcentrum en voor fietsers en trimmers die hard op hen af komen. Ze worden door hun nieuwe bazen goed gesocialiseerd; ze leren normaal omgaan met alle dagelijkse dingen. Naast het socialiseren moeten bazen hun pup direct goed opvoeden. De pup weet dan wie de baas is en wie dus bepaalt wat er wel en wat er niet gebeurt. Hier hoort natuurlijk ook het verkeer bij, waarbij eigenlijk de aloude stelregel 'voorkomen is beter dan genezen' nog steeds volledig van toepassing is.

Auto
Bijna iedereen heeft tegenwoordig een auto of rijdt wel eens mee. De hond moet wel eens mee. Allereerst is het belangrijk om u hond veilig te vervoeren. U laat uw baby toch ook niet door de auto kruipen of los in de achterklep? Soms zie je kleine hondjes los op de hoedenplank liggen. Heeft u zich wel eens afgevraagd wat er gebeurt (met de hond en met de inzittende) als er een keer hard geremd moet worden? Vervoer de hond in een (auto)bench, neem een hondenrek tussen achterklep en achterbank of koop een speciale riem die in de gordel klikt en vastzit aan het tuig van de hond.
Het is heel plezierig als honden tijdens het tijden netjes op hun plaats blijven en wachten met uit de auto springen, totdat de baas dat goed vindt. Het plezierige is dat dit de pup al heel snel aangeleerd kan worden. Want in het begin, als het nog een heel klein hummeltje is, moet hij uit de auto getild worden. Voordat hij opgetild wordt, laat u hem eventjes wachten. Als de baas van dit wachten een oefening maakt leert de pup dit eigenlijk direct. Dan wordt het na verloop van tijd vanzelf een gewoonte. Als de pup wat groter is en de baas laat toe dat hij zelf uit de auto springt zonder te wachten, zal hij dat wachten heel snel vergeten. Dat is jammer, want hij wist tenslotte heel goed hoe het hoorde. Veel beter is het om die gewoonte er gewoon in te houden. Een handig hulpmiddel hierbij is de hond altijd aan te lijnen voordat hij de auto uit mag. Leer daarnaast de pup meteen dat als hij uit de auto is gekomen netjes moet gaan zitten. Dat geeft de baas dan de gelegenheid de deur rustig dicht en op slot te doen.  

Stoeprand
Leer uw hond vanaf de eerste dag dat hij moet gaan zitten bij de stoeprand als u wilt oversteken. Dit kan levensreddend zijn. Iedere keer als de baas bij de stoeprand komt laat hij de hond zitten. Op een teken van de baas (bijvoorbeeld ',toe maar') mag de hond oversteken. Na verloop van tijd wordt ook dit een gewoonte en zal de hond uit zichzelf gaan zitten. Hier moet de baas wel heel consequent in zijn. Dit klinkt wellicht logisch maar het betekent wel dat als het voetgangersoversteeklicht knippert, de baas zijn hond toch moet laten zitten, ook al mist hij hierdoor het groene licht. Tijdens het wandelen betekent dit ook dat de hond niet uit zichzelf van de stoep af mag. Met een korte lijn is dit nog wel in de hand te houden, maar met een uitrollijn wordt het een stuk moeilijker. Natuurlijk geldt hierbij dat consequent zijn weer de sleutel is voor succes.

Fietsen
Fietsen met de hond is een goede manier om een hond zijn conditie op peil te houden, om hem zijn energie kwijt te laten raken en, als het goed gebeurt, is het ook nog goed voor zijn spieren. Met een pup mag pas gefietst worden vanaf een leeftijd van één à anderhalf jaar. Voor deze leeftijd is het nog te belastend voor zijn spieren en gewrichten. Wel kan een pup alvast gewend worden aan het lopen naast de fiets. Dit gebeurt altijd aan de rechterkant van de fiets zodat de baas zich tussen de hond en het overige verkeer bevindt. De baas wandelt zelf aan de linkerkant van de fiets en houdt de riem van de pup in zijn rechterhand. De pup wandelt rechts naast de fiets en leert zo dat het heel gewoon is om naast de fiets mee te lopen. Doe nooit de riem om de pols want als er iets gebeurt zit je vast en kunnen er nare ongelukken gebeuren. Houd de riem zodanig vast dat hij altijd gemakkelijk losgelaten kan worden. Fiets ook niet te hard. De hond hoort eigenlijk te draven, dit is het best voor hem. Langs en in de berm kunnen scherpe voorwerpen liggen. Controleer daarom regelmatig de voetkussentjes van de hond en bouw het fietsen langzaam op. Wanneer de hond groot genoeg is en het meelopen naast de fiets volledig beheerst, is er een handig hulpmiddel om hem naast de fiets te laten lopen. Dit apparaat kan aan de fiets worden bevestigd en houdt de handen van de eigenaar vrij. De hond zit vast aan een lijn aan het frame van de fiets en kan meteen los wanneer dat nodig is. Als de baas de hond vanaf het begin goed opvoedt, hoeft het verkeer geen enkel probleem op te leveren.

Consequent zijn is het belangrijkste bij de opvoeding van de opgroeiende hond.

De 10 pluspunten
van PlusDierenklinieken
op een rij lees meer...
Plus vaste klanten voordeel.
U krijgt voorrang bij spoed, aantrekkelijke korting op
veel van onze diensten, programma's en dierenvoeding lees meer...
Nieuwsbrief ?

Meer informatie?
bel 075 617 39 11 of
info@plusdierenklinieken.nl