Castratie kater
Bij een castratie worden de geslachtsorganen verwijderd. Bij een kater zijn dat de testikels en bij een poes haar eierstokken. Wat in de volksmond bekend staat als een sterilisatie (en ook door ons dierenartsen vaak zo genoemd) is enkel het doornemen van de eileider/zaadleider, waarbij de geslachtsorganen (en dus de geslachtshormonen) op hun plaats worden gelaten. Dit laatste is normaal bij mensen (v.n.l. bij mannen een z.g. vasectomie) en dus wezelijk anders dan wat de dierenarts doet.
Het doel van een castratie is het stoppen van de geslachtshormoonproductie en het onvruchtbaar maken van de kater. Dit is dan ook de reden dat de dierenarts moet castreren (weghalen van testikels) en niet steriliseren (onderbinden van zaadstreng).
Katers worden in de regel gecastreerd om:
- sproeien in huis te voorkomen
- vechten te verminderen (en de daarbij behorende verwondingen en abcessen)
- kans op zwerven te verminderen (en daarmee de kans op verkeersongelukken): een kater heeft een 10x keer zo groot terratorium als een gecastreerde kater.
- ongewenste dekking van jonge ongecastreerde poezen en zwerfpoezen te voorkomen
- acceptatie van andere katten in huis te bevorderen
Bedenk bij uw ongecastreerde kater of poes ook dat, hoewel een nestje erg leuk en lief lijkt, de asiels in Nederland overvol zitten met katten die geen tehuis kunnen vinden. Het is verstandig om heel bewust om te gaan met de uitbreiding van de Nederlandse katten populatie en iedere katteneigenaar (ook de eigenaren van katers!) moet zijn verantwoordelijkheid hierin nemen.
Een castratie kan worden uitgevoerd op een leeftijd van 6 maanden, maar kan ook later. Op deze leeftijd is de kat voor wat betreft de narcose gelijk aan een volwassen dier. De risico's, welke altijd al klein zijn, zijn nu hetzelfde als bij een volwassen kat. Het is beter om uw kater niet te laat te castreren omdat er dan mogelijk al gedragsproblemen zijn ontstaan zoals sproeien in huis. Soms is dit gedrag niet meer te stoppen, ook niet met alsnog een castratie. De tweede reden om uw kater vroeg te laten castreren is omdat de testikels dan nog relatief klein zijn en de daaraan verbonden structuren nog fijn. Dit maakt de chirurgie een stuk lichter en zal uw kater sneller herstellen van de ingreep.
En vaak genoemd nadeel van de castratie van een kater is het dikker worden na de operatie. Dit komt omdat de stofwisseling bij gecastreerde dieren trager werkt dan bij ongecastreerde dieren. Dit probleem is op te vangen door de dieren 1/3 deel minder voeder te geven, vanaf de dag van de operatie. Ook is het belangrijk om het dier actief te houden (ook zonder castratie van belang!) dit kan door middel van speeltjes of een voederbal. Als u uw dier op het juiste gewicht houdt, is er over het algemeen geen sprake van slomer worden en ondervindt uw dier geen nadelen van de castratie. Uit onderzoek is zelfs gebleken dat gecastreerde dieren langer speels blijven, mits u ze niet dit laat worden!



