De bevalling
Het is verstandig om de moederhond vanaf dag 52 van de dracht te gaan temperaturen. Dit doet u 2x daags op hetzelfde tijdstip. De temperatuur is namelijk ook afhankelijk van o.a. inspanning, omgevingstemperatuur enz. Noteer deze temperaturen zodat u een goed overzicht heeft. Vanaf dag 60 is het aan te raden om 3x daags te temperaturen.
De normale temperatuur van een hond ligt tussen de 38 en 39 ºC.
Uiterlijk 48 uur voor de bevalling (gemiddeld 12-24 uur) voor de bevalling daalt de temperatuur ineens met
Een warme omgeving bij de bevalling is belangrijk omdat de pups hun temperatuur aanvankelijk niet op peil kunnen houden. Het meest geschikte hiervoor is een rode warmtelamp. Deze kan gericht worden op een hoek van de werpkist zodat uw hond het niet te warm heeft en het voor de pups toch warm genoeg is. De temperatuur op de plaats waar de pups liggen moet rond de
Vlak voor de bevalling kunt u het gedrag van uw hond zien veranderen. Ze kan onrustig zijn, veel hijgen en een gespannen indruk maken. Soms valt het op dat de teef een helder, taai, soms iets melkachtig, wit slijm verliest uit de vulva.
Zorg ervoor dat u zoveel mogelijk voorbereid bent op de geboorte. Houd de telefoon bij de hand met het nummer van de dierenarts, een pen met schriftje om te noteren wanneer de weeën beginnen, wanneer ze begint met persen, wanneer de pups geboren worden, of alle placenta's eruitkomen en eventuele bijzonderheden. Dit is van belang bij overleg met de dierenarts.
De bevalling begint als de hond weeën krijgt. Weeën kunnen in frequentie, kracht en duur variëren. De weeën zijn herkenbaar aan het samentrekken van de flanken.
De geboorte begint pas als de hond persweeën heeft. Persweeën zijn veel duidelijker te zien. De hond verstijft en zet kracht. Meestal gaat de staart hierbij ook iets omhoog. Als dit het eerste nest van uw hond is kan ze wat in paniek raken omdat ze niet begrijpt wat er gebeurt. Probeer haar zoveel mogelijk rustig te houden en stel haar op haar gemak.
Na enige tijd verschijnt er een blauwachtig vlies uit de vulva. In deze vruchtblaas zit de pup verpakt. Bij een van de volgende weeën zal de pup geboren worden. Bij honden zijn stuitligging heel normaal. De meeste honden zullen het vlies zelf openbijten en opeten tot aan de navelstreng.
De moeder zal haar pups schoonmaken en drooglikken. Dit doet ze om de ademhaling en de darmwerking te stimuleren.
Als de moederhond geen aanstalten maakt om de pup te bevrijden uit de vruchtblaas, help dan door het vlies voorzichtig open te scheuren. Let er op dat de navelstreng na het afbreken niet bloed. Mocht dit wel het geval zijn, stop dan de bloeding door de navelstreng op 2 tot
Kijk na de geboorte of de pup levendig is en of er geen slijm of vocht in de luchtwegen zit. Dit kunt u horen aan een rochelend geluid bij de pup of u ziet de pup 'bellen blazen'. Is dit het geval, veeg dan het kopje goed schoon en droog terwijl u de pup met het kopje en de neus naar beneden laat hangen of gebruik een slijmzuigertje. Heeft u deze niet bij de hand en zit er nog steeds vocht in de luchtwegen, dan kunt u de pup in een handdoek wikkelen en rustige zwaaiende bewegingen maken van boven naar beneden. Houd hierbij wel het hoofdje van de pup goed vast omdat u anders het nekje kunt breken.
De eerste pup hoort binnen één uur na de eerste echte perswee geboren te worden. Is dit niet het geval, dan is het raadzaam om de dierenarts te bellen en advies te vragen.
Het kan voorkomen dat er een lange tijd tussen de geboorte van de pups zit, soms kan dit uren zijn. Zolang de moederhond zich rustig gedraagt, hoeft u zich geen zorgen te maken.
Zodra de moederhond weer begint met persen mag het niet meer dan 30 minuten duren voordat de volgende pup geboren wordt. Ziet u geen vooruitgang, dan is het verstandig om meteen contact op te nemen.
Probeer zoveel mogelijk de rust te bewaren en ga niet slepen met de moeder of de pups. Dit kan veel stress veroorzaken waardoor de bevalling kan stoppen.
Na elke pup hoort een nageboorte mee te komen. Er moeten even veel nageboortes als pups geboren worden. De nageboorte wordt door de moederhond opgegeten. Het is een goede voeding en het wekt de melkgift op. Als er veel pups zijn, is het beter om enkele nageboortes weg te halen omdat de moederhond er diarree van kan krijgen. Mocht uw hond toch diarree krijgen, dan kunt u het beste lichtverteerbaar voer geven (zoals i/d van Hill's of Intestinal van Royal Canin).
Het vruchtwater is soms wat groen van kleur. U hoeft hier niet van te schrikken, dit is afgebroken bloed. We zien dit vaak bij honden die overtijd zijn, dus die enkele dagen na de uitgerekende datum bevallen. De uitvloeiing mag nooit stinken. Is dit wel het geval, dan moet u contact opnemen met de dierenarts! Na de bevalling heeft de moederhond nog enige dagen rode uitvloeiing, die na vijf tot acht dagen lichter wordt, tenslotte helder en na acht tot tien dagen verdwijnt.
Is alles goed gegaan en heeft de moederhond de pups schoongelikt, dan kunt u zelf de pups nog even verder afdrogen, wegen, het geslacht bekijken en noteren welke uiterlijke kenmerken de pup heeft. Als de pups erg op elkaar lijken, kunt u ze een gekleurd bandje geven (let er wel op dat deze niet te strak of te los zit) of met nagellak een stipje op de kop geven.
Het is niet altijd makkelijk te zien of de hond echt klaar is met bevallen. De omvang van de buik van de moeder wil niets zeggen over het aantal pups dat ze draagt. De hond zelf geeft het meestal het beste aan. Ook hier geldt dat als de moederhond zich rustig gedraagt, u zich geen zorgen hoeft te maken. Blijft ze echter onrustig, dan is het raadzaam om contact op te nemen met de dierenarts.
Check-list: ‘Wat heb ik nodig voor de bevalling?’



